Nederland krijgt het meest rechtse kabinet ooit. Direct na de verkiezingen bleek al dat een landsbestuur van PVV, VVD, NSC en BBB op de meeste steun onder de kiezers kon rekenen. Het wordt een operatie met een ongewis einde.
‘Een historische dag’, noemde PVV-leider Geert Wilders de ophanden zijnde kabinetsdeelname van zijn radicaal-rechtse eenmanspartij dinsdag voor aanvang de laatste onderhandelingsdag. Na twintig jaar uit het centrum van de macht geweerd te zijn, mag hij binnenkort de premier van Nederland aanwijzen. ‘Dat is iets geweldigs, iets waar je als leider van een partij alleen maar van kunt dromen.’
Hoewel de verkiezingswinst eclatant was, mag het een wonder genoemd worden dat het is gelukt. De samenwerking van PVV, VVD, NSC en BBB is uit grote tegenzin geboren. Geen van de partijleiders kon tijdens de campagne in november vorig jaar bevroeden dat dit het eindresultaat van de formatie zou worden. Wilders had als winnaar natuurlijk zelf in het Torentje willen zitten, VVD-leider Dilan Yesilgöz had de deur naar de PVV geopend, maar het was niet de bedoeling geweest dat Wilders groter zou worden. NSC-leider Pieter Omtzigt moest eigenlijk niets hebben van de onrechtstatelijke en ondemocratische PVV en ging met zijn debuterende NSC-fractie het liefst de oppositie in.
Over de auteurs
Natalie Righton en Avinash Bhikhie zijn beiden politiek verslaggever van de Volkskrant.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Het gebrek aan enthousiasme en bezieling bij de vier partijen – die het in de campagne op hét verkiezingsthema asiel en migratie in grote lijnen wel eens leken te zijn – bleef tot op het allerlaatste moment aanwezig. Woensdagochtend, toen de partijen de laatste puntjes op de i wilden zetten, gaven NSC en VVD elkaar er publiekelijk de schuld van dat de gesprekken langer duurden dan gepland. Geheel in de stijl van de sneren en verwijten die zo kenmerkend waren voor deze formatie.
Echt verheugd waren dan ook alleen Wilders en Caroline Van der Plas (BBB). VVD en NSC ontweken termen die in de buurt kwamen van blijdschap. Daarmee gaven ze, onbedoeld, uitdrukking aan de buitengewoon chagrijnige sfeer die in deze hele formatie dominant was. Van harte ging het nooit.
Het tegenstribbelen begon al direct bij de VVD. De ochtend na de verkiezingen was Yesilgöz het Tweede Kamergebouw nauwelijks binnen toen zij de boel al op scherp zette. Ze had tot haar schrik de PVV de VVD voorbij zien streven, nadat ze zelf het cordon sanitair van haar voorganger Mark Rutte had opgeheven. ‘Ons past na dertien jaar een andere rol. De kiezer heeft ook gezegd: VVD, sla een rondje over’, analyseerde Yesilgöz. Een meerderheidskabinet was geen optie, gedogen wel.
Ook NSC zag voor zichzelf geen rol in een meerderheidscoalitie met de PVV. Exact een week na de verkiezingen schreef Omtzigt een gedetailleerde brief met een waslijst aan redenen om niet met de PVV in zee te gaan. ‘Het verkiezingsprogramma van de PVV bevat standpunten die naar ons oordeel in strijd zijn met de Grondwet’, aldus de NSC-leider. De rest van zijn brief kwam erop neer dat Wilders zijn hele programma bij wijze van spreken in de shredder zou moeten gooien voordat Omtzigt ooit met hem in een kabinet zou stappen.
Toch bleef zowel Omtzigt als Yesilgöz aan de onderhandelingstafel zitten. Met een blik op de kiezersonderzoeken die uitwezen dat hun achterbannen in grote mate wél voor samenwerking met de PVV waren, wilden zij geen van beiden verantwoordelijk gehouden worden voor een breuk. Dat zou electoraal immers desastreus kunnen aflopen.
Met Ronald Plasterk (PvdA) als informateur gingen de vier tegen heug en meug de eerste onderhandelingsronde in. Over de gewenste regeringsvorm werd bewust niet gesproken. Eerst maar eens kijken of de partijen elkaar konden vertrouwen. Of er iets kon bloeien. Er werd een basislijn over de rechtsstaat afgesproken, afgetast hoe over thema’s als asiel, financiën en stikstof werd gedacht.
Tegen het eind van de gesprekken trok Omtzigt op 6 februari, tot grote verbazing van zijn gesprekspartners, de stekker uit de formatie: de informateur had cruciale documenten over de stand van de rijksfinanciën achtergehouden. Dit zou een nette afronding van de gesprekken onmogelijk hebben gemaakt.
Toen bleek dat bijna niemand iets snapte van Omtzigts uitleg, kwam zijn oude argument ook weer naar boven: de rechtsstaat zou niet in goede handen zijn bij de PVV. Daarover waren begin januari weliswaar schriftelijke afspraken gemaakt, maar dat bleek onvoldoende voor Omtzigt. Hij vond onder meer dat Wilders zijn uitspraken over ‘minder Marokkanen’ had moeten terugnemen. ‘In onze optiek kan je dat niet blijven vinden’, aldus Omtzigt in een gesprek met de Volkskrant. De breuk leek op dat moment onherstelbaar.
Een doorbraak kwam alsnog in zicht toen Plasterk half februari werd ingeruild voor Kim Putters. Onder zijn leiding kwam de door Omtzigt zo geliefde term ‘extraparlementair’ kabinet weer prominent op de onderhandelingstafel te liggen. In die variant sluiten de partijleiders alleen een akkoord op hoofdlijnen en blijven ze zelf in de Kamer zitten om een door hen aangestelde regering te controleren. Zo zou Omtzigt niet samen met Wilders in een kabinet stappen, maar alleen samen een regering controleren. In Omtzigts optiek is dat een groot verschil. De informateurs Richard van Zwol en Elbert Dijkgraaf kregen het viertal onder deze voorwaarde terug aan tafel.
Maar het onderlinge vertrouwen bleek na Omtzigts intermezzo gedaald tot het vriespunt. Op sociale media werd met modder naar elkaar gegooid. Achter de schermen ging het er nog veel heftiger aan toe. BBB’ers konden niet rekenen en eigenlijk hadden vrijwel alle onderhandelaars een ‘bord voor hun kop’ omdat ze dachten dat ze premier konden worden, zo werd over elkaar geroddeld.
In deze periode viel ook op dat de stress bij Omtzigt soms zo hoog opliep dat hij zeer emotionele gesprekken voerde met collega’s en journalisten, ook met de Volkskrant. Die gesprekken verliepen zodanig, dat betrokkenen zich soms afvroegen of het wel goed ging met de NSC-leider. Voor de camera’s toonde hij zich echter beheerst en wilde hij absoluut niet toegeven dat het hem soms te veel werd. ‘Het gaat goed met mij, maakt u zich geen zorgen’, was zijn boodschap aan Nederland.
Toen De Telegraaf kort daarna anonieme bronnen opvoerde die stelden dat Omtzigts medeonderhandelaars wel klaar waren met zijn emotionele uitbarstingen, leek er een knop bij hem om te gaan. Het wordt bij BBB en VVD inmiddels als een omslagpunt gezien. De buitenwereld heeft nu na al die jaren kennisgemaakt met de andere kant van Omtzigt, de peilingen laten zien dat zijn NSC een duikvlucht heeft ingezet. Uit de formatie stappen zou nagenoeg zeker leiden tot nieuwe verkiezingen, wat voor NSC rampzalig zou kunnen uitpakken. Vanaf dat moment leken de gesprekken in rustiger vaarwater te zijn gekomen en kon er alsnog worden gewerkt aan een gezamenlijk landsbestuur.
De apotheose moest toen nog komen. Na een marathonoverleg van zestien uur toonde Wilders zich woensdagochtend zeer verheugd. Na twintig jaar is het gelukt om door te dringen tot het centrum van de macht. Sinds de oprichting van de PVV in 2005 gold Wilders als een politieke paria. In 2010 vonden VVD en CDA nog een tussenoplossing in de vorm van een gedoogconstructie, maar dat experiment sneuvelde al na twee jaar. In de jaren die volgden, sloten VVD en CDA de PVV categorisch uit: de PVV zou niet te vertrouwen zijn en bovendien geen respect tonen voor de rechtsstaat.
De manier waarop het nu toch gaat gebeuren, mag met recht het grootste politieke experiment in naoorlogs Nederland worden genoemd. Na het akkoord van de fracties zal een formateur worden aangewezen die een bewindsploeg gaat samenstellen. Tot zover niets nieuws. Wat wel nieuw is, is dat deze ministersploeg met het hoofdlijnenakkoord in de hand zelf een getailleerd regeerprogramma met concrete voorstellen gaat opstellen. Hoe dat kabinet zich precies gaat verhouden tot de coalitiefracties – en hoe stabiel het dus zal zijn – is onduidelijk. Daar heeft de Nederlandse politiek geen ervaring mee.
Draaiboeken zijn er niet om eventuele problemen te lijf te gaan. Voor een groot deel zullen de partijleiders moeten improviseren. Doorgaans is het voor dat soort ingewikkelde processen handig als het onderlinge vertrouwen groot is, net zoals de wil dat de ander niet struikelt.
Veel zal afhangen van de stuurmanskunsten van de beoogde premier, die een hecht kabinet moet zien te smeden. Als dat lukt, zal dat een unicum zijn in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Als het mislukt, is nu wel zeker dat er geen alternatieven meer onderzocht hoeven worden. Dan komen er nieuwe verkiezingen.
Voor drie van de vier betrokken partijen blijft dat voorlopig een zeer onaantrekkelijk scenario, wetende dat alleen Wilders sinds de verkiezingen nog verder aan populariteit heeft gewonnen. Serieuze concurrentie rechts van het midden heeft hij voorlopig niet te vrezen. Die wetenschap blijft voorlopig het cement waarop het nieuwe kabinet wordt gebouwd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant