Home

In mijn linkse bubbel hoor ik een hoop gekreun en gesteun over het nieuwe coalitieakkoord

Ik kan het me nog goed herinneren. Debatteren tijdens de Nederlandse les op de middelbare school. Wellicht omdat het nog niet zo lang geleden is, maar bovenal omdat ik het leuk vond. Een standpunt innemen, dit goed onderbouwen en de klas overtuigen van mijn gelijk. En ik ben niet de enige die hier plezier uithaalt.

Sterker nog, filosoof Lammert Kamphuis, eveneens hoofddocent bij de School of Life in Amsterdam, stelt dat we als maatschappij verslaafd zijn geraakt aan ons eigen gelijk. We beleven niet enkel plezier aan gelijk hebben, we houden soms krampachtig vast aan onze eigen waarheid. Er is dan niet altijd ruimte en begrip voor andersdenkenden.

Over de auteur
Bernice Franssen is beleidsadviseur bij Reable Nederland en oprichter van Mantelzorg&Jij. In de maand mei is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

We leven in een tijd waarin antipathie tussen andersdenkenden wijdverbreid is. Nu er een hoofdlijnenakkoord is van de nieuwe coalitie, hoor ik in mijn linkse bubbel in Amsterdam veel gekreun en gesteun. Er is inderdaad veel onbegrip tussen mensen: de zogenaamde wappies versus schapen, tussen mensen die pro-Israël zijn versus mensen die pro-Palestina zijn en tussen politiek rechts versus politiek links georiënteerden.

Los van uitersten is er gelukkig ook een groot maatschappelijk midden. Genoeg mensen maken ruimte voor nuance en zien de wereld niet zwart-wit. Maar wanneer twee groepen tegenover elkaar staan is wij-zij-denken meer regel dan uitzondering. ‘De ander’ wordt dan vaak gedemoniseerd. Daarbij worden problemen en misstanden gemakkelijk in de schoenen van de ander geschoven.

Partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan, hebben vaak alleen oog voor hun eigen perspectief.

In bredere zin omringen we ons vaak met gelijkgestemden. Het is per slot van rekening erg makkelijk om in een echokamer te zitten. Niemand die ons uitdaagt om onze uitlatingen nader te verklaren. Volgens mij is het de hoogste tijd om dit te doorbreken.

Wanneer we iemand tegenkomen wiens visie volledig indruist tegen de onze, proberen we diegene vaak met feiten te overtuigen. In 1975 deed de Stanford-universiteit onderzoek naar de invloed van feiten op meningen. Twee groepen kregen sets ‘zelfmoordbriefjes’, waarvan ze moesten bepalen welke echt en welke nep was. Ondanks gelijke scores van beide groepen, vertelde men de ene groep dat die bijna alles goed had en de andere dat die bijna alles fout had. In de tweede fase werd onthuld dat die informatie manipulatief was.

Daarna moesten de groepen inschatten hoe goed ze dachten te zijn. De groep die eerst was verteld dat ze succes hadden, overschatte zichzelf; de andere groep onderschatte zichzelf. Dit toonde aan dat meningen, eenmaal gevormd, standvastig blijven – ongeacht bewijs van het tegendeel. Het waren hun overtuigingen, niet feiten, die hun percepties beïnvloedden.

Stanfords onderzoek, en duizenden die hierop volgden, benadrukte de kracht van voorafgaande ervaringen bij het vormen van overtuigingen. Het illustreerde dat zelfs zonder feitelijk bewijs onze overtuigingen stevig verankerd kunnen zijn. Dit heeft verregaande implicaties voor hoe we informatie verwerken en onze wereldvisie vormgeven.

Het idee dat enkel een interpretatie van ‘pure objectiviteit’ ons leidt naar onze overtuigingen blijkt een illusie. Sterker nog, dit idee ligt ten grondslag aan het feit dat mensen – aan verschillende kanten van een debat – geloven dat hún kant de enige is die op ‘de’ waarheid berust.

Bij debatteren tijdens Nederlands is winnen vaak het doel. Je leert om je standpunt te onderbouwen en om te luisteren. En dat luisteren is vooral bedoeld om te beoordelen en te reageren. Het is wellicht waardevoller om bij het vak Nederlands goede gesprekken te leren voeren, in plaats van te leren debatteren.

Hoe luister je goed naar anderen? Niet om er direct op te reageren, maar allereerst om te begrijpen. Hoe vraag je door naar hoe en waarom anderen zien wat ze zien en niet naar wat? Laten we deze vaardigheid, ons voorstellen hoe het is om iemand anders te zijn, verder ontwikkelen. Om zaken net zo proberen te beschouwen zoals de personen die ogenschijnlijk lijnrecht tegenover ons staan dat doen.

Onze waarheid is niet ‘de’ waarheid. Niemand is vrij van aannames, interpretaties, of vooroordelen. Dit toegeven zal ons een stuk verder brengen dan anderen proberen te overtuigen van ons eigen gelijk met ‘de feiten’. Alleen als we uit onze echokamer stappen en meer luisteren naar andersdenkenden, écht luisteren, kunnen we dichter tot elkaar komen. Vanuit daar wordt het een stuk makkelijker om een ander te overtuigen.

Tot slot, zoals de Zweedse monnik Björn Natthiko Lindeblad zei: geloof niet alles wat je denkt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next