De aandachtstrekkers op de 77ste editie van ’s werelds grootste filmfestival: het onevenwichte Megalopolis van Francis Ford Coppola, nog zonder distributeur, een traditioneel duistere Yorgos Lanthimos met Emily (nee, niet Emma!) Stone en Jacques Audiards Emilia Perez, over een trans-kartelleider.
Als Cannes een gevecht is om aandacht, dan is Ruben Östlund de winnaar. En daar hoeft de tweevoudig Palm-winnaar (The Square, Triangle of Sadness) niet eens een film voor mee te nemen. ‘Zweedse cineast koopt Boeing 747 voor nieuwe sociale satire’ – het bericht gaat prompt de wereld rond tijdens het van wereldpremières uitpuilende eerste weekend van het Franse filmfestival. The Entertainment System is Down wordt pas volgend jaar gedraaid, maar de pers in Cannes loopt nu al uit voor de presentatie van het filmplan voor mogelijke financiers en geïnteresseerde distributeurs.
Waar andere filmmakers de inhoud van hun eerstvolgende films vaak nog wat onder de tafel houden, hanteert de rappe prater Östlund een andere strategie: door zijn ideeën en scripts zoveel mogelijk openlijk te pitchen en bespreken, scherpt hij ze juist aan. Zijn volgende film speelt zich geheel af tijdens een lange, intercontinentale vlucht. Als de elektronische inflight-entertainment uitvalt, dienen de passagiers zichzelf te vermaken, waarop alles aan boord ontspoort.
Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.
Het luxueuze jacht dat als decor diende voor zijn vorige satirische komedie Triangle of Sadness werd nog gehuurd, nu besloot de productieleiding het ‘decor’ te kopen. Het benodigde budget daartoe wordt nog niet gespecificeerd, wel krijgt de pers alvast een plaatje van het bewuste toestel te zien, waarin de geplande zeventig draaidagen zich zullen voltrekken. Östlund: ‘Vaak zie je in vliegtuigfilms alleen maar een hoekje van het vliegtuig, waar dan wat personages zijn neergezet. Maar ik wil alle driehonderd passagiers óók in een lang bewegend shot kunnen vatten, zodat je als kijker voelt dat je in die ruimte verkeert.’
Met 22 speelfilms in de competitie voor de Gouden Palm, plus een veelvoud daarvan in de diverse prestigieuze bijprogramma’s én een ‘filmmarkt’ vol nog slechts op papier (en voorlopige filmposter) bestaande producties, is het op ’s werelds grootste filmfestival nog niet zo makkelijk om in het oog te springen. Yorgos Lanthimos presenteert in Cannes de vlot na zijn recente hit Poor Things gedraaide omnibusfilm Kinds of Kindness, waarin de cineast teruggrijpt op zijn vroegere en donkerdere komische werk over het zonderlinge controlerende gedrag van de mens. Drie verwante korte films, elk ervan (mede) met zijn vaste actrice en tweevoudig Oscarwinnaar Emma Stone.
En Lanthimos maakt van de gelegenheid gebruik om op het festival meteen zijn volgende film met Stone aan te kondigen: Bugonia. Daarin zal ze een bedrijfsdirecteur spelen die er door complotdenkers van wordt verdacht een buitenaards wezen te zijn. En ook Stones naamsverandering krijgt in Cannes profiel: de 35-jarige actrice liet onlangs in een interview vallen dat ze eigenlijk liever zou acteren onder haar echte naam ‘Emily’ – toen ze begon stond er onder die combinatie al een actrice ingeschreven bij de Amerikaanse acteursvakbond. Ze glimt als een journalist haar tijdens de drukbezette persconferentie van Kinds of Kindness aanspreekt als ‘Emily’. Tegen de Griekse regisseur: ‘Dat is mijn naam!’
Een van de competitietitels die er het eerste weekend royaal in slaagt de aandacht te trekken is Emilia Perez, de nieuwe speelfilm van de Franse cineast Jacques Audiard: een misdaad-musical over een snoeiharde Mexicaanse kartelleider die zich heimelijk vrouw voelt en in transitie gaat. Mét een vrolijke Spaanstalig gezongen dansscène in de Thaise chirurgische kliniek: ‘Mammoplasty, vaginoplasty!’ De ‘queer-bom die Cannes opschudt’, jubelen de Franse kranten de dag na de première, als de filmploeg de pers te woord staat in het festivalpaleis.
Met Zoe Saldana (Avatar) en oud-Disney kindster Selena Gomez telt de cast van Emilia Perez ook wat grote (Spaanstalige) Amerikaanse namen, maar de opmerkelijkste rol is toch die van telenovela-actrice en transvrouw Karla Sofía Gascón. Zij speelt de intimiderende kartelleider Manitas én, na de transitie, Emilia, die zich uitgeeft als het ‘nichtje’ van de drugsbaas. ‘Ik wilde die nare rol van Manitas eerst liever niet’, zegt de in Spanje geboren Gascón, die ook lang in Mexico werkte. ‘Het kostte me maanden om mezelf ervan te overtuigen dat ik ze beiden kon spelen.’
Een Mexicaanse journalist in de zaal zegt onder de indruk te zijn van deze ‘zeer Mexicaans aanvoelende’ film van de regisseur, die nota bene zelf geen Spaans verstaat. Wat waren zijn bronnen? ‘Nou, het is geen documentaire’, antwoordt Audiard. De 72-jarige Fransman regisseerde eerder ook al een Engelstalige film (de western The Sisters Brothers) zonder die taal machtig te zijn. ‘Ik las wel veel Mexicaanse literatuur, luisterde Mexicaanse muziek, keek naar Mexicaanse films. Uiteindelijk, denk ik, komt het toch neer op verbeelding. Er is ook iets schizofreens aan Mexico, dat mij zeer aantrok. Naast de schoonheid van de cultuur is er ook het geweld. Ik was geschokt door de verdwijningen, de moorden op vrouwen, de kapotte democratie. Als ik een musical maak, dacht ik, waarom dan niet die tragedie op de achtergrond?’
Van alle in Cannes verwachte films was die van Francis Ford Coppola vooraf het meest besproken: het naar de Gouden Palm meedingende Megalopolis, dat zich afspeelt in een Romeins aandoend New York waar twee machthebbers strijden over de sombere toekomst van de vervallen stad. De 85-jarige Coppola, mede vanwege zijn wijngaarden zeer vermogend, stak zo’n 120 miljoen dollar aan eigen geld in de productie, omdat de Hollywoodstudio’s geen interesse toonden, en poogt de naar de Gouden Palm meedingende speelfilm nu aan distributeurs te verkopen. Dat lijkt te lukken, al zal de Amerikaanse regisseur daarbij mogelijk wel verlies lijden.
Megalopolis biedt een interessant traktaat over de toekomst van de wereld, maar is wat spel, dialoog en cinematografie betreft een onevenwichtig filmepos. Coppola schuifelt de perszaal binnen onder luid applaus, ondersteund door zijn zoon Roman en vergezeld door twee kleindochters. Hij oogt wat broos, maar ook fier: ‘Toen ik hier voor Apocalypse Now was, liep ik nog binnen met mijn dochter Sofia op mijn nek!’
Niemand hoeft zich zorgen te maken over het financiële risico dat hij nam, bezweert hij. ‘Mijn kinderen hebben prachtige carrières, die hebben geen fortuin nodig. Als ik sterf, zal ik niet denken: o, had ik dit of dat nou maar gedaan. Ik héb het gedaan. En ik mocht zien hoe mijn dochter een Oscar won. Ik maakte wijn. En ik kon al die films maken!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant