Van internationale voorloper tot nukkige bankzitter – de komst van een door uiterst rechts geleid nieuw kabinet betekent een radicale ommezwaai voor Nederlands internationale positie.
Voor de internationale partners van Nederland zal het aantreden van een kabinet-Wilders even wennen worden, zeker in Europa. Van een land dat, mede dankzij de ervaring van zijn premier, een voortrekkersrol speelt in de Europese Unie en in de internationale steun aan Oekraïne, verandert het van de ene dag op de andere tot een nukkige bankzitter die zijn internationale hulp drastisch terugschroeft, in Europa ‘zijn geld terugeist’ en een trits Europese maatregelen wil opschorten of terugdraaien.
Geert Wilders behoort al vele jaren tot de nationalistische splijtende krachten op dit continent die de Europese Unie van binnenuit trachten uit te hollen. Hij komt nu aan de macht in een tijd waarin nationalistisch-populistische krachten de wind in de rug hebben – zowel in een aantal individuele EU-lidstaten (inclusief de grote jongens) als bij aankomende Europese verkiezingen. Daarmee verandert Nederland voor nogal wat buitenlandse partners van een land dat bijdraagt aan internationale stabiliteit en democratie in een land dat deze krachten ondermijnt – al vertegenwoordigt de deelname van de VVD aan de oude en nieuwe regering een element van continuïteit.
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
De VVD en NSC zien hun eigen toetreden tot een kabinet met een radicaal-rechtse partij als een verantwoordelijke stap voor het landsbestuur, gezien de verkiezingsuitslag die de PVV de grootste partij heeft gemaakt. Maar buiten Nederland wordt daar, ook in de liberale kringen waarin de VVD vertoeft, anders tegenaan gekeken.
Valérie Hayer, fractievoorzitter van Renew (de fractie waartoe ook de VVD behoort in het Europees Parlement) sprak donderdag op X haar ‘grote zorgen’ uit over de nieuwe regering. ‘De PVV is gekant tegen alles waar wij voor staan als het gaat om waarden, rechtsstaat, economie, klimaat en natuurlijk Europa. Een compromis met extreem-rechts is niet acceptabel.’ Ook de Belgische liberaal Guy Verhofstadt ziet de VVD een ‘gevaarlijke, illiberale vergissing’ begaan.
Een van de redenen voor de Europese zorgen is dat de politieke ontwikkelingen in Nederland geen uitzondering zijn, maar een bevestiging van een nieuwe trend waarbij, juist op het moment dat Europa voor grote militaire, politieke en economische uitdagingen staat, het zichzelf van binnenuit verder verzwakt. En de acceptatie door middenpartijen van de radicaal-rechtse Wilders in het hart van de macht kan ook gevolgen hebben in andere EU-lidstaten waar politici met radicale oplossingen door onzekerheid en ontevredenheid onder burgers electorale successen behalen. ‘Europees uiterst rechts wordt mainstream’, schreef columnist Ishaan Tharoor na Wilders’ verkiezingszege al in The Washington Post.
Zo verandert Nederlands internationale positie vrij snel, en vrij radicaal – ondanks de belofte in het hoofdlijnenakkoord dat Nederland een ‘constructieve partner’ blijft in Europa. Een lange stoet ministers zal immers naar Brussel reizen met eisenpakketten die zich niet verhouden tot de spelregels van de Europese samenwerking. Van een leverancier van ideeën en praktische compromissen wordt het een querulant die aan de noodrem trekt.
Als mogelijke minister van Buitenlandse Zaken wordt de ervaren diplomaat Caspar Veldkamp (NSC) genoemd, en de VVD zal waarschijnlijk Defensie opeisen. De steun voor Oekraïne blijft volledig intact, wordt ons bezworen, en de Navo-norm om 2 procent van het bbp uit te geven aan defensie wordt zelfs wettelijk vastgelegd. Dus geen zorgen, luidt de boodschap van onder meer Tweede Kamerlid Ruben Brekelmans (VVD) – ook in de richting van Kyiv.
Of dat voldoende is om de internationale vraagtekens bij de Haagse betrouwbaarheid weg te nemen, is een open vraag. Zo zet de coalitie in op draconische bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, een instrument dat juist in deze tijd nodig is om instabiliteit in aanpalende regio’s te bestrijden. Nederland was allang geen ‘gidsland’ meer, maar verkleint nu moedwillig zijn internationale invloed.
Het belangrijkste vraagteken echter hangt boven de Nederlandse steun aan Oekraïne. Het is oorlog op het continent, en Vladimir Poetin zal met plezier toezien hoe in wéér een Europees land splijtende politieke krachten aan de macht komen die tot de dag van hun aantreden tégen hulp aan Oekraïne pleitten zolang zoveel gewone mensen moeite hebben met hun energierekening.
Of Nederland met zo’n coalitiepartner de komende jaren een voortrekkersrol kan blijven spelen in de internationale steun aan Oekraïne is zeer de vraag, al bezweert Brekelmans dat die steun ‘rock solid’ is en blijft. Financieel is er – bovenop de toezeggingen die het huidige demissionaire kabinet al heeft gedaan – weinig afgesproken in de financiële paragraaf. Dat kan later nog, natuurlijk, maar als andere optimistisch ingeboekte bezuinigingen niet genoeg blijken op te leveren, gaat Wilders dan in nationale uitgaven snijden om de steun voor Kyiv op peil te houden?
Als de nood aan de man komt, zal er trouwens wel met behulp van de oppositie een grote meerderheid blijven voor die steun – een factor die uiteindelijk ook in de VS doorslaggevend is geweest om een nieuw hulppakket erdoor te krijgen. Niettemin lijkt het er van buiten Nederland op dat Nederland stuivertje wisselt: van een speler die onderdeel is van de oplossing tot een speler die onderdeel van het probleem is door, vaak ten koste van internationale afspraken, puur nationale oplossingen te zoeken.
Wilders zei donderdag: ‘Nederland is na vandaag een ander land geworden.’ Dat zal ook buiten Nederland de conclusie zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant