Home

Waarom we – in de verte – het stalkgedrag van Martha uit Netflix-serie ‘Baby Reindeer’ herkennen

Hoe komt het toch dat Baby Reindeer, de Netflix-serie over stalking, zo populair is? Volgens Doortje Smithuijsen niet alleen omdat-ie zo goed is, maar ook omdat het verhaal van stalker Martha een extreme versie lijkt van het online speurgedrag dat veel mensen vertonen.

Er bestaat een kans – een kleine, maar toch – dat ik zo’n beetje alles van u weet. Op welke basisschool u heeft gezeten, welke studie u volgde, in welk restaurant u vorige week at, met welke vriendin u elke zondagochtend koffiedrinkt. Ik weet bij welk koffiezaakje u gaat zitten, wat u bestelt, wie daar in de regel nog meer komen. Van de vriendin in kwestie weet ik mogelijkerwijs ook alles.

De kans dat ik dit weet, wordt groter als u zich weleens heeft begeven in mijn persoonlijke periferie. U hebt zich aan mij voorgesteld op een verjaardag. U bent bevriend met een van mijn vrienden. U bent de ex van iemand met wie ik eens op date ging.

Over de auteur
Doortje Smithuijsen is filosoof en journalist. Voor de Volkskrant schrijft ze essays en reportages.

In het laatste geval is de kans dat ik zo’n beetje alles van u weet vrij groot.

Ik dacht hieraan toen ik naar de immens populaireserie Baby Reindeer keek die momenteel op Netflix te zien is. Dat die serie, over stand-upcomedian Donny die wordt gestalkt door Martha, zo aanslaat, komt vermoedelijk niet alleen door feit dat het een heel goede serie is, maar ook omdat het verhaal van stalker Martha een extreme versie lijkt van gedrag dat veel mensen vertonen, zoals het op internet zoeken naar anderen, of op whatsapp kijken of iemand je bericht heeft gelezen.

Martha en Donny leren elkaar kennen in het café waar Donny werkt. Martha heeft geen geld, Donny geeft haar een kopje thee van het huis. Dat vindt Martha aardig. Zo aardig dat ze elke dag terugkomt. Zo aardig dat ze hem begint te mailen, tientallen keren per uur, soms nog vaker. Zo aardig dat ze op al zijn Facebookfoto’s reageert, hem op straat begint te volgen, dagenlang voor zijn huis gaat zitten, zijn ex-vriendinnetjes bedreigt.

Donny weet niet wat hem overkomt, tegelijkertijd is hij niet onbekend met dit gedrag: ook hij gebruikt zijn computer om de mensen om hem heen te bespieden. Hij heeft een online nep-identiteit om mee door transdatingsites te scrollen. Als hij een beroemde scenarioschrijver ontmoet, doet hij niet eens moeite te verbergen dat hij alles van diens carrière al weet. Als Martha hem begint te stalken, begint hij zijn eigen onderzoek naar haar – hij komt er via internet achter dat ze eerder veroordeeld is. Hoewel Donny schrikt van Martha’s aanval, is hij wel bekend met haar munitie.

Het succes van Baby Reindeer valt voor een groot deel ook te verklaren door de herkenbaarheid van de personages. De serie draait in essentie om gezien willen worden; desnoods door iemand alsmaar achterna te zitten en eindeloos te appen. En om de verslavende werking van aandacht; aandacht van een veroordeelde stalker, desnoods.

De echte Martha

Het online gedrag van Martha en Donny bleek voor veel kijkers herkenbaar: meteen na het verschijnen van de serie kwam een massale zoekactie op gang. Miljoenen mensen sloegen aan het googlen naar de echte Martha, en stuitten al snel op Fiona Harvey: een 58-jarige Schotse die de man die Donny speelt – de comedian Richard Gadd, die ook het scenario voor de serie schreef, zou hebben gestalkt.

Binnen een paar uur gonsde het online over Harveys eerdere acties. Ze zou een Schotse jurist hebben gestalkt toen die haar na een korte stage geen baan aanbood, met eindeloos veel mailtjes, belletjes, zelfs telefoontjes naar jeugdbescherming. Uiteindelijk moest de jurist een voorlopige voorziening aanvragen om van Harvey af te komen.

Hoe krankzinnig ook, Martha’s gedrag raakt aan gedrag dat mijn vriendinnen en ik – net als veel andere Randstedelijke dertigers, vermoedelijk – kunnen vertonen, op een zaterdagmiddag, als een van ons de avond ervoor met een jongen heeft gezoend. Binnen een uur weten we alles wat er over deze man te weten valt: waar hij is opgegroeid, hoe zijn zussen heten, bij welke club hij voetbalt en wie er nog meer in zijn vriendenteam zitten.

AIVD’tje spelen

Echt stalken is dit natuurlijk niet, want daarbij is sprake van inbreuk op iemands levenssfeer, van bedreiging in de vorm van berichten, bellen of fysiek in iemands buurt komen. Wat wij doen is eerder AIVD’tje spelen, een poging zo veel mogelijk over iemand te weten te komen zonder je identiteit prijs te geven.

Hoewel enigszins gênant is dit gedrag zeker niet uniek: de apps die we gebruiken zijn de afgelopen jaren steeds meer gaan lijken op persoonlijke, sociaal geaccepteerde spionageapparatuur. Zo’n tien jaar geleden introduceerde Whatsapp de blauwe vinkjes – een manier om te zien of de ontvanger je bericht gelezen heeft. Destijds leidde deze nieuwe functie tot ophef: de leesbewijzen zouden een inbreuk vormen op de privacy en onnodig veel sociale druk creëren.

Inmiddels is deze vorm van intermenselijke surveillance volledig ingeburgerd: vrijwel elke succesvolle app heeft begluurfunctionaliteiten. Op Instagram kun je realtime nagaan wie precies naar je stories gekeken heeft. Via de apps van Uber en Thuisbezorgd hou je in de gaten waar de chauffeur of bezorger is.

Anonieme ninja

De aantrekkingskracht van een platform als Linkedin zit voor een groot deel in het gegeven dat je kunt zien wie je profiel bekeken heeft – terwijl je zelf als een anonieme ninja om dat van anderen heen probeert te dansen. En een beetje vriendengroep van tieners of twintigers voegt elkaar collectief toe op Find My Friends (Apple) of Snap Map (Snapchat). In mijn sociale omgeving doen gruwelijke verhalen de ronde over affaires die via zo’n locatievoorziening aan het licht kwamen: waarom was zijn vriendin zo vaak in de buurt van zijn beste vriend?

De regel: hoe gluurderiger, hoe succesvoller gaat zeker ook op voor de trackingtechnologie die steeds meer ouders gebruiken om de locatie van hun kinderen in de gaten te houden. Hoeveel ouders dit soort apps precies gebruiken is niet duidelijk, maar uit een enquête van de Daily Mail in 2022 bleek de helft van de Britse ouders de locatie van hun kind in de gaten te houden. Locatie-app Life360 heeft inmiddels meer dan 60 miljoen gebruikers.

Vooral in Amerika leidt dit tot tamelijk heftige taferelen: op platform Reddit circuleren verhalen over ouders die hun kinderen tijdens hun studie nog steeds in de gaten houden en via appjes protesteren als ze de campus te vaak verlaten.

Bezorgde appjes

Op TikTok is inmiddels een heel Life360-genre ontstaan: memes van tieners over hun leven onder online ouderlijk toezicht – zoals screenshots van bezorgde appjes omdat je weer te hard rijdt (Life360 monitort ook de snelheid van je auto). Vooral populair: de video’s waarin tieners uitleggen hoe je Life360 kunt hacken – hoe je bijvoorbeeld je locatie vastzet, waardoor deze een paar uur ogenschijnlijk hetzelfde blijft, zodat jij onopgemerkt kunt bewegen.

Ook Find My Friends is inmiddels voedingsbodem voor populaire TikTokgenres. Vrienden delen screenshots van elkaars geo-tag (met geotagging voeg je geografische informatie toe aan een bestand, red.) als publiek bewijs van vriendschap, spreken elkaar online liefdevol aan als Sim-avatars uit het bekende simulatiespel Sims.

Deze vergelijking zegt iets over de manier waarop veel mensen naar hun persoonlijke relaties zijn gaan kijken: ze zien vrienden, echtgenoten en kinderen steeds meer ook als personen met wie we een digitale connectie (moeten) hebben; als ‘Sims’ in hun eigen online universum. Locatievoorzieningen draaien niet meer alleen om veiligheid; locatie delen is een blijk van vertrouwen, een bewijs van liefde zelfs. Weinig zo intiem als altijd kunnen weten waar de ander zich bevindt.

Maar ook weinig zo oncomfortabel, lijkt mij, als vrienden altijd weten waar je bent. En weinig zo onsexy als een verkering die alsmaar kijkt of je al naar huis komt.

Intieme surveillant

Het is inmiddels nauwelijks nog een keuze om dit soort ‘intieme surveillance’ toe te laten binnen relaties, zegt Katleen Gabriels, hoofddocent moraal- en techniekfilosofie aan de Universiteit van Maastricht. ‘Elementen ervan zitten in zo’n beetje alle apps die we gebruiken, en wij passen ons gedrag daarop aan.’ Mensen die geen Find My Friends hebben, of geen Life360, hebben vaak wel locatievoorzieningen aanstaan op Whatsapp, Google Maps of de Uber-app.

Gabriels ziet hoe apps steeds beter inspelen op primaire, sociale angsten: de angst dat je kind iets overkomt wordt bezworen door Life360; angst voor eenzaamheid wordt gedempt door een vriendengroep op Find My Friends.

Ondertussen kunnen deze voorzieningen sociale angsten ook aanwakkeren: jongeren die alle klasgenoten bij elkaar zien op hun Snap Map voelen zich snel buitengesloten. Toen ik onlangs met een vriendin op het terras zat, en een vriendin van haar zich bij ons voegde met de mededeling dat ze haar had zien zitten op Find My Friends, voelde ik een steek van jaloezie – een soort fear of missing out van een digitale intimiteitslaag.

Nee, ik wil niet constant in de gaten gehouden worden door mijn vrienden. Maar als zij dat allemaal wel bij elkaar doen, voel ik me toch buitengesloten.

Achterdochtig gedrag

Gabriels ziet hoe sociale normen veranderen onder invloed van de nieuwe technologische mogelijkheden. ‘Wat we eerder misschien als stalkerig of achterdochtig gedrag zagen, zijn we nu gaan zien als een vorm van affectie.’ Een ouder die altijd weet waar haar kind uithangt, is niet overbezorgd, maar zorgzaam. Iemand die altijd ziet waar haar partner is, is niet per se achterdochtig, maar attent: ze wil gewoon zorgen dat het eten op tafel staat als hij thuiskomt van zijn werk.

Ondertussen is het nog maar de vraag of de mogelijkheid elkaar continu in de gaten te houden werkelijk goed is voor de gemoedsrust, zoals de makers van locatietrackers ons willen doen geloven.

Uit onderzoek dat het Amerikaanse Mirro Center for Research and Innovation in 2021 publiceerde in het academisch tijdschrift Cyberpsychology, blijkt dat mensen die hun ex na een relatiebreuk in de gaten houden via sociale media veel meer emotionele stress ervaren dan mensen die dat (bewust) niet doen.

De kans is groot dat deze dynamiek opgaat voor wel meer (gestrande) relaties: online monitoren bezorgt degene die het doet een kortstondig gevoel van controle, maar de verkregen informatie leidt vaak ook tot achterdocht en stress.

Recreatief spioneren

Daarnaast zijn de gevolgen van al dat wederzijdse monitoren voor de privacy zeker niet onschuldig: inmiddels zijn meerdere gevallen bekend van veroordeelde stalkers die gehackte gegevens van bijvoorbeeld Find My Friends of Life360 gebruikten om slachtoffers te belagen. ‘Recreatief’ spionagegedrag werkt echt stalkgedrag in de hand.

Lotje Beek, beleidsmedewerker van Bits of Freedom, ergert zich aan de loze beloften die locatie-apps doen. ‘Het idee is dat kinderen veiliger zijn als ouders altijd kunnen zien waar ze zijn. Maar het is nog maar de vraag of er dankzij Life360 bijvoorbeeld minder kinderen worden ontvoerd.’

Beek ziet de opkomende markt van locatievoorzieningen vooral als een nieuwe vorm van het oplossen van niet-bestaande problemen door techgiganten. ‘We vinden het inmiddels normaal om onze locatie te delen, puur omdat Whatsapp en Apple met die optie zijn gekomen. Gebruikers hebben daar nooit zelf om gevraagd en staan weinig stil bij wat het doet met hun privacy.’

Beek noemt als voorbeeld de ingebouwde locatietracker die in de meeste nieuwe auto’s zit. Daarmee kun je handig nagaan waar je hebt geparkeerd, maar je kunt óók monitoren waar je partner precies heenrijdt. ‘Het wordt zo wel heel makkelijk elkaar in de gaten te houden.’

Blinde vlek

Dit soort trackers, maar ook apps als Find My Friends, hebben een enorme blinde vlek als het gaat om machtsverhoudingen binnen relaties, zegt Beek. ‘Binnen een situatie van huiselijk geweld kan iemand bijvoorbeeld gedwongen worden om een locatie te delen, waardoor diegene nog meer wordt onderdrukt.’ In Amerika zijn al veel gevallen bekend waarbij mensenhandelaren Life360 gebruiken om hun slachtoffers te lokaliseren, of van pooiers die sekswerkers dwingen hun locatie altijd met hen te delen.

De afgelopen weken werd Fiona Harvey – de vrouw op wie Martha gebaseerd is – door meerdere media uitgenodigd voor interviews. Haar gesprek met de Britse presentator Piers Morgan werd op YouTube 11 miljoen keer bekeken. In dat interview ontkende Harvey alles: ze is geen stalker; ze heeft Gadd nooit berichtjes gestuurd, nooit voor zijn huis gestaan. Oké, ze stuurde Gadd misschien één of twee mailtjes. En een paar tweetjes, meer niet.

Ook daarin was Harvey/Martha voor veel mensen weer erg herkenbaar. Want ja, oké, misschien heb je gisteravond tot 2 uur ’s nachts het Facebookprofiel van de nieuwe vriendin van je ex uitgeplozen. En misschien kijk je om de tien minuten waar je vriend nu is. En weet je standaard van al je vrienden waar ze zijn. Maar stalken? Nee, stalkers, dat zijn altijd de anderen.

225 duizend Nederlanders gestalkt
Uit onderzoek dat het CBS afgelopen week publiceerde, bleek dat 225 duizend Nederlanders in 2023 te maken hadden met stalking. Het merendeel (137 duizend) is vrouw, en de meeste slachtoffers zijn tussen de 15 en 25 jaar oud. Het ging ongeveer even vaak om online als om fysieke stalking. Slechts 22 procent van de slachtoffers ging naar de politie; 33 procent verwachtte dat aangifte doen toch geen zin zou hebben.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next