Home

Kunstenaar Isaac Julien ziet overal de schoonheid van in: ‘Waarom zouden bepaalde onderwerpen niet mooi mogen zijn?’

Kunstenaar en filmmaker Isaac Julien bekijkt de wereld nog altijd als de schilder die hij voorheen was. Met zijn films probeert hij kijkers hetzelfde genot te laten voelen. Waar vindt de Engelsman zoal schoonheid in zijn dagelijks leven?

Interviewer en fotograaf stonden klaar. Het onderwerp had zich voorbereid, en zijn vaste Amsterdamse galerie Ron Mandos in Amsterdam stelde een ruimte beschikbaar. Toch ging onderstaand interview bijna niet door. Het was namelijk bij kunstenaar Isaac Julien (64) niet helemaal doorgedrongen dat een fotoshoot een vrij essentieel onderdeel is van de productie. En op de foto wilde hij niet. Want: niet de juiste kleren bij zich, geen visagist, en misschien ook niet zo veel vertrouwen in een fotograaf die hij niet zelf heeft uitgekozen? ‘Hopelijk geeft dit niet te veel problemen’, zegt de Brit beleefd-verontschuldigend, wanneer is besloten het interview op hoop van zegen (lees: de toverkunsten van de fotoredactie) toch te doen. ‘Normaal gesproken bereid ik me zowel praktisch als mentaal goed voor op zo’n shoot.’

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten. 

Dat Julien het belangrijk vindt om mooi op de foto te staan is misschien niet verrassend, als je naar zijn films en video-installaties kijkt die op dit moment te zien zijn in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Die hebben, zoals de Volkskrant-recensent opmerkte, een hoog glitter- en glamourgehalte. Neem de film Looking for Langston uit 1989, vol beeldschone mannen die in smetteloze smokings met elkaar dansen, en met hun perfect gebeeldhouwde lichamen verstrengeld in bed liggen. Of neem Lessons of the Hour, een installatie uit 2019 waarin het wemelt van de fluwelen jasjes, weelderige hoepelrokken en wapperende paardenmanen. Iedere scène lijkt een tot leven gekomen schilderij.

Gefrustreerde schilder

‘Diep van binnen ben ik gewoon een gefrustreerde schilder’, zei Julien in 2013 in een interview met de Britse krant The Guardian. Hij studeerde schilderkunst aan de prestigieuze kunstacademie Central Saint Martins in Londen en verruilde begin jaren tachtig zijn penseel voor een super-8-camera. Als we hem begin maart spreken is van frustratie weinig te merken. Wel bekijkt hij de wereld nog steeds als een schilder, zegt hij: ‘Los van wat ze afbeelden, gaan schilderijen ook over het genot van kijken naar schoonheid. Over de poëzie van licht, penseelstreken, kleuren. Ik noem dat lyrisch. Zoiets probeer ik ook op te roepen met mijn films.’

Sir Isaac Julien, zoals hij zich tegenwoordig mag noemen, werd in 1960 geboren in Londen als zoon van migranten van het Caribische eiland St. Lucia. Zijn eerste film, Who Killed Colin Roach? (1983), was een rauwe verkenning van de nasleep van de dood van een 21-jarige zwarte man, die werd vermoord door een politiekogel. Sinds eind jaren tachtig is zijn werk dromeriger en poëtischer. En mooier, dus. Onder die schoonheid snijdt hij nog steeds zware maatschappelijke thema’s aan zoals homofobie, koloniale roofkunst en racisme.

Heel persoonlijk

De overstap van schilderkunst naar film, jaren geleden, legde hem bepaald geen windeieren. Vorig jaar stond Julien volgens het blad Art Review op nummer vijf in een lijst van de invloedrijkste personen in de kunstwereld. In 2022 werd hij om zijn ‘bijdrage aan diversiteit in de kunsten’ geridderd door de toenmalige Britse koningin. Vandaar de ‘sir’ voor zijn naam.

Mensen vragen hem vaak of dat nou wel samengaat, de schoonheid en glamour van zijn beelden, en de serieuze onderwerpen die door die glitterende laag heen schemeren. Zelf ziet Julien het probleem niet zo: ‘Blijkbaar heb je dan een strikt idee van welke onderwerpen mooi mogen zijn, en welke niet. Voor mij is die scheiding er niet.’ Zijn kunstwerken, aldus de kunstenaar, komen van een heel persoonlijke plek. Vorm en inhoud, schoonheid en lelijkheid, verleiding en verdieping zijn daar niet gescheiden.

Filmmaker: Derek Jarman (1942-1994)

‘Ik weet nog goed dat filmmaker Derek Jarman langskwam op de kunstacademie waar ik begin jaren tachtig studeerde. Zijn films maakten veel indruk op me en hebben veel invloed gehad op mijn vroegere films. Vooral Jarmans Caravaggio, een film als een levend schilderij, over het leven van de Italiaanse barokschilder. En Edward II, over koning van Engeland Edward II (1307-1327) en zijn relatie met vriend Piers Gaveston. Er zit iets heel politieks in Jarmans films, in die zin dat hij thema’s als homofobie aankaartte, tegelijkertijd zijn ze zeer interessant qua vorm. De combinatie van poëzie, experiment en activisme vind ik erg inspirerend.

Jarman overleed in 1994. Als je het mij vraagt is hij zwaar ondergewaardeerd, daarom heb ik in 2008 een tentoonstelling met zijn werk gecureerd in de Serpentine Gallery in Londen. Samen met Tilda Swinton, zijn muze, maakte ik ook een film over hem. Sindsdien zijn er heel goede tentoonstellingen over zijn werk geweest, onder andere in Ierland. Maar in Londen is er na die tentoonstelling die ik over hem maakte geen enkele meer geweest. Dat vind ik wel teleurstellend.’

Film: Oppenheimer (2023)

‘Dit is waarschijnlijk de witste film die ik in lange tijd zag, in die zin dat alle hoofdrolspelers wit zijn. De film gaat bovendien over een periode in de geschiedenis waarin het met de verhoudingen tussen mannen en vrouwen nog niet zo best gesteld was. Toch vond ik deze grote winnaar van de Oscars van 2024 heel opwindend, vooral vanwege de technische en stilistische keuzes.

Ik vind het knap hoe regisseur Christopher Nolan heen en weer springt tussen momenten in de tijd, en hoe hij daarvoor verschillende filmische middelen inzet. Er zit een soort siddering in het beeld en het geluid, elke keer als zo’n sprong plaatsvindt. Die siddering komt doordat de film af en toe wisselt tussen zwart-wit en kleurenbeelden, en tussen verschillende filmformaten, van het hele brede 70 millimeter-formaat naar de beeldverhouding 4 bij 3, bijna vierkant. De soundtrack versterkt die wisselingen. Los daarvan vind ik het grappig dat een film over kwantumfysica zo’n massapubliek kan bereiken. Er zijn niet veel regisseurs die dat voor elkaar krijgen.’

Muzikant: James McVinnie

‘James McVinnie is een jonge Britse pianist, organist en componist. Hij is een geweldige muzikant, echt virtuoos. Ik luister vooral graag naar zijn knappe uitvoeringen van de minimalistische muziek van Philip Glass.

Afgelopen zomer was ik bij een concert van hem in Londen, dat was een ongelooflijke ervaring. Het was bij Bold Tendencies, een cultureel centrum op de zevende verdieping van een parkeergarage in de wijk Peckham, in het zuidoosten van de stad. McVinnie speelde Études for Solo Piano, die reeks bekende composities van Philip Glass met veel ritmische herhalingen. Terwijl hij speelde hoorde je op de achtergrond het verkeer en het gerommel van de stad. Spannend en verfrissend.’

Modehuis: Comme des Garçons

‘Ik heb al zo’n dertig jaar een liefdesaffaire met het Japanse Comme des Garçons. Binnenkort ga ik naar Japan voor een tentoonstelling, en ik weet nu al dat ik daar helemaal zal losgaan met winkelen.

Wat ik geweldig vind aan Comme des Garçons, en trouwens ook aan andere Japanse modehuizen als Issey Miyake en Yohji Yamamoto, is dat hun kleding avant-garde is, en toch praktisch. De silhouetten zijn vaak nogal conceptueel, toch is de kleding ook heel draagbaar. Alles ziet er chic uit en tegelijkertijd hebben de ontwerpen een punkrock, doe-het-zelf-randje. Er zijn trouwens ook wel jongere labels die dat hebben. Een van mijn recente ontdekkingen is het modemerk Nu uit Istanbul, daar zie je ook van die bijzondere silhouetten. Ze zijn dan ook geïnspireerd door Japanse mode.’

Stad: San Francisco

‘Sinds een aantal jaar woon ik in Santa Cruz, dat is zo’n anderhalf uur rijden van mijn favoriete stad San Francisco. Ik hou vooral van San Francisco vanwege de geweldige ligging: vlak bij prachtige natuur en vlak bij de zee. Mijn andere favoriete stad, Rio de Janeiro in Brazilië, heeft zo’n zelfde bijzondere ligging.

Op cultureel gebied vind ik San Francisco ook interessant. Voor kunst moet je in de Verenigde Staten vooral in Los Angeles of in New York zijn – hoewel New York eigenlijk een dode stad is, een soort showroom. In San Francisco zit je niet in het hart van de kunstwereld, wel zit je dicht bij de bron van nieuwe ideeën. Berkeley is er vlakbij, de beroemde universiteit waar onder anderen filosoof Judith Butler werkt, en de Universiteit van Santa Cruz waar ik zelf lesgeef en waar belangrijke denkers zitten zoals Donna Haraway, Anna Tsing en Karen Barad. Stuk voor stuk hebben zij vernieuwende ideeën op het gebied van gender, identiteit, feminisme en ecologie.’

Tentoonstelling: Ulysses Jenkins in het Hammer Museum

‘Als het om videokunst gaat zie ik mezelf als een soort encyclopedie, er is niet veel dat aan mijn aandacht ontsnapt. Maar van videokunstenaar Ulysses Jenkins, inmiddels 78 jaar oud, had ik nog nooit gehoord. Zijn overzichtstentoonstelling in 2022 in het Hammer Museum in Los Angeles blies me van m’n sokken.

Het werk van Ulysses Jenkins doet een beetje denken aan de afrofuturistische kunstenaar en muzikant Sun Ra. Het is rauw en futuristisch. Echt een ontdekking. Maar het was vooral de waanzinnig mooie presentatie van de kunstwerken die indruk op me maakte. De tentoonstelling gaf een overzicht van kunstwerken uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. Er was veel archiefmateriaal, veel oude video’s en foto’s, dat is niet het makkelijkste om in een tentoonstelling te laten zien. Hier was dat heel goed gedaan, in een ontzettend mooi en gedurfd tentoonstellingsontwerp, met onder andere knalpaarse muren.’

Restaurant: Quince in San Francisco

‘Een tijdje geleden at ik voor mijn verjaardag bij dit restaurant van Michael en Lindsay Tusk. Chef-kok Michael Tusk staat erom bekend dat hij vooral kookt met lokale ingrediënten van het seizoen, ook hier is dat zo. Het restaurant heeft zelfs een eigen boerderij.

Quince heeft een tiengangenmenu dat per dag wisselt, met zoveel mogelijk lokaal geproduceerde ingrediënten. De keuken is Italiaans-geïnspireerd. Wat ik precies heb gegeten, herinner ik me eerlijk gezegd niet meer, daarvoor waren tien gangen een beetje te veel. Ik weet wel dat de hele restaurantervaring uitzonderlijk was. Alles, van de gerechten op het bord tot het interieur, was zorgvuldig uitgezocht. Zoveel oog voor detail maak je maar zelden mee.’

Gebouw (1): Niterói Contemporary Art Museum

‘Ik heb twee favoriete gebouwen die eigenlijk een beetje elkaars tegenpolen zijn. Allereerst: het Contemporary Art Museum van architect Oscar Niemeyer in Niterói, een voorstad van de Braziliaanse stad Rio de Janeiro. Het is een spektakel van een gebouw, gelegen op een prachtige plek met uitzicht op zee. Het lijkt een beetje op een ufo die op een cilinder staat, als een bloem op een steel. Een rode kronkelende trap leidt ernaartoe. Zoals veel gebouwen van Oscar Niemeyer heeft het een retro-futuristische uitstraling waar ik erg van hou, het is een soort versie van de toekomst zoals ze die in de jaren vijftig voor zich zagen. Al opende dit gebouw in 1996.’

Gebouw (2): Sesc Pompéia, São Paulo

‘Mijn andere favoriete gebouw is van de Braziliaanse architect Lina Bo Bardi. Zij had een totaal andere visie op architectuur dan Niemeyer. Waar zijn ontwerpen spectaculair, overweldigend en afstandelijk zijn, ontwierp Bo Bardi juist ruimten met hun sociale en gebruiksfunctie in gedachten. Mensen waren voor haar essentieel om een gebouw tot leven te wekken.

Mijn favoriete ontwerp van haar is Sesc Pompéia in een arbeiderswijk in São Paulo, ook in Brazilië. Ze restaureerde daar in 1986 een voormalige fabriek en bouwde deze om tot een cultuur- en sportcentrum. Haar doel was om een gebouw te ontwerpen dat mensen van allerlei achtergronden uitnodigt om er gebruik van te maken en om elkaar te ontmoeten. Ze deed dit onder andere met een bijzondere theaterzaal, waarbij het podium pontificaal in het midden tussen de zitplaatsen staat. Als publiek zit je zo heel dicht op de acteurs. Hoe indrukwekkend de gebouwen van Niemeyer ook zijn om te zien, die sociale betrokkenheid van Bo Bardi vind ik eigenlijk nog veel indrukwekkender.’

Cv Isaac Julien

21 februari 1960 Geboren in Londen, Engeland.
Studeerde beeldende kunst en film aan Central Saint Martin’s School of Art in Londen en Les Entrepreneurs de L’Audiovisuel Europeen (EAVE) in Brussel.
1983 Mede-oprichter van Sankofa, een collectief van zwarte Britse filmmakers.
1983 Who Killed Colin Roach?, eerste korte film.
1991 Speelfilmdebuut Young Soul Rebels, wint de Semaine de la Critique-prijs op het Filmfestival van Cannes.
2002 Neemt deel aan de internationale tentoonstelling Documenta 11 in Kassel, Duitsland.
2013 Ten Thousand Waves, solotentoonstelling in Museum of Modern Art (MoMA), New York.
2017 Exposeert in het ‘Diaspora paviljoen’ op de 57ste Biënnale van Venetië met zijn video-installatie Western Union, Small Boats.
2018 Bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Californië, Santa Cruz, Verenigde Staten. Richt hier samen met zijn partner Mark Nash, curator en filmmaker, het Moving Image Lab op.
2022 Geridderd door koningin Elizabeth II.
2023 – 2024 Eerste grote overzichtstentoonstelling What Freedom is to Me is na elkaar te zien in onder meer Londen, Düsseldorf en Maastricht.

Isaac Julien woont afwisselend in Londen en Santa Cruz, Californië.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next