Het betaalbaar en toegankelijk houden van de zorg is al jaren een van de grootste uitdagingen voor Den Haag, en de formerende partijen gingen met grote beloften de onderhandelingen in. Wat is daarvan terechtgekomen, en wie profiteert ?
Het was een van de eerste maatregelen die woensdagavond uit het hoofdlijnenakkoord lekte: het nieuwe kabinet wil het eigen risico per 2027 ruim halveren. Geheel onverwachts kwam dat niet. Verlaging of zelfs gehele afschaffing van het eigen risico is een terugkerend onderwerp. Naast de linkse partijen zette met name de PVV zich afgelopen campagne in om af te komen van de ‘boete op ziek zijn’, zoals tegenstanders het eigen risico noemen.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.
Lees hier alles over de kabinetsformatie.
Tot volledige afschaffing komt het nu niet: van de 385 euro nu, gaat het eigen risico uiteindelijk in 2027 naar 165 euro. Daarnaast is het plan om per behandeling maximaal 50 euro te rekenen, zodat iemand die naar het ziekenhuis moet niet direct het hele bedrag kwijt is.
Daarvoor trekt het nieuwe kabinet flink de portemonnee. De kosten zullen oplopen tot ruim 5 miljard per jaar. Hoe dat precies wordt gefinancierd moet nog worden uitgewerkt, maar voor een deel zal het geld hoogstwaarschijnlijk moeten komen uit een verhoging van de zorgpremie.
Een verlaging van het eigen risico is daarmee een kwestie ‘broekzak, vestzak’, zegt Jochen Mierau, hoogleraar economie van de Volksgezondheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Mensen moeten de weggevallen inkomsten immers voor een deel zelf weer ophoesten.
En dan levert het plan ook nog extra kosten op, zegt hij. ‘Het eigen risico is er niet voor niets: het is een prikkel om mensen minder zorg te laten gebruiken. Als je die verlaagt, is de verwachting dat de zorgvraag omhooggaat, met weer hogere kosten tot gevolg.’
Het is wel de vraag hoe groot dat effect in werkelijkheid is, zegt hoogleraar gezondheidseconomie Xander Koolman. ‘Als mensen straks sneller op de deur van het ziekenhuis kloppen, betekent het niet dat ze ook allemaal geholpen worden. Daarvoor is het personeel en het budget er niet. Het dwingt de zorg ook om scherp te kijken.’
Bovendien is een veelgehoord argument dat een lager eigen risico ook weer geld oplevert. Het voorkomt mogelijk dat mensen zorg mijden, waardoor ze ernstige aandoeningen eerder ontdekken en geen dure behandelingen nodig hebben.
Maar los van het kostenplaatje, is het de vraag wie er precies geholpen is met de halvering, vindt hoogleraar Mierau. ‘Het is een maatregel die voor iedereen opgaat, dus ook voor heel veel mensen die het eigen risico prima zelf kunnen betalen’, zegt hij. ‘Als je een hoog eigen risico oneerlijk vindt voor chronisch zieken of lage inkomens, dan zijn er ook andere maatregelen te nemen om daar wat aan te doen.’
Wel is het een solidariteitskwestie tussen gezonde en zieke mensen, zegt Koolman. ‘Gezonde mensen betalen straks meer voor het gebruik van zorg door zieke mensen. Hoe je daar in staat is echt afhankelijk van je politieke voorkeur.’
Waar verlaging van het eigen risico in ieder geval niet aan bijdraagt, is het verlichten van de druk op de zorg, zegt Mierau. ‘En dat is nou net een van de grote uitdagingen.’ In het hoofdlijnenakkoord leest hij daar weinig over. ‘Voor het beheersen van de zorgvraag is preventie bijvoorbeeld heel belangrijk, maar er wordt juist bezuinigd op de publieke gezondheid.’
Hetzelfde ziet Mierau bij de ouderenzorg, waar het kabinet vanaf 2027 jaarlijks 600 miljoen euro voor wil uittrekken. ‘Los van de vraag of dat genoeg is, los je het personeelstekort er niet mee op.’ Het kabinet wil personeel behouden door regeldruk te verminderen, maar dat is volgens Mierau waarschijnlijk niet genoeg. ‘Dat wordt al wel twintig jaar geprobeerd, zonder succes’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant