Home

Je wijnmakerij verkopen om je droomproject te verwezenlijken: de kapitale gok van Francis Ford Coppola

De Amerikaanse cineast financierde zelf zijn nieuwe film Megalopolis, een peperduur project waarvoor de eerste ideeën al uit 1978 dateren. Niet voor het eerst in zijn leven zet de nu 85-jarige Coppola daarmee een hoop op het spel.

Het had een onopvallend berichtje kunnen zijn, in de zomereditie (2021) van het Amerikaanse ‘wijn en lifestyle’-tijdschrift Wine Spectator. De ene Californische wijnboer had de andere opgekocht – het zal vaker voorkomen. Maar ja, die andere wijnboer betrof de Francis Ford Coppola Winery, in de Sonoma-vallei. Ingesloten bij de verkoop van de chateaux en domeinen: het ‘director’s cut’-label en de ‘Sofia Rosé’.

De aankoopprijs bleef geheim, maar werd op enkele honderden miljoenen dollars geschat – er is wereldwijd vraag naar de luxewijnen van de filmmaker. Die had eind jaren zeventig van zijn Godfather-salaris een eerste lap wijngrond gekocht en bestierde inmiddels een imperium, dat ook nog resorts en hotels telt, in Belize en Italië.

Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant

Francis Ford Coppola de cineast stond al enige tijd in de ruststand, maar koesterde nog één onvervulde wens. Dat ene peperdure droomproject verfilmen, waar hij om tal van redenen nooit aan toe was gekomen, maar al die jaren (het idee stamt uit 1978) wel aantekeningenboekjes over vol was blijven schrijven: Megalopolis. Een van het oude Rome naar een hedendaags New York getilde vertelling over de machtsstrijd tussen twee potentaten, losjes gebaseerd op de historische coup van de Romeinse soldaat en politicus Catilina, die rond 65 v.Chr. consul Cicero van de troon poogde te stoten.

Een groots en sciencefiction-achtig opgetuigd spektakel over het vermogen (en onvermogen) van de mens om een betere wereld (of een beter Amerika) te scheppen. En waarvan de filmmaker hoopt – of eigenlijk verwacht – dat die mens ’m niet één keer gaat zien, maar jaarlijks wil herzien, bijvoorbeeld rond Kerst. ‘We weten hoe het afliep met Rome’, sprak Coppola al in 1999, over zijn Megalopolis-plan. ‘Rome werd een fascistisch imperium. Eindigen wij ook zo?’

Bewust van de klok

Een kwarteeuw later bleek geen van de Hollywoodstudio’s bereid vooraf te investeren, vermoedelijk afgeschrikt door Coppola’s raming van het budget (120 miljoen dollar) en de notie dat de regisseur zijn budgetten in het verleden vaak overschreed. Wat doe je dan? Coppola, nu 85 jaar oud en zich bewust van de klok, besloot dat hij het ook alleen kon, en ruilde zijn wijn voor cinema.

Nu komt het vaker voor dat regisseurs hun eigen film bekostigen: een debuut, of een lowbudgetfilm. James Cameron stak zijn gage voor Titanic (7 miljoen) halverwege de opnamen noodgedwongen in het oplopende budget, in ruil voor wat extra winstpunten (daar kreeg hij geen spijt van). En dan is er nog M. Night Shyamalan (The Sixth Sense), die het na wat flops geslonken vertrouwen van de studio’s uit eigen portemonnee compenseerde door per film bedragen van 5, 10 of zelfs 20 miljoen dollar in te leggen.

Zonder precedent

Maar zo’n kapitale gok als Coppola nam door zijn wijnmakerij te verkopen, is zonder precedent. Hij draaide het zelf gefinancierde Megalopolis in 2022 in een studio nabij Atlanta. Met Adam Driver als Catilina: in de film een architect met mysterieuze krachten, die de half verwoeste stad wil herbouwen. Giancarlo Esposito is de corrupte burgemeester Cicero, een rücksichtslose bewaker van de status quo.

Godfather-acteur James Caan (Sonny Corleone) zou eigenlijk die rol spelen (en sprak daarover nog met de Volkskrant: ‘Ik verklap alleen dat het heel groot wordt, echt héél groot’), maar overleed kort voor de draaiperiode. Het derde hoofdpersonage heet Julia, de geliefde van Catilina en dochter van Cicero, die klem zit tussen de strijdende partijen. Ze wordt gespeeld door Nathalie Emmanuel, bekend van haar rol als Missandei in Game of Thrones.

De eerste besloten vertoning in de Verenigde Staten voor de top van de filmindustrie en intimi (onder wie neef Nicolas Cage, Al Pacino en ex-schoonzoon Spike Jonze), bedoeld om de noodzakelijke distributiedeals aan te zwengelen, pakte vorige maand niet helemaal goed uit. Mensen kwamen verbijsterd de zaal uit, zo berichtte het tijdschrift The Hollywood Reporter, dat wat (anonieme) reacties verzamelde van de potentiële kopers: dit betrof een wel heel ‘experimentele’ film, waarbij men zich moeilijk een groot publiek kon voorstellen. Een dodelijke aanbeveling in Hollywood, waar de winstmarge vóór de filmkunst gaat.

Coppola reageerde koeltjes op het artikel: ‘Dit is exact wat er ook gebeurde met Apocalypse Now, veertig jaar geleden. En die film bleek uiteindelijk, ook vandaag nog, zeer winstgevend. Ik weet zeker dat het met Megalopolis net zo zal gaan.’

Franse reddingsboei

En toen wierpen de Fransen hem een reddingsboei toe, door nog vóór de officiële bekendmaking van het programma van het filmfestival van Cannes naar buiten te brengen dat Megalopolis in elk geval geselecteerd was voor de competitie voor de Gouden Palm, de belangrijkste etalage voor de mondiale cinema.

Precies zoals in 1979, toen Coppola met het nog niet afgemonteerde Apocalypse Now mocht afreizen naar de Franse badplaats – het eerste ‘work in progress’ ooit dat werd opgenomen in de festivalcompetitie. ‘Apocalypse When?’, kopten de Amerikaanse kranten, met weinig fiducie in de almaar uitgestelde film over de waanzin van de Amerikaanse oorlog in Vietnam.

De beroemde tegenslagen die de opnamen troffen – van de orkaan die de set verwoestte tot de hartaanval van hoofdrolspeler Martin Sheen en de werkweigering van Marlon Brando – werden vastgelegd door Coppola’s echtgenote Eleanor (die vorige maand op 87-jarige leeftijd overleed) en haar camera: goed voor de inmiddels ook klassieke achter-de-schermendocumentaire Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (1991).

Ook de persconferentie die Coppola destijds gaf in een volle festivalzaal, met het handje van zijn 8-jarige dochter Sofia in de vuist geklemd, was memorabel. De geagiteerde cineast verdedigde zich tegenover de critici – ‘mijn film gaat niet over Vietnam, mijn film ís Vietnam’ – en ging met de hoofdprijs van de jury naar huis.

Dat redde hem, zei Coppola later, want daarna verdwenen de distributiehobbels en stroomde het publiek toe. Ook het gaandeweg verdubbelde budget van Apocalypse Now (30 miljoen dollar) was deels door hem zelf bijeengeleend en voorgeschoten; met zijn eerste wijngaard, zijn auto’s en zijn villa als extra onderpand. Geen van de studio’s had het vooraf aangedurfd, zo’n oorlogsfilm over Vietnam (op dat moment nog de eerste, maar uiteindelijk ingehaald door het sneller uitgebrachte The Deer Hunter van Michael Cimino).

Krankzinnige sprongen

De dappere, soms onbezonnen of zelfs krankzinnige sprongen die Coppola maakte bij het financieren van zijn films zijn nu ook geboekstaafd in de biografie The Path to Paradise: A Francis Ford Coppola Story van Sam Wasson, die eind vorig jaar uitkwam. Hoe de miljoenen het ene moment niet op kunnen, en Coppola met zijn idealistische filmstudio American Zoetrope kortstondig de filmwereld op z’n kop lijkt te zetten, waarna alles ook weer rap instort doordat de lukraak spenderende Coppola geen maat weet te houden. Zijn geflopte musical One from the Heart (1982), waarvoor Las Vegas werd nagebouwd in een studio, soupeert álles op.

Daarna was Coppola weer jarenlang overgeleverd aan het aanbod en de wensen van de studio’s. Begin jaren negentig wist hij zich uit de rode cijfers te regisseren dankzij zijn hit Bram Stoker’s Dracula – en een beetje hulp van de wijn.

Recordaantal scriptversies

Coppola, wiens brille soms raakt aan megalomanie, gaf nooit op. Kort na het faillissement van de Zoetrope-studio, die later een doorstart maakte in een uitgeklede vorm, rondde hij de eerste scriptversie af van Megalopolis, zo schrijft de Amerikaanse biograaf Wasson in zijn boek. Dat was in 1984. Een recordaantal scriptversies later (het getal 400 gaat rond) vindt op donderdag 16 mei 2024 de galapremière plaats. Een dag later zal Coppola zich in het festivalpaleis aan de Croisette door de persconferentie slaan.

Voorafgaand publiceerde de Britse krant The Guardian deze week alvast een artikel waarin crewleden van Megalopolis (anoniem) uit de school klapten over de ‘chaotische’ opnametijd, en over Coppola’s spilzucht. Hoe de regisseur zich soms opsloot in zijn trailer, marihuana rokend en onbereikbaar voor de crew, en tussendoor ook nog even het hotel waar hij verbleef liet renoveren. Of hoe hij de decorbouwer tot waanzin dreef met de opmerking: ‘Hoe kun jij weten hoe Megalopolis eruitziet, als ík niet eens weet hoe Megalopolis eruitziet?’

Zijn manier

Het is nu eenmaal zijn manier van filmmaken, zo doceert de filmmaker zelf in The Path to Paradise. Pas onderweg – op de set – vindt hij uit hoe de film in kwestie moet worden gemaakt. Dat kost wat extra tijd, wat extra miljoenen, maar dan heb je (vaak) ook wat.

‘Ik maak me nooit druk om financiële consequenties, het betekent niks voor me’, zei Coppola twee jaar geleden in een interview met maandblad GQ, op de vraag of hij er in de jaren tachtig onder gebukt was gegaan toen hij plots miljoenen in de min stond.

Zo diep zal Coppola nu niet vallen. Hij hield voor de zekerheid een restantje wijngaarden achter de hand: zijn niet in de wijndeal besloten velden in de Napa-vallei. Genoeg voor Megalopolis II, mocht het nodig zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next