Home

China koopt 63 miljard euro aan leegstaande woningen om vastgoedcrisis te verlichten

De Chinese overheid wil voor miljarden leegstaande huizen opkopen en er sociale woningen van maken, als reddingsplan voor de noodlijdende vastgoedsector. China hoopt zo de enorme leegstaande woningvoorraad weg te werken, maar experts waarschuwen dat daar veel meer voor nodig is.

De Chinese huizenmarkt verkeert al drie jaar in crisis en eerdere overheidsmaatregelen haalden weinig uit. In de eerste vier maanden van dit jaar werden 47 procent minder woningen verkocht dan een jaar eerder, en de huizenprijzen kenden vorige maand hun sterkste daling tot nog toe. De vastgoedcrisis weegt zwaar op de hele Chinese economie.

De Chinese regering stelde vrijdag een uitgebreid pakket aan maatregelen voor om de noodlijdende sector te ondersteunen. Zo werd de ondergrens van de hypotheekrente losgelaten, waardoor banken die nog meer kunnen laten zakken, en werd de verplichte aanbetaling voor een woning met 5 procent verlaagd. Ook worden projectontwikkelaars geholpen om makkelijker bankleningen te krijgen.

Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.

Het meest in het oog springend is het overheidsplan om afgewerkte, maar leegstaande woningen in nieuwbouwprojecten op te kopen en om te vormen tot sociale huur- of koopwoningen. De uitvoering hiervan zou in handen van lokale overheden, staatsbedrijven en banken komen. De Chinese centrale bank zei hiervoor 500 miljard renminbi (63 miljard euro) beschikbaar te maken.

Enorme woningvoorraad

China kampt door de vastgoedcrisis – en door eerdere decennia van onstuimige vastgoedspeculatie – met een enorme voorraad aan onverkochte woningen. Volgens experts staan er in China voldoende appartementen leeg om aan zeven jaar vraag naar woonruimte te voldoen. De overheid hoopt met het opkoopprogramma ‘die bestaande woningvoorraad weg te werken’.

Het opkoopprogramma zou ook tot extra inkomsten voor projectontwikkelaars moeten leiden, waarmee ze hun onafgewerkte bouwprojecten kunnen afmaken, en het vertrouwen in de huizenmarkt kunnen herstellen. Daarnaast zouden er meer sociale woningen worden ontwikkeld, een prioriteit in het huidige vijfjarenplan. Volgens een telling uit 2022 bedroeg het aantal sociale woningen in China minder dan 5 procent van het totaal.

Volgens experts gaat het om een krachtig beleidsplan. ‘Dit soort opkoopmaatregelen is zeer zeldzaam in de geschiedenis van de huizenmarkt, en misschien zelfs het meest verregaand in de geschiedenis van veertig jaar vastgoedontwikkeling’, aldus Yan Yuejin, directeur van E-House Research Institute, in lokale Chinese staatsmedia. ‘Dit is van een historisch niveau.’

Twee tot vier keer zoveel nodig

Maar de vraag is of het voldoende zal zijn. Experts berekenden dat de overheid voor 1 tot 2 biljoen renminbi (127 tot 255 miljard euro) aan woningen zou moeten opkopen om een significante impact te hebben, twee tot vier keer zoveel als ze nu heeft uitgetrokken. Er zijn ook vragen over de haalbaarheid van het plan. Lokale overheden en banken staan al onder grote financiële druk, en zijn mogelijk niet happig om mee te werken.

De Chinese economie kampt met onevenwichtige groei. De Chinese overheid legt sterk de nadruk op industriële productie, die vorige maand met 6,7 procent op jaarbasis steeg, maar slaagt er niet in het vertrouwen van de Chinese consumenten te herstellen. Die combinatie – hoge productie, lage consumptie – leidt tot overcapaciteit, tot grote ergernis van de Verenigde Staten en Europa. Die vinden dat China met zijn industriebeleid aan oneerlijke concurrentie doet.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next