Iemand met vermogen krijgt aan het einde van de zomer misschien een leuke verrassing. De Hoge Raad zal in augustus of september een uitspraak doen over de hoogte van de belastingheffing over vermogen. Dat zal eerder mee- dan tegenvallen.
Niet iedere belastingplichtige met vermogen zal profiteren van die uitspraak. Bestaat uw vermogen alleen uit spaargeld of banktegoeden, dan legt de Belastingdienst rond deze tijd een definitieve aanslag op. Het oordeel van de Hoge Raad raakt u alleen als u binnen zes weken bezwaar maakt. Dat gaat digitaal heel gemakkelijk.
Heeft u behalve spaargeld ook andere bezittingen – zoals beleggingen of een tweede woning – dan komt de Belastingdienst met een voorlopige aanslag. Dan telt het oordeel van de Hoge Raad mee bij de uiteindelijke, definitieve aanslag.
Over de auteur
Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids.
Het klinkt oneerlijk dat iemand met een paar duizend euro aan beleggingen wel de kans krijgt het oordeel van de Hoge Raad af te wachten, maar iemand met alleen spaargeld niet.
De fiscus redeneert dat iemand met alleen spaargeld al een redelijke aanslag krijgt. Je bent vermogend als je meer dan 57 duizend euro op je betaal- en spaarrekeningen hebt staan. Bij de aangifte over 2023 betaalt u dan 0,3 procent belasting over het vermogen boven die grens. De Belastingdienst gaat ervan uit dat het vermogen u 0,92 procent rendement heeft opgeleverd en heft hierover 32 procent belasting.
Wat u met het vermogen hebt gedaan, doet niet ter zake. Het kan best dat het tegoed minder opleverde, omdat de bank weinig rente uitkeerde of omdat u het in de loop van het jaar ergens anders aan hebt besteed. De Belastingdienst gaat uit van het vermogen aan het begin van het jaar en de gemiddelde rente over het hele jaar. Begin vorig jaar gaven de grote banken 0,25 procent rente en eind 2023 was dat 1,6 procent.
Bij overige bezittingen rekent de fiscus met een vast rendement van ruim 6 procent. Dat is bij woningen inclusief de waardestijging. De Hoge Raad zal mogelijk oordelen dat het niet deugt om van vaste rendementen uit te gaan. De overheid moet het werkelijk behaalde rendement belasten, iets waartoe de Belastingdienst voorlopig nog niet in staat is. Het gevolg zal dan zijn dat u de komende tijd minder vermogensheffing betaalt, als u kan aantonen dat u minder rendement heeft gehaald.
Vanaf 2027 moet de Belastingdienst wel in staat zijn om het werkelijke rendement te belasten. Hoeveel vermogen u op 1 januari heeft, doet er dan niet meer toe. De eerste 1.000 euro aan rendement is onbelast. Als u over 40 duizend euro spaargeld 3 procent rente krijgt, betaalt u over 200 euro belasting.
Het kan dat u eerder niet vermogend genoeg was om belasting te betalen, maar vanaf 2027 wel. U betaalt wel minder belasting als u in de loop van dat jaar geld uitgeeft aan de verbouwing van uw woning of de aankoop van een auto.
Zelf een vraag? Geldvraag@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant