Home

‘Wat is er in mijn leven gebeurd waardoor ik het gevoel heb dat ik met een soort januskop leef?’

Supersuccesvol, dat wilde actrice Dilan Yurdakul worden, nadat ze in haar jeugd niet gezien of gehoord werd. Ze leek een harde, stoere tante met rollen in Goede tijden, slechte tijden en theatersolo’s. Maar intussen was haar binnenwereld kapot.

Op elfhoog in haar Amsterdamse flat staat Dilan Yurdakul (32) het beslag voor een cake te mixen. Weids uitzicht over de stad met de metrolijnen beneden. Op de houten eettafel ligt haar hagelwitte raskat Smelly te slapen. Langs de muur een boekenkast vol klassiekers. James Joyce, Kafka, Susan Sontag, Tolstoj.

Uit Maskerziel, haar autobiografische debuutroman over een disfunctioneel gezin:

‘Als anne lang genoeg doordramt, zie ik hoe baba een gedaanteverwisseling ondergaat. Het is eng om te zien, alsof hij van het ene op het andere moment in een woedende eerzuchtige Turk verandert en we in een Turks dorp zijn, waar de vrouw bezit is van de man en hem moet gehoorzamen.’

Het fragment vervolgt: ‘Hij begint dan met zijn armen te zwaaien, waarop mijn moeder roept: ‘Sla dan, sla dan’, en verdergaat met haar monoloog. ‘Sla dan, boerenlul, dronkenlap, met je achterlijke vrienden.’ Het zijn lichte tikken, maar blijkbaar heeft mijn moeder ze nodig om bij zinnen te komen. Dan volgt een stilte. Een wekenlange stilte.’

Bij het grote publiek wordt Yurdakul bekend in 2012, als ze de Turkse rechercheur Aysen in Goede tijden, slechte tijden gaat spelen, de soap waar haar moeder en zusje altijd al naar keken. De laatste jaren maakt ze vooral solovoorstellingen; komend najaar gaat Alter in reprise, over de migratiereis van haar familie. Ze is dan ook in de bioscoop te zien, als hoofdrolspeler in De jacht op Meral Ö, een speelfilm over het toeslagenschandaal.

Onlangs verscheen bovendien haar eerste boek, Maskerziel. Een autobiografische roman, die in de media al meermalen aan het werk van Mano Bouzamour en vooral Lale Gül werd gelinkt; net als Gül in haar Ik ga leven onderzoekt Yurdakul haar Turkse wortels, alleen kwam haar dat niet op bedreigingen te staan. Daarbij is Yurdakul niet religieus opgevoed en breekt ze niet met haar familie, zoals Gül en Bouzamour, maar doet ze juist pogingen om haar onmachtige anne (moeder) en baba (vader) beter te begrijpen.

Terwijl ze het beslag in de bakvorm laat glijden: ‘Ik wilde niet een verhaal schrijven waarin ik zielig doe, weet je wel? Ik ben niet mishandeld ofzo. Maar ik wilde uitleggen hoe disfunctionaliteit binnen een gezin werkt, en ik hoop dat anderen zich daarin kunnen herkennen.’

De manier waarop jullie met z’n vieren leefden, ieder op een eigen eiland, met tussen het zwijgen door veel schelden en soms een tik, kun je ook wél mishandeling noemen, toch?

‘Emotionele mishandeling, ja, misschien. Ik was het smeermiddel, de clown, moest zorgen dat mijn ouders weer met elkaar in gesprek raakten. Die wekenlange stiltes, het fluisterend vloeken: dat doet iets met een kind. Ik had het gevoel dat ik niet kon ademen en op een gegeven moment sta je permanent in de alert-stand. Dat neem je de rest van je leven mee.’

Hoe?

‘Mijn moeder was onvoorspelbaar in haar emoties, waardoor ik iemand ben geworden die altijd het gemoed van andere mensen scant. De ene dag zag ze me wel staan, de dag erna weer niet. De stemming thuis kon elk moment omslaan.’

Op de basisschool was je ook niet veilig.

‘Klopt. Ik peilde daar voortdurend wie mij die dag te grazen zou gaan nemen. Dat ik gepest ben, heeft een grotere impact gehad dan ik dacht. Als ik me niet zo goed voel, is dat nog steeds het eerste wat omhoogkomt: ‘Oh, zie je, ze vinden me niet leuk.’’

Een ‘dikke, harige Turk’ werd je genoemd.

‘Die woorden voel je zo diep in je lijf... Je wordt helemaal warm, wilt het liefst verdwijnen. Vanaf de middelbare school ben ik gaan overcompenseren. Omdat ik dat gevoel van gepest worden nooit meer wilde ervaren. Het heeft mij ook in die zin bepaald dat ik van mijn ouders al niet de bevestiging kreeg die ik zocht, en vervolgens op school ook niet. Dat maakt je dubbel gewond.’

Ze staat op, trekt de deur van het balkon open, steekt de fik in een sigaret. ‘Ik wilde een ster worden, supersuccesvol. Omdat ik dan wél gezien zou worden. Maar op het podium staan grenst aan dat gevoel van gepest zijn. Je zet letterlijk jezelf op het spel. Ik denk nog steeds weleens: waarom dóé ik dit eigenlijk?’

Je koos voor een beroep waarin je per definitie wordt beoordeeld en ook vaak afgewezen.

‘Dat zal geen toeval zijn, toch? Als ik een rol niet kreeg, kon ik dat vooral in het begin heel zwaar opnemen.’

Want je nam het persoonlijk?

‘Tuurlijk. Het ís in zekere zin toch ook persoonlijk?’

Weer aan tafel: ‘Met mijn moeder kan ik er inmiddels goed over praten. Die zegt: ‘Ja, ik was niet gelukkig. En het was echt vreselijk thuis. Maar ik heb wel altijd van je gehouden.’

En geloof je dat?

‘Ja. Al heb ik getwijfeld of mijn ouders volledig houden van wie ik bén, of alleen van het idee van wie ik zou moeten zijn.’

Dilan Yurdakul wordt geboren in Amsterdam, net als haar moeder, die kind is van Turkse immigranten. Haar vader is 18 als hij vanuit Turkije naar Nederland komt.

Als 14-jarige begint ze met acteren, bij theatergroep Rast en Jongerentheater 020. Ze studeert vervolgens zowel Europese studies als Duitse taal en cultuur aan de UvA en maakt intussen eigen voorstellingen als Bekentenis van een jong meisje, Carmen en Dorian Gray. Daarover: ‘Ik wilde niet alleen die Turk die uitgehuwelijkt wordt spelen, daarom ging ik ook expres literatuur bewerken. Proust, Dorian Gray.’

Als theatergezelschap NT Gent haar in 2019 vraagt voor een bewerking van Who’s Afraid of Virginia Woolf en ze bovendien haar eerste solovoorstelling Door de schaduw heen maakt, besluit ze na zeven jaar abrupt te stoppen met GTST.

Intussen maakt ze ook de voorstelling Niet gezien, niet gehoord over Hümeyra, het 16-jarige meisje met Turkse wortels dat in het fietsenhok van haar school in Rotterdam wordt doodgeschoten door haar ex-vriend. En voor streamingsplatform Videoland is ze de bedenker, showrunner én hoofdrolspeler van dramaserie Bonnie & Clyde.

Jij introduceerde ooit de term ‘allochtoon met de zeven vinkjes’.

‘Daarmee bedoelde ik dat de media het liefst mensen met een migratieachtergrond uitnodigen die ingaan tegen hun familie of religie, die onderwerpen aansnijden als onderdrukking, islam-bashing, racisme, criminaliteit of identiteitspolitiek. Als je dat doet, ben je van media-aandacht verzekerd. Alleen: het versterkt het idee dat ‘de ander’ inderdaad heel anders is. De vraag is dus in hoeverre je in dat standaardverhaal wilt meegaan.’

Aan je cynische blik te zien: jij niet te ver?

‘Ook ik voldoe aan een deel van die vinkjes, maar tegelijkertijd is mijn moeder in Nederland geboren, droeg ze geen hoofddoek, hebben mijn ouders allebei gestudeerd, een goede baan en mocht ik ook jongens meenemen naar huis. Dus mijn werk gaat niet over de islam. Wél over migratie, omdat het voor mijn eigen ontwikkeling nodig was onze wortels te onderzoeken. En ik denk dat het leven tussen twee culturen veel mensen van mijn generatie kleerscheuren heeft opgeleverd.

‘Ik probeer een laag dieper te kijken, als maker zoek ik naar de tussenruimte: wat gebeurt er in families zoals de mijne, waar de regels niet heel streng of duidelijk zijn? Wat is er in mijn leven gebeurd waardoor ik het gevoel heb dat ik met een soort januskop leef?

‘Maar als je boodschap niet zwart-wit is, ben je voor veel media minder interessant. Ik weet precies hoe ik wel kan scoren: vertellen dat mijn opa en oma moeite hadden met de seksscènes in GTST, dat ze me vroegen ermee te stoppen, dat ik me een tijdje heb afgekeerd van mijn familie. Het is allemaal gebeurd, maar ik weiger aan dat frame mee te werken. Ja, ik heb me extreem afgezet, maar ik probeer me juist ook met mijn familie te verbinden.’

Jouw beste vriend en collega-acteur Ergun Simsek vertelde dat jij als derde generatie de ‘condition migrante’ beter kon duiden dan zijn eigen tweede generatie.

‘Omdat wij er nog verder van afstaan, dus er beter naar kunnen kijken. ‘Condition migrante’ is een verzamelterm voor klachten die migranten overal ter wereld hebben. Het heeft te maken met heimwee en diepe rouw over het verlies van alles wat vertrouwd was en de ontreddering die dat teweegbrengt. Maar om te overleven in een nieuwe omgeving, moet je afscheid van dat gevoel nemen. Dat zie ik erg terug bij mijn vader: hij heeft zijn geboortedorp in Turkije nooit meer bezocht, ik ben er een aantal jaar geleden wel gaan kijken. Mijn vader gelooft niet dat zijn geschiedenis of die van mijn grootouders nog invloed hebben op wie ík ben. Wat ik heb gedaan, zo in onze familiegeschiedenis duiken, vindt hij echt hilarisch. Als ik zeg dat ik op zoek wil naar mijn wortels, zegt hij dat mensen benen hebben, geen wortels. Hij gelooft alleen in de maakbaarheid van het nu.’

Hij lijkt een voorbeeld van de geslaagde migrant: als 18-jarige hier gekomen, meerdere studies gevolgd, voor D66 in de Amsterdamse gemeenteraad gezeten, zakelijk directeur van theater Podium Mozaïek geworden.

‘Toen hij hier kwam, heeft mijn vader een knop omgezet, en daarin lijk ik op hem, van: ik ga iemand worden. Ik ben meer dan die Turk. Maar om iemand te zijn, moest hij ook iets afknippen: zijn roots. Ja, dat kan, je kunt zo leven. Ik heb het ook geprobeerd, wilde jarenlang niets met onze geschiedenis te maken hebben, bewijzen dat ik meer was dan mijn achtergrond, maar voor mij werkte het niet.’

Voor hem misschien toch ook niet: je beschrijft in je boek hoe hij zijn pijn verdooft met alcohol.

‘Hij heeft die drank nodig om het vol te houden. Onze gezinssituatie, het harde werken, zijn diepe gemis. Ik heb zelf ook jaren gehad dat ik heel veel blowde om emoties te onderdrukken. Ik denk dat dat drinken bij hem op een gegeven moment een verslaving is geworden.’

Heb je getwijfeld om daarover te schrijven? Veel mensen binnen de Amsterdamse culturele sector zullen hem kennen.

Vrolijk gezicht: ‘Daar was wel een klein beetje woede voor nodig. Bovendien: iedereen in die wereld weet wel hoe graag hij drinkt, hoor.’

Daarna: ‘Vroeger dacht ik: fuck jullie, het is toch zo gegaan? Dus niet zeuren, ik moet dit verhaal gewoon vertellen. Inmiddels heb ik wel overwogen: oké, ik vertel ook over wat zij meemaken – en daar hebben ze niet om gevraagd. Toch dient wat ik doe een groter doel. Ik wil laten zien dat als je het verhaal van je ouders en grootouders kent, je jezelf ook beter leert begrijpen. En ik doe het nooit op een lelijke manier. Althans, dat vind ik zelf.’

Niet lelijk, maar je ouders komen er wel slecht vanaf in het boek.

‘Ik moest de waarheid laten zien, anders blijven we ziek. Toch hoop ik dat ook duidelijk wordt dat het een veelhoekig prisma is. Niks gebeurt zomaar. Je moet altijd áchter mensen kijken. Dat heb ik van mijn opa geleerd, die net als ik aan zware depressies leed. Toen mijn monster eenmaal een naam had gekregen – bipolaire stoornis met neiging naar theatrale persoonlijkheidsstoornis – en ik aan medicijnen begon, zei hij: ‘Je moet niets slikken, je moet bedenken waardoor het komt. Het komt altijd ergens door!’ En daar heeft hij natuurlijk gelijk in. Alleen: zelf heeft hij nooit naar achteren gekeken, hij heeft zich nooit afgevraagd wat er in zijn leven was gebeurd waardoor hij al veertig jaar aan depressies leed.

‘Volgens mij speelt daar de condition migrante ook weer een rol in: onze familie is er weliswaar financieel beter op geworden doordat opa besloot van Turkije naar Nederland te emigreren, maar zijn we dat als mens ook? Mijn opa wilde altijd dat wij dankbaar waren en het zo goed mogelijk zouden doen, omdat hij zoveel had opgeofferd en achtergelaten. Hij was zelf een mooie, slimme man die heel graag had willen studeren. Het was zijn eigen droom die hij op ons heeft geprojecteerd.’

Terwijl hij de B-versie van zijn leven leidde, zoals jij dat noemt.

‘Dat kwam weer door die gespletenheid in hem, die ik zelf soms ook ervaar.’

Wanneer?

‘We zijn nu weliswaar in mijn huis, toch kan ik hier nooit helemaal aarden. Nederland: is dat mijn land? Ja, maar ook nee, omdat ik altijd de buitenstaander blijf.’

Is dat zo of voel je dat zo?

‘Waarschijnlijk dat laatste, ja. Het heeft me ook gemaakt tot wie ik ben, met de blik van buitenaf die altijd in mijn werk terugkomt. Maar dat gevoel zorgt ook voor eenzaamheid.’

Verandert dat niet nu in de grote steden inmiddels een groot deel van de inwoners een migratieachtergrond heeft?

‘Toch gaat het nog steeds over ‘wij’ en ‘zij’, over de ‘problemen’ van integratie. En zoeken al die buitenstaanders elkaar in hun eigen wijken op.’

Schrijver Robert Vuijsje zei aan de telefoon: ‘Ze maakt belangrijke verhalen over de gevolgen van migratie, tegelijkertijd leeft ze het hipsterleven zoals veel Amsterdammers van haar generatie.’

‘Klopt, dat ben ik óók. Kijk, de pakken havermelk staan op mijn balkon. Ik koop biologisch vlees en doe aan yoga. Dat kan allemaal naast elkaar bestaan. Zoals dat ik veel sport én rook. In een soap speelde én Kafka lees.’

In Maskerziel citeer je iemand die over jouw generatie zegt: ‘Ze zijn gewoon hier geboren, hier opgegroeid, hoezo identiteitscrisis? Jullie kennen Turkije alleen van vakantie, wat weet jij nou van Turkije?’

‘Dat was een tweede generatie Turkse Nederlander die plat Amsterdams spreekt en vindt: niet zeuren over je afkomst, je hebt toch een Nederlands paspoort? In zekere zin heeft hij natuurlijk gelijk. Alleen diende het mij, anders dan hemzelf, niet om te ontkennen dat ik óók een Turkse Koerd ben. Ik draag veel in me mee uit die cultuur, en ben daar inmiddels ook trots op. Dus waarom zou ik onze geschiedenis moeten uitwissen? Aan mijn opa heb ik gezien hoe er 83 jaar zonder terug te kijken voorbij kunnen gaan, waarna je vervolgens ongelukkig sterft. Dat is niet hoe ik het wil.’

Maskerziel begint met een proloog: ‘Ik ben tot schaap opgevoed. Ik ben opgevoed om als een schaap te lopen, om als een schaap te eten en als een schaap te denken. (...) Ik ben opgevoed om te denken dat de kudde belangrijker is dan ikzelf.’

Het boek gaat over een meisje dat die kudde de rug toekeert om zich er jaren later weer bij aan te sluiten, een jonge vrouw die haar halve leven al in therapie is. Over een gezin dat wekenlang op vakantie gaat, met onderweg Omhels me dan van Bløf op repeat. Over een tiener wier ouders meegaan naar therapie om zo nader tot hun dochter te komen, maar die daar binnen de kortste keren hun eigen relatieproblemen uitvechten en na sessie drie besluiten uit elkaar te gaan (Yurdakul, nu: ‘Dat was zo typisch. Ze waren te vol van zichzelf om met mijn problemen bezig te kunnen zijn.’).

Over een mollig meisje dat in een zwaan verandert, die de ene jongen na de ander verslijt en na haar eerste liefdesverdriet besluit nooit meer iemand zo dichtbij te laten komen. Een meisje dat vmbo-k advies krijgt, maar uiteindelijk twee universitaire studies zal afronden. Van wie de juf aan haar in Nederland geboren moeder vraagt: ‘Begrijpt u wat ik zeg?’

Yurdakul, terwijl ze de versgebakken cake op tafel zet: ‘Toen ik na twee jaar brugklas een definitief vwo-advies kreeg, ben ik naar de basisschool teruggegaan om dat aan die juf te laten zien. Het is de eerste overwinning op mezelf geweest, daar is het streberige wel begonnen. Maar goed: achteraf is alles een mooi verhaal. Al heeft het me wel ergens gebracht, die onderschatting was natuurlijk vooral vervelend.’

Jouw vriend Ergun zei: ‘Dilan is net Cruijff, elk nadeel heeft z’n voordeel. Niets is voor niets, het negatieve wordt omgezet in iets goeds. Al haar GTST-geld heeft ze uitgegeven aan therapeuten om zo haar shit op te kunnen lossen, maar ze heeft ook gedacht: hier kan ik ooit nog weleens iets mee.’

‘Ik heb wel altijd voorvoeld dat alle tijd die ik in therapie stak me iets zou opleveren, ja. De depressies zorgden voor stilstand, terwijl ik dóór wilde. In coronatijd was het voor veel mensen een schok dat ze ineens niet meer de regie hadden over hun eigen leven, dat er geen afleiding van buiten meer was. Ik kon juist heel makkelijk schakelen, wist allang hoe het voelde als je ineens met jezelf wordt geconfronteerd en daar niet voor kunt weglopen.’

Wat is de beste les die je uit al die therapieën opdeed?

‘Ik heb erdoor ingezien dat ik in de buitenwereld een masker droeg. Ik hield het beeld in stand dat ik een harde, stoere tante was, succesvol bovendien. Maar mijn binnenwereld was kapot; daar zat het meisje dat geen aandacht kreeg van haar moeder, dat zich lelijk en niet goed genoeg voelde. En als wat je voelt niet op een lijn zit met wat je naar buiten toe uitstraalt, raak je op den duur verpletterd.’

Hap cake: ‘Maar goed, er zaten veel charlatans bij, hoor. Tekentherapie, dat sloeg echt nergens op. Mindfulness werkte ook niet voor mij. Er wordt in die wereld veel misbruik gemaakt van het feit dat mensen houvast zoeken.’

Over jezelf lelijk voelen: op een gegeven moment ontwikkel jij een obsessie met je uiterlijk. Je kijkt zo vaak in de spiegel dat het ook je docenten opvalt.

‘Ik vond altijd iedereen mooi, behalve mezelf. In dat spiegelbeeld zocht ik naar wat anders was aan mij. Mijn lijf te mollig, mijn haren te donker, die bakkebaarden te prominent.’

In Maskerziel schrijf je: ‘Het lichaam is nooit af, het is nooit sterk genoeg, nooit slank genoeg.’ Je gaat op je eten letten en heel veel sporten: dat is een bekende vorm van controle zoeken.

‘Als ik moe of gestresst ben, kan dat gevoel van mezelf te dik vinden nog steeds opspelen. Het zit heel diep. De controle over mijn gewicht heeft me namelijk ook veel gegeven. Ineens was ik niet meer dat dikke meisje, maar vonden jongens me knap en merkte ik wat schoonheid kon doen.’

Het gaf je macht.

‘Als je in een stressvolle omgeving opgroeit, verstoort dat je hormoonhuishouding en ga je ook minder dopamine aanmaken, terwijl je dat nodig hebt om je goed te voelen. Door te sporten, hard te werken of seks te hebben, komt er dopamine vrij. Toen ik dat las, begreep ik beter waarom die dingen zo’n verslaving zijn geworden.’

Grijnzend: ‘Ik ben ook bij zo’n AA-club voor seks- en liefdeverslaafden geweest. Als ik een relatie had, zocht ik nog steeds bevestiging buiten de deur. En dat spel van veroveren ging natuurlijk ook over macht. Het was niet zo dat de penetratie mij nou zó gelukkig maakte; seks was eerder een vlucht geworden. Dus toen zat ik daar: ‘Hallo, ik ben Dilan en ik ben seks- en liefdeverslaafd.’ ‘Hallo Dilan!’ Maar al vrij snel dacht ik: nee, zo erg is het bij mij niet.’

Je hebt wel veel harten gebroken, denk ik.

‘Ja, ik heb veel relaties abrupt verbroken en nooit meer iets laten horen. Terwijl ik altijd heel loyale partners zocht, mannen die mij niet zouden verlaten, op het ziekelijke af. Dus ik heb veel puin achtergelaten. Toevallig zei ik het laatst nog tegen Ergun: met sommigen zou ik misschien nog eens moeten praten. Tegelijkertijd is mijn trots daarvoor een beetje te groot, geloof ik.’

Ik begreep dat je huidige relatiestatus ‘ingewikkeld’ is.

‘Ik merkte dat bepaalde ingesleten patronen bij mij nog steeds leidend zijn. Zoals het zoeken naar bevestiging en veiligheid die een partner me zou moeten geven. Mijn vriend en ik houden veel van elkaar, maar zijn er na drie jaar ook nogal moe van geworden. We zoeken nu naar een nieuwe vorm van samen zijn.’

Wat niet geholpen zal hebben in je zelfbeeld is de kritiek die jouw moeder had op je uiterlijk. Toen je in GTST speelde, de soap waar zij altijd naar keek, zei ze alleen maar dat je dikker leek op tv, dat je eyeliner scheef zat en dat je monotoon sprak.

‘Ik weet inmiddels dat mijn moeder ook niet tevreden was over zichzelf. Zij geloofde echt dat dunne mensen gelukkiger zijn. Ik ben heel lang boos op haar geweest, maar uiteindelijk begreep ik haar frustratie. Zij wilde net als ik een vrij leven, uitgaan, van alles ontdekken. Maar toen ze op haar 19de met mijn vader ging samenwonen, werd ze zwanger van mij. Waardoor haar leven, dat eigenlijk nog maar net écht was begonnen, meteen weer tot stilstand kwam.

‘Van een gevangen puber naar een gevangen moeder, zeg ik in Alter. Ze heeft haar gefnuikte verlangens op mij botgevierd, maar dat ziet ze inmiddels zelf ook. Hard oordelen over anderen is een mechanisme om niet naar jezelf te hoeven kijken.’

Je hebt haar bij de presentatie het eerste exemplaar van je boek uitgereikt.

‘Ze was heel bang voor wat ik zou schrijven, maar heeft het inmiddels drie keer gelezen. Eerder begreep ze nooit waarom mijn werk zo persoonlijk was, maar dankzij het boek snapt ze dat het mijn eigen verhaal overstijgt.’

Jouw moeder heeft excuses gemaakt voor haar gedrag. Had je daar iets aan?

‘Ja, ik geloof in het uitspreken ervan en de kracht van vergeving. Al had ik er tien jaar geleden meer aan gehad; ik heb ook geleerd achter haar te kijken. Tot mijn 25ste vond ik haar vooral een kutwijf, vond ik dat haar enige taak als moeder was mij het gevoel geven dat ik een tof mens ben. Maar nu zie ik dat haar onvermogen sterker was dan haarzelf. Als je zelf zo vastzit, kun je een ander ook niet geven wat die nodig heeft. Ze heeft uit angst veilige keuzes gemaakt, zoals bij een man blijven die er bijna nooit was, omdat hij zich omhoog wilde werken. Voelen dat je zelf ook veel meer in je mars hebt, maar dat niet durven ontplooien. Nu is ze 53, alleen, en zegt ze: ‘Ik heb altijd gedroomd van vrijheid, maar nu ik het heb, beangstigt het me.’ Ik ben blij dat we samen inmiddels over dat soort dingen kunnen praten, ik heb met mijn moeder echt een werdegang gemaakt.’

Voel je je inmiddels goed genoeg?

‘Pas sinds een paar jaar, nadat ik mijn eigen weg ben ingeslagen, de macht minder buiten mijzelf om heb gelegd. Ik maak mijn eigen voorstellingen, schreef een boek. In dit vak begin je vanuit je ego: gezien willen worden, willen meetellen. Maar inmiddels heb ik losgelaten wat ‘succes’ betekent. Ik hoorde daarin altijd de stem van mijn vader. Hij vindt: succes is prijzen winnen en voor uitverkochte zalen spelen. Terwijl ik liever voor een halflege zaal iets maak dat écht mooi is.’

Jij hebt al jaren volop werk, maar maakte drie jaar geleden alsnog je studie af, om je familie te pleasen. Als je vervolgens tegen je vader zegt dat je desondanks zal blijven acteren, antwoordt hij, volgens je boek: ‘Een zielige kunstenaar ga je worden, met een depressie en sigaretten.’

‘Het achtervolgde mij ook, dat die studie niet afgerond was. Ik wil het dan tóch doen, om in elk geval die stem in mijn hoofd te smoren. Toevallig sprak ik er gisteren nog met mijn vader over; dat als ik minder kaarten verkoop, ik meteen hém hoor. Waarom heeft hij mij zo zelfstandig opgevoed, terwijl hij zichzelf als kind aan zijn lot overgelaten heeft gevoeld? Zijn eigen ouders begrepen niet dat hij als zzp’er wilde werken terwijl je in Nederland ook een vaste baan kunt krijgen. En nu zegt hij tegen mij dat ik bij een vast gezelschap moet gaan spelen, dat je dan pas écht meetelt als acteur.’

Jij maakt solovoorstellingen.

‘Ja, maar pas als je Carré uitverkoopt, ben je goed bezig. Dat is hoe hij denkt. Het enige wat ik van hem nodig heb, is liefde en vertrouwen, maar ik wacht nog steeds op zijn eerste compliment. ‘Met zulke ouders heb je geen vijanden nodig’, zei ik vroeger altijd.’

Nog even hoe je bij GTST kwam...

Meteen: ‘Hoe kwam ik daar? Ze zochten Túrken!’

Op school werkte het kennelijk tegen je, maar daar was je afkomst dus weer een voordeel?

‘Ik werd gebeld door het castingbureau, dat ze een vaste rol in een serie voor me hadden. Dat GTST specifiek om een Turkse actrice had gevraagd, werd er niet bij gezegd. Terwijl ik vind: laten we daar gewoon eerlijk over zijn.’

Voor jouw hoofdrol in de speelfilm over de toeslagenaffaire hoefde je geen auditie te doen.

‘Nee, de grootste rol uit mijn carrière en ik kreeg hem gewoon, terwijl ik de regisseur niet kende. Maar goed, ook daar zochten ze een Turkse actrice, en die zijn er niet zoveel, hè. En waarschijnlijk wisten ze dat ik al langer met onrecht en woede bezig was.’

Yurdakul maakte een voorstelling over Hümeyra, het Turks-Nederlandse meisje dat in 2018 door haar ex-vriend Bekir E. wordt vermoord. Meer dan dertig keer had ze tevergeefs de politie gebeld, omdat haar uiteindelijke moordenaar haar stalkte en mishandelde. Voor Videoland ontwikkelde Yurdakul de serie Bonnie & Clyde, die is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de Turkse Enise B., die met haar Braziliaanse vriendje op rooftocht door Nederland ging. Volgens Yurdakul: een meisje dat een ingewikkelde relatie met haar moeder had en uiteindelijk via de schande, het besmeuren van de familienaam, losbrak.

Vrouwen die niet gezien en niet gehoord worden, zijn wel een rode draad in jouw (werkende) leven.

‘Ik geef ze alsnog een stem, ja, dat klopt wel. Het gekke is dat ik heel lang niet met vrouwen heb kunnen opschieten. Ze deden me allemaal aan mijn moeder denken. Het is de vrouwen in onze familie niet gelukt om heel solidair te zijn. Mijn moeder heeft altijd het gevoel gehad dat mijn oma haar liever niet had gewild. Dus ik heb me afgevraagd hoe ik dat zelf ga doen, als ik ooit moeder zou willen worden. Ik ben er lang bang voor geweest, maar ik denk nu dat ik dat inmiddels wel aan kan. En het is fijn om te zien dat wij vrouwen in de familie naar elkaar toe beginnen te trekken.’

Jij wordt dus zelf inmiddels wel gezien en gehoord, zowel in je privé- als werkende leven. Heeft dat gebracht wat je ervan hoopte?

‘Dat mijn moeder dat nu doet, heeft me zeker rustiger gemaakt. En ik was ervan overtuigd dat mijn vader me zou onterven zodra hij het boek had gelezen, maar hij appte: ‘Helende roman heb je geschreven!’’

Na drieënhalf uur praten staat ze op, de relatietherapeut wacht. Terwijl ze haar sleutels pakt: ‘Dat ik in mijn werk dingen voor elkaar heb gekregen, maakt dat ik met meer trots ergens naar binnen stap. Ik heb het gedáán, en dat neemt niemand me meer af. Ik bedoel: daar aan de muur heb ik de affiches van mijn voorstellingen ingelijst, en dat ziet er misschien stom uit, maar het is ook om mezelf daaraan te herinneren. Ik ben heel lang heel boos geweest, en dat ben ik gelukkig niet meer. Echt hoor, het is zo vermoeiend, dat boos zijn.’

Credits

Stylist: Analik Brouwer
Make-up en haar: Britt Breider (House of Orange)
Assistent: Kaï Humpleby
Locatie: Studio Slijper, Amsterdam

Cv Dilan Yurdakul

12 september 1991 Geboren in Amsterdam.

Opleiding Europese studies en Duitse taal en cultuur, aan de Universiteit van Amsterdam.

2011 Solo Bekentenis van een jong meisje, rol in tv-film De hoer en het meisje.

2012-2019 Aysen Baydar in GTST.

2015 Schrijft en speelt met Camilla Meurer theatervoorstelling Dorian Gray.

2016 Toneelvoorstelling Sneeuw met NTGent, deelnemer De slimste mens.

2017 Maakt muzikale bewerking van Carmen.

2019 Solovoorstelling Door de schaduw heen bij theatergezelschap Likeminds, bij NT Gent in Wie is bang?.

2020 Speelt in de toneelbewerking Wees Onzichtbaar bij theater Rast.

2021 Bedenker, showrunner, hoofdrolspeler serie Bonnie & Clyde.

2022 Solovoorstelling Niet gezien, niet gehoord, telefilm Good Bad Girl.

2023 Tom op de boerderij bij Suburbia, deelname aan Hunted Vips.

2024 Solovoorstelling Alter, Maskerziel verschijnt bij uitgeverij Meridiaan, hoofdrol in speelfilm De jacht op Meral Ö, die komend najaar in première gaat.

Dilan Yurdakul woont in Amsterdam en heeft een latrelatie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Weekendverhalen

Als twee druppels water? Hoe we dubbelgangers zien – en hoe je die kunt vaststellen

Doorgaans weldenkende mensen zijn massaal de fuik van Wilders ingezwommen

Wie wonen er in de Valley, die opvallende torens op de Zuidas? ‘Alsof heel Amsterdam-Zuid in één gebouw is gezet’

Source: Volkskrant

Previous

Next