Home

Tegenstanders van omstreden wet in Georgië: ‘Dit gaat om wie wij zijn als natie: horen we bij Rusland of Europa?’

Georgië Een nieuwe wet tegen ‘buitenlandse agenten’ legt een bom onder Georgië’s toetreding tot de EU – precies zoals het Kremlin wil. Tijd dat Europa inziet wat hier op het spel staat, waarschuwen drie tegenstanders van de wet.

‘De Russische wet’, noemen demonstranten in Tbilisi de nieuwe Georgische wetgeving tegen ‘buitenlandse agenten’. De wet is ontworpen naar Russisch model en dient een doel van president Poetin: Georgië buiten de EU houden.

Volgens de wet, die afgelopen dinsdag door het Georgisch parlement is aangenomen, moeten ngo’s en mediaorganisaties die meer dan 20 procent van hun financiering uit het buitenland ontvangen, zichzelf registreren als organisaties „die de belangen van een buitenlandse macht dienen”. In het zwaar van buitenlandse hulp afhankelijke Georgië geldt dat voor vrijwel alle van dit soort organisaties.

Regeringspartij Georgische Droom, opgericht door pro-Kremlin oligarch Bidzina Ivanisjvili, stelt dat de wet er is voor meer ‘transparantie’. Onzin, zeggen critici, want Georgië beschikt al over wetgeving die inzicht in de financiering van ngo’s biedt. Eerder lijkt de wet dan ook bedoeld om in de aanloop naar de Georgische parlementsverkiezingen van oktober een hetze te ontlokken tegen pro-Europese organisaties die kritisch zijn op Georgische Droom, of om te voorkomen dat media met onthullingen over corruptie rond de regering naar buiten komen.

Zo kan iedereen, zelfs anoniem, een ‘tip’ aan het ministerie van Justitie sturen om een ‘verdachte’ organisatie aan te wijzen. Komt er een onderzoek, dan krijgt de overheid toegang tot „de nodige informatie, inclusief persoonlijke data”. Wie zich niet aan de registratieplicht houdt, kan een boete krijgen van 25.000 Georgische lari (8.500 euro). De vrees onder demonstranten is dat hier later zwaardere (cel-)straffen bij kunnen komen, precies zoals ook in Rusland een in 2012 ingevoerde wet tegen ‘buitenlandse agenten’ steeds verder werd uitgebreid.

Het begrip ‘buitenlandse agent’, dat ook in een eerdere versie van de Georgische wet stond, roept in voormalig Sovjet-landen duistere herinneringen op, want het is precies de term waarmee de Sovjet-Unie opposanten beschuldigde van spionage, om hen vervolgens uit de weg te ruimen. In Georgië, dat in 1991 onafhankelijk werd, wil bijna niemand terug naar dat verleden: 89 procent van de Georgiërs steunt toetreding tot de EU, aldus een peiling vorig jaar.

De Georgische president Salome Zoerabisjvili noemde de wet „Russisch in geest en essentie” en sprak zaterdag haar veto ertegen uit. Dat is vooral symbolisch, want Georgische Droom beschikt samen met een verwante partij over een parlementaire meerderheid en kan het veto daarmee terzijde te schuiven – en zal dit naar verwachting ook doen.

Als de wet echt van kracht wordt, zo waarschuwde de Europese Commissie, zal dit Georgië’s toetreding proces tot de EU (het land werd in december 2023 kandidaat-lid) „negatief beïnvloeden” – precies zoals Poetin wil. Tegenstanders van de wet gaan daarom al meer dan veertig dagen massaal de straat op om te laten zien: wij willen bij Europa horen, niet bij Rusland. NRC ging met drie van hen – twee Georgiërs en één gevluchte Russin – in gesprek.

Giorgi Kikonisjvili was net een paar jaar uit de kast toen hij in 2013 meedeed aan een mars in Tbilisi voor de internationale dag tegen homofobie. „We waren met zo’n vijftig mensen en zijn door duizenden tegenstanders in elkaar geslagen”, zegt hij terwijl hij een sigaret opsteekt in zijn met roze lampen verlichte kantoor. „Dat was de dag dat ik tegen mezelf zei: wij laten ons niet wegjagen. We gaan deze samenleving veranderen.”

Kikonisjvili sloot zich aan bij meerdere lhbti-organisaties, waaronder het kunstplatform Creative Collective Spectrum, waarvoor hij nu werkt. Hij en zijn mede-activisten deden aan voorlichting, brachten een boek uit over de rol van queers in Georgische kunst en literatuur en organiseerden razend populaire techno-feesten in nachtclub Bassiani. „Dat heeft gewerkt”, zegt Kikonisjvili. „Een recent onderzoek van de Raad van Europa toont aan dat bijna de helft van de Georgiërs nu vindt dat lhbti’ers mogen demonstreren. Tien jaar geleden had die groep mensen in dit kamertje gepast.”

Maar het werk van Georgische lhbti-organisaties is financieel afhankelijk van buitenlandse donoren, waaronder de Nederlandse overheid. „Dat betekent dat we voortaan bij alles wat we zeggen of publiceren moeten vermelden dat we ‘buitenlands agenten’ zijn”, zegt Kikonisjvili. Hij barst in lachen uit. „Dat gaan we mooi niet doen.”

Daarmee riskeert de activist boetes en, zo vreest hij, in de toekomst mogelijk een celstraf. „Maar het ergst is het stigma”, zegt hij. „We hebben al die jaren gevochten om aan te tonen dat lhbti’ers juist onderdeel zijn van Georgië, en nu zet de regering ons weer neer als westers exportproduct. Zo van: de VS exporteren lhbti’ers zodat wij minder kinderen krijgen en onze natie verzwakt raakt. Dat narratief komt rechtstreeks uit de koker van het Kremlin.”

Gevraagd waarom niet alleen Rusland, maar ook andere autoritaire regimes wereldwijd zich steeds obsessiever tegen de lhbti-gemeenschap keren, heeft Kikonisjvili meteen een antwoord klaar. „Omdat we ons niet laten domineren”, zegt hij. „Als lhbti’er groei je op buiten de norm. Je leven zelf is een vorm van rebellie. Voor dat type persoon zijn autoritaire regimes bang. En terecht.”

Kikonisjvili put hoop uit het feit dat nu ook honderdduizenden andere Georgiërs in opstand komen. „Dit is de strijd van David tegen Goliath. Het lijkt fictie maar is werkelijkheid, en dat is prachtig om te zien”, zegt de activist, wiens vader in de jaren negentig gedood werd door Russische soldaten die de Georgische regio Abchazië binnenvielen. „Deze protesten draaien niet alleen om die wet, maar om de strijd tussen een dode politieke cultuur en de geboorte van iets nieuws. Dit gaat om wie wij zijn als natie: hoort Georgië bij Rusland of Europa?”

In die cultuurstrijd zal de regering lhbti’ers volop blijven gebruiken als schietschijf, weet Kikonisjvili. Afgelopen vrijdag al gebruikte de regering een jaarlijkse demonstratie tegen lhbti’ers als krachtmeting met de pro-EU-demonstranten. Niet voor niets vindt deze ‘Familie Puurheidsdag’ ieder jaar plaats op 17 mei, de internationale dag tegen homofobie.

Maar zoals Kikonisjvili zich op die dag elf jaar geleden niet liet wegjagen, zo is hij nu ook vastbesloten stand te houden. „Wij gaan nergens heen”, zegt hij. „Als we nu toegeven aan angst en Georgië ontvluchten, is al ons werk voor niets geweest. Dat is mijn ergste nachtmerrie.”

Parlementariër Levan Khabeisjvili zit in zijn kantoor met een gebroken neus. Hij laat een filmpje zien van in zwart geklede agenten die op hem intrappen tijdens één van de recente betogingen tegen de ‘Russische wet’. „Ik schoot een tiener te hulp die in elkaar geslagen werd, en werd toen zelf gepakt”, zegt hij. „Terwijl die agenten me toetakelden, filmden ze me en zeiden ze: we stoppen als je zegt dat je een lafaard bent.”

Maar de volgende dag stond Khabeisjvili alweer te speechen in het parlement, zijn hoofd ingepakt in verband. De 37-jarige geldt als één van de meest uitgesproken parlementariërs van de Verenigde Nationale Beweging (UNM), een liberale oppositiepartij die werd opgericht door Micheïl Saakasjvili, de anti-Russische oud-president van Georgië die in 2021 gevangen werd gezet. „Toen al had Europa kunnen weten wat hier te gebeuren stond”, zegt Khabeisjvili. „Als de regering een voormalig president die hier de vlag van de EU hees kan laten vastzetten, kunnen ze iedereen aanpakken.”

Het geweld komt niet alleen van de politie. „De regering sluit ook deals met vrijgelaten criminelen, die opposanten opwachten bij hun huis om hen in elkaar te slaan”, zegt Khabeisjvili, van wie een partijgenoot onlangs door vijf mannen thuis werd opgewacht en aan gort werd geslagen. „Russische tactieken”, aldus de politicus. Hij voorspelt nog veel meer van dit soort geweld nu de ‘Russische wet’ is aangenomen. „Wie het stempel ‘buitenlands agent’ krijgt, wordt vogelvrij verklaard.”

De wet dient twee hoofddoelen, zegt Khabeisjvili. Enerzijds wil regeringspartij Georgische Droom onafhankelijke media en ngo’s, met name instellingen die de democratie willen waarborgen, zodanig monddood maken dat verkiezingen gemanipuleerd kunnen worden, zoals ook in Rusland. Anderzijds moet de wet een bom leggen onder de toetreding van Georgië tot de EU. „Dat is in het belang van Poetin, die Georgië buiten de EU wil houden om te voorkomen dat de EU een corridor naar Azië krijgt”, zegt Khabeisjvili. „Deze wet draait ook om geopolitiek en miljarden dollars aan zakenbelangen.”

„De EU begrijpt heel goed dat Poetin achter de wet zit”, zegt Khabeisjvili, maar Brussel handelt volgens hem veel te traag. „De wet wordt al een jaar besproken, en in al die tijd heeft de EU geen hard signaal afgegeven over de gevolgen van de invoering.” Zulke halfslachtigheid is voor Georgiërs niets nieuws, verzucht de politicus, en kan grote gevolgen hebben. „Toen Rusland in 2008 Georgië binnenviel, moest Saakasjvili Europa wakker schudden. Dat Europa destijds niet hard optrad tegen Poetin, heeft eraan bijgedragen dat hij doorstootte naar Oekraïne.”

Khabeisjvili pleit dan ook voor sancties tegen de huidige regering en wil dat de EU zich in niet mis te verstane termen achter de anti-Kremlin-demonstranten schaart. „Deze wonden helen wel”, zegt hij, wijzend op zijn blauwe blekken. „Veel meer dan fysieke pijn, vrezen we isolatie van de beschaafde wereld.”

Een wet tegen ‘buitenlandse agenten’. Anti-westerse samenzweringstheorieën. Mannen in bivakmutsen die demonstranten in elkaar slaan. Alles waarvoor de Russische kunstenaar en activist Daria Apachontsjitsj (39) naar Georgië vluchtte, kwam haar achterna. „Het is een déjà vu”, zegt de zacht pratende vrouw in een café in Tbilisi. „Dit is precies hoe het in Rusland ging.”

In haar geliefde Sint-Petersburg doceerde Apachontsjitsj Russisch aan vluchtelingen en was ze actief in de feministische beweging. Met haar kunst, zoals het straatoptreden Vulva Ballet op de stoep van het Mariinskitheater in 2020 trapte ze tegen de macho-normen van Poetins regime. Dat kon het regime niet aan: in december dat jaar verscheen Apachontsjitsj' naam op de website van het ministerie van Justitie. De docent Russisch was vanaf nu een ‘buitenlands agent’.

Een maand later stond de politie met een kettingzaag voor haar deur om haar huis binnen te breken en naar ‘extremistisch materiaal’ te zoeken. Apachontsjitsj vluchtte kort daarna met haar gezin via Istanbul naar Tbilisi, waar ze met haar kunst de spot blijft drijven met Poetins regime. Zo zet ze op Instagram foto's van de collages die ze maakt van de rapportages over haar ‘buitenlandse geldschieters’ die ze aan het Russische ministerie van Justitie moet sturen. „Hoi ministerie, hier is je nieuwe rapportage”, luidt de tekst op één zo'n collage. „Dank voor uw aandacht en glorie aan Oekraïne.”

Maar Apachontsjitsj maakt zich grote zorgen. Georgië is niet het enige land dat Ruslands voorbeeld volgt, benadrukt ze. Ook Kazachstan, Kirgizië en de Republika Srpska (het Servische deel van Bosnië en Herzegovina) namen wetten tegen ‘buitenlandse agenten aan’. Bovendien bleek in Rusland hoezeer zo’n wet stap voor stap kan worden uitgebreid. Waar de oorspronkelijke Russische wet uit 2012 zich net als de Georgische op ngo’s richtte, kwamen hier vanaf 2019 individuen bij. En waar ‘buitenlandse agenten’ die zich niet aan de hen opgelegde beperkingen houden eerst vooral geldboetes kregen, verdwijnen ze nu de cel in en mogen ze geen politiek ambt meer bekleden.

„Mijn Georgische vrienden vragen me wat hen te wachten staat”, zegt Apachontsjitsj. „Maar wie ben ik om advies te geven? Het lijkt me duidelijk dat wij Russen gefaald hebben.” Over de Georgiërs is de Russin een stuk positiever. „De demonstraties hier zijn veel energieker en groter dan bij ons. De Georgiërs zien het gevaar op tijd, wij namen de wet in het begin onvoldoende serieus. We hadden toen nog geen idee hoe snel het mis kan gaan.”

Source: NRC

Previous

Next