Door de dood van president Ebrahim Raisi ziet het Iraanse regime zich niet alleen genoodzaakt een opvolger voor hem te vinden. Raisi leek ook te worden klaargestoomd voor de machtigste functie van het land: Opperste Leider.
De dood van de Iraanse president Ebrahim Raisi, zondag door een helikopterongeluk, zal achter de schermen van de macht in Teheran ongetwijfeld leiden tot het oplaaien van de strijd om de opvolging. Niet zozeer de opvolging van Raisi zelf, maar die van de machtigste man in Iran, Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei.
Of de diverse concurrerende machtsfacties in de top van Irans politieke systeem al een kandidaat van hun voorkeur op het oog hadden, doet daarbij niet eens ter zake. Hoe dan ook lopen de hazen sinds zondagavond anders. Een van de belangrijkste kandidaten voor de positie van Opperste Leider is immers niet meer in de race: de verongelukte president. Elke factie zal haar strategie moeten aanpassen. Er gaapt nu een leegte die op allerlei manieren en door allerlei mensen kan worden opgevuld.
Uiteraard is de keuze op korte termijn van een opvolger voor Raisi als president wel onderdeel van het spel; het hangt allemaal met elkaar samen. Volgens de Iraanse grondwet moet binnen vijftig dagen een nieuw staatshoofd worden gekozen. Door de kiezers, welteverstaan, want de Islamitische Republiek doet al 45 jaar net of zij een democratie is.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Voorheen was de uitslag van de presidentsverkiezingen soms ongewis, als gevolg van de gelaagdheid van de Iraanse machtsstructuur. Het kon gebeuren dat een kandidaat die niet per se de voorkeur had van de dominante conservatieve kliek, de meeste stemmen kreeg van de kiezers.
Bij de verkiezingen van 2021, die Raisi aan de macht brachten, was die kans uitgesloten. Met medeweten van ayatollah Khamenei waren alle kandidaten die mogelijk van Raisi zouden kunnen winnen bij voorbaat van de lijst gehaald. Khamenei’s favoriet hoefde het alleen maar tegen schertsfiguren op te nemen en won met gemak (en met een historisch lage kiezersopkomst).
De conservatieve hardliners hebben sindsdien hun greep op de politiek zozeer verstevigd (ook in de parlementsverkiezingen van afgelopen maart), dat ze bij deze onverwachte stembusgang – op 28 juni, meldden Iraanse staatsmedia gisteravond – vermoedelijk opnieuw niets aan het toeval willen overlaten. De vraag is alleen of ze al een kandidaat op het oog hebben. Bovendien is de voorbereidingstijd zo kort dat het toeval toch kansen ruikt.
Het lijkt dit keer niemands bedoeling een gegadigde middels het presidentschap klaar te stomen voor de opvolging van de 85-jarige (en zieke) Opperste Leider, mocht die komen te overlijden. De meeste waarnemers gaan ervan uit dat dit in 2021 wél de bedoeling was van Khamenei. Op z’n minst had het presidentschap een test moeten zijn voor Raisi’s geschiktheid voor de hoogste functie.
‘Die test heeft hij niet goed doorstaan’, meent de Nederlandse Irankenner Peyman Jafari. ‘Hij is niet in staat gebleken charisma en populariteit te creëren, of om coalities te bouwen. Op al die terreinen heeft hij niet al te best gepresteerd.’ Ook in het beteugelen van de inflatie en het herstellen van de infrastructuur schoot hij tekort.
Jafari vermoedt dat Raisi al niet zo hoog meer stond op de lijstjes die rondgaan van potentiële opvolgers van Khamenei. Persbureau Reuters hoorde van ‘goed geïnformeerde bronnen’ dat de Raad van Experts, het orgaan van 86 islamitische geleerden dat een Opperste Leider aanwijst, Raisi al een half jaar geleden van de kandidatenlijst heeft gehaald, met het oog op zijn slechte functioneren en gebrek aan steun bij de bevolking.
De vraag is natuurlijk: wie dan wel?
Er is één naam die al langer rondzingt: de 53-jarige Mojtaba Khamenei. Hij heeft een religieuze opleiding, heeft goede banden met de Revolutionaire Garde en figureert al zo’n twintig jaar in de marges van de macht. Maar zijn capaciteiten worden niet hoog aangeslagen en er is nog een probleem: hij is de zoon van ayatollah Khamenei. Het kan het regime het verwijt opleveren terug te vallen in de praktijken van de monarchie, toen sjahs werden aangewezen via erfopvolging. Ayatollah Khomeini, de stichter van de Islamitische Republiek, heeft zich daar altijd fel tegen uitgesproken.
Voor de functie van president wordt Mojtaba niet genoemd, met zijn gebrek aan bestuurlijke ervaring. Dat laatste geldt echter voor zoveel mensen. Jafari noemt het – naast het algehele wantrouwen tegen het systeem – de tweede grote crisis van het regime: het tekort aan bekwame mensen die de problemen van het land kunnen oplossen.
De twee crises zijn volgens Jafari met elkaar verbonden, omdat de cirkel van de macht steeds kleiner is geworden. ‘Mensen worden gekozen op basis van loyaliteit in plaats van bestuurlijke ervaring. Er komen mensen die echt brokken maken. Het zal nog lastig worden: alle capabele mensen hebben ze eruit gegooid.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant