Ik ging met mijn dochter naar Lissabon. Het is leuk om alleen met je dochter op reis te gaan, want je kunt eindeloos dwalen door botanische tuinen vol zoet geurende groeisels en onheilspellende peulen omdat er geen ongeduldig op zijn horloge kijkende Vader bij is, die nog geen hyacint kan onderscheiden van een baobab, en veel liever naar een Moeilijk Kasteel gaat.
Je kunt zelfs openlijk blij zijn als alle Moeilijke Kastelen gesloten zijn omdat het personeel aan het staken is. Je kunt dan zo’n verrukkelijk bros taartje of viskroketje gaan eten met je rug naar dat gebouw vol eeuwigheidswaarde, in het geruststellende besef dat er geen Vader in de buurt is die de stakende portier (vergeefs) zal smeken om ons alsnog binnen te laten.
Je kunt drie keer per dag een andere jurk aantrekken zonder dat je wordt uitgelachen door zoons/broers die dagenlang in dezelfde, allengs vervuilende afgeknipte joggingbroek rondsjouwen. Je kunt zomaar urenlang oude films kijken of middagdutjes doen in het appartementje zonder dat iemand het ‘zonde van de tijd’ vindt.
Je kunt ongestoord 20.000 stappen per dag zetten (stuk voor stuk omhóóg) zonder dat je ook maar één McDonalds in hoeft, omdat er geen jongens bij zijn die elk half uur iets ‘gewoons’ willen eten. Je kunt een hele middag doorbrengen op de vlooienmarkt en uiteindelijk alleen maar drie oude ansichtkaarten kopen. Je hoeft dat ramvolle, met toeristen gestouwde trammetje niet in, en kunt in plaats daarvan lekker lang blijven staan kijken naar een schoolklas in ontroerende uniformpjes met afgezakte kousen die hartsmeltend vals Dona nobis pacem zingt, de kinderogen vol premature saudade.
En voor je het weet is het tijd voor het diner, in zo’n echt volksrestaurantje vol vissen met dode ogen. De menukaart is er alleen in het Portugees: altijd een goed teken. Wat zou dat zijn, ‘secretos de porco’? ‘Varkensgeheimen’, ik ben benieuwd. Mijn dochter kiest op goed geluk voor iets met het woord ‘pescada’ erin. Vis, dus.
De varkensgeheimen zijn gauw geopenbaard: gewoon, lekkere lapjes vlees. Maar mijn dochter kijkt angstig naar haar bord. Daar ligt een buitensporige hoeveelheid keutelachtige onduidelijkheden, zonder kop, graten of andere herkenbare visonderdelen.
‘Mama. Het heeft áderen.’ fluistert ze. Dat valt helaas niet te ontkennen. Grote, donkere aderen, direct onder het oppervlak. Dapper neem ik een hap. Sponzig. ‘Het is viskuit’ stel ik vast. ‘Gewoon, viskuit...’ Maar ja, die aderen, hè?
Er zijn meer dan genoeg varkensgeheimen om te delen. De sponzige keutels verdwijnen in een servet.
Ook dat is het leuke van vakantie met je dochter: je kunt haar met zoiets nog járen blijven pesten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant