Home

Agnes Kant onderzoekt voortaan ook als hoogleraar bijwerkingen: ‘Soms te lang onder de radar’

Directeur van Bijwerkingencentrum Lareb Agnes Kant wordt bijzonder hoogleraar aan het LUMC. Nodig om de kliniek en de wetenschap nog meer te betrekken bij de zoektocht naar medicijnbijwerkingen, legt ze uit. Hoe lastig die kan zijn, heeft ze persoonlijk ervaren.

Auw! Kramp, alweer. In haar kuit, haar voet. Agnes Kant (57), verwoed hardloper, had er al een poosje last van. Vervelend. Maar geen moment kwam in haar op: misschien komt het door het astmamedicijn dat ik gebruik.

‘En dat terwijl het gewoon in de bijsluiter staat’, zegt Kant. En terwijl ze al sinds 2013 directeur is van Bijwerkingencentrum Lareb (de vreemde naam komt van ‘landelijke registratie evaluatie bijwerkingen’). Het kenniscentrum in ’s-Hertogenbosch waar zeventig mensen in kaart proberen te brengen welke bijwerkingen geneesmiddelen zoal hebben.

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.

Ze bedoelt maar: mensen denken bij klachten niet snel aan hun geneesmiddel. ‘Er is weinig kennis over.’ Dat kan en moet anders, vindt Kant. ‘Als ik terugkom van vakantie, ben ik nog niet op Schiphol of ik krijg allemaal mailtjes: hoe was je hotel, hoe was je vlucht, wat vond je van je uitstapjes? Maar de reis van een geneesmiddel, daarin lijkt niemand echt geïnteresseerd. Terwijl ervaringen van mensen die geneesmiddelen slikken veel inzichten kunnen opleveren. Eigenlijk zou je standaard ook dit soort TripAdvisor-achtige vragen willen krijgen, op het moment dat je medicatie gebruikt.’

Eén dag in de week wordt Kant bijzonder hoogleraar aan het Leids Universitair Medisch Centrum, om dergelijke vernieuwingen te verkennen. De oud-SP-politica en epidemioloog van achtergrond is woensdag benoemd tot hoogleraar in de ‘innovatie van de farmacovigilantie’, zoals dat voluit heet.

Waarom is dat nodig?

‘Omdat ik denk dat het sneller kan, en we ook meer kunnen ontdekken. We zijn nu grotendeels afhankelijk van het spontane meldsysteem, waarbij we wachten tot een melding tot ons komt. Ik denk dat het proactiever kan, door bronnen in te zetten die we nu nog niet genoeg gebruiken.’

Zoals?

‘Alle data in de zorg worden vastgelegd bij de apotheker, de huisarts, in de ziekenhuizen. Dat is een goudmijn aan informatie. Daarom experimenteren we nu al met tekstmining, bij het LUMC en het Haga-ziekenhuis. Als we door meldingen die we ontvangen een bijwerking vermoeden, gaat een deskundige onder toezicht van de ziekenhuisapotheek gericht op zoek in de elektronische patiëntendossiers, naar vergelijkbare klachten bij patiënten in het ziekenhuis. Door labuitslagen en diagnoses te bekijken, en het startmoment van het geneesmiddelengebruik mee te nemen. Hopelijk vinden we zo meer meldingen die we kunnen analyseren. En kunnen we sneller bepalen of er sprake is van een veiligheidssignaal, of dat het loos alarm is.’

Dokters en apothekers zijn al verplicht vermoedens van bijwerkingen bij u te melden. Doen ze dat dan niet?

‘Helaas te weinig. In 2023 was het aantal meldingen door zorgprofessionals 1.200. In 2015 waren dat er nog 3.800 per jaar. Een afname van 70 procent.’

Hoe komt dat, denkt u?

‘Er spelen een aantal dingen. Je moet als arts zo’n vermoeden wel eerst hebben, en soms valt een mogelijke bijwerking gewoon niet op. En, laten we elkaar niet voor de gek houden, in de zorg is het gewoon hartstikke druk. Een arts die tientallen patiënten per dag ziet, schrijft van alles in het dossier. Als hij later ook nog moet bedenken: o ja, ik moet dit ook nog bij Lareb melden, dan schiet dat er weleens bij in. Het is toch weer extra bureaucratie.’

Van alle ‘signalen’ van bijwerkingen die Lareb tussen 2008-2017 naar buiten bracht, ging liefst 85 procent over geneesmiddelen die al minstens tien jaar op de markt waren. Kennelijk missen we van alles?

‘Missen is denk ik niet het juiste woord, wel kan het sneller. Ik denk dat er bijwerkingen te lang onder de radar blijven, omdat we gewoon te weinig informatie uit de medische praktijk gebruiken. We hebben bekeken: hoeveel sneller hadden we het signaal voor twee zeldzame bijwerkingen van de coronavaccins kunnen vinden, als we toen het systeem van actiever zoeken hadden gehad? Dat bleek drie maanden te schelen voor het tekort aan bloedplaatjes en anderhalf jaar voor de zeldzame auto-immuunziekte ‘auto-immuun hemolytische anemie’. Dat is nogal wat.’

Vóór corona was Lareb vrij onbekend, tijdens de pandemie kwam u opeens vol in de schijnwerpers te staan. Na drie maanden vaccineren had u al tienduizenden meldingen van bijwerkingen binnen en 225 meldingen van sterfgevallen na coronavaccinatie. Dat gaf veel onrust.

‘Ik ben trots dat toen de vaccins kwamen, we de kans kregen om uit te leggen waarvoor we zijn en mensen te stimuleren om klachten te melden. Dat heeft gewerkt, kunnen we wel stellen. Het feit dat die coronavaccins er zo snel kwamen, maakt ook dat veel mensen hebben gedacht: het is belangrijk dat ik een melding doe. Daar zijn we blij mee, want als je veel meldingen krijgt, heb je ook beter zicht op wat er gebeurt.

‘De keerzijde van open zijn over wat er wordt gemeld, is dat mensen dat ook verkeerd kunnen interpreteren. En er, bewust of onbewust, conclusies aan kunnen hangen die niet kloppen. Helaas.’

Maar met zoveel meldingen is het toch niet gek dat mensen gaan denken: hier is iets grondig mis?

‘Natuurlijk niet, maar dan is het mijn dure plicht om uit te leggen hoe het zit. Zo’n aantal dat wordt gemeld, zegt niet zoveel. Voor mij is het vooral een teken dat mensen de oproep om te melden serieus hebben genomen. Veel van de meldingen waren bovendien bekende bijwerkingen, zoals verhoging of een pijnlijke arm, waardoor we goed inzicht kregen in: wat gebeurt er precies, en speelt dit bij het ene vaccin meer dan bij het ander?

‘Daarnaast is het gewoon goed dat we ook een aantal nog onbekende zeldzame bijwerkingen hebben ontdekt. Wat overigens altijd zo is bij een nieuw vaccin of geneesmiddel.’

Zoals hevig bloedverlies bij de menstruatie na vaccinatie. Toch was Lareb daar behoorlijk laat mee: pas in december 2021, een halfjaar nadat de Volkskrant er voor het eerst over had geschreven, op basis van ervaringsverhalen.

‘We waren internationaal juist vroeg, dus dat ben ik niet met je eens. Het eerste moment dat we ermee naar buiten kwamen, was toen er veel meldingen over kwamen. Op dat moment konden we daar nog geen duidelijke conclusies aan verbinden. Er zijn nu eenmaal veel vrouwen met menstruatiestoornissen, dus ook veel vrouwen met menstruatiestoornissen na vaccinatie. Maar het was wel opmerkelijk. Dus kwamen we ermee naar buiten: we gaan hiernaar kijken.’

Ik sprak destijds vrouwen die volledig overtuigd waren dat hun cyclusverstoring door het vaccin kwam. Ze kennen hun lichaam zelf het beste.

‘Heel begrijpelijk, dat heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij onze signalering van deze bijwerking. Maar je kunt niet alleen op een aantal verhalen afgaan. Ik heb zelf na het coronavaccin een postmenopauzale bloeding gehad. Ik wist zéker dat het door de vaccinatie kwam. Ik als vrouw heb dat zo ervaren. En toch denk ik nu dat mijn gevoel misschien niet klopte. Anders dan menstruatiestoornissen is postmenopauzale bloeding geen erkende bijwerking van de vaccins.’

Hardnekkig is de mythe dat coronavaccinatie tot veel doden zou hebben geleid. Weten we hoeveel mensen er, na een slordige 40 miljoen prikken, in Nederland zijn overleden aan de bijwerkingen?

‘Op basis van wat bij ons is gemeld: enkele tientallen. De meeste zijn kwetsbare ouderen in de laatste fase van hun leven, bij wie bekende bijwerkingen als koorts of misselijkheid misschien een bijdrage hebben geleverd aan hun overlijden. Zonder enige twijfel is dat af en toe gebeurd. Maar bedenk wel: dit zijn mensen die als ze corona hadden gekregen, daaraan waarschijnlijk ook waren overleden.

‘Daarnaast is er een aantal mensen overleden aan TTS (ongewone trombose met bloedplaatjesverlies na het AstraZeneca- en het Janssenvaccin, red.) Van hen weet je het vrijwel zeker. We hebben daarover drie meldingen. En dan zijn er nog vijf meldingen van mensen die overleden na myocarditis, ontsteking van de hartspier, of pericarditis, ontsteking van het hartzakje. Maar je weet niet precies of het een op een door de vaccinatie komt, of dat er een andere oorzaak is, zoals een onderliggende hartaandoening.

‘Het ingewikkelde is: er overlijden altijd mensen in een bepaald tijdsgewricht, dus natuurlijk ook na vaccinatie. Vanzelfsprekend worden alle meldingen van overlijdens zorgvuldig bekeken. En bij het merendeel zijn onderliggende gezondheidsproblemen de meest voor de hand liggende verklaring voor het overlijden.’

Heeft u weleens druk ervaren om niet met een bijwerking naar buiten te komen? Zeker tijdens corona stond er veel op het spel.

‘Nee, en ik ben daar een beetje immuun voor, denk ik. Als we iets zien waarvan we vinden dat de buitenwereld het moet weten, dan gaat dat gewoon naar buiten. Het is belangrijk dat mensen weten: wat zijn de bijwerkingen, wat de voordelen en wat weten we nog niet? Dat probeer ik zo goed mogelijk te communiceren, dat zie ik als mijn missie.

‘Ook probeer ik altijd context te geven. Als bijvoorbeeld aan het licht komt: je kunt een hartontsteking krijgen van de coronavaccins van Pfizer en Moderna, dan zeg ik er wel bij dat dat van corona zelf ook kan, en dat het risico daarop zes of zeven keer zo hoog is. Maar ik ga niet zeggen: en dus moet je je laten vaccineren. Dat is niet mijn rol.’

Kritiek kreeg u ook. U zit in de ‘Vaccinatiealliantie’, een initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en in de ‘denktank desinformatie’, die misleidende informatie probeert tegen te gaan. Hoe verhoudt zich dat tot uw rol?

‘Desinformatie is natuurlijk geen goed idee. Mensen moeten goede informatie hebben en dat is precies de rol die ik in dat soort gremia speel. Dat ik blijf hameren op waarom het zo superbelangrijk is dat mensen betrouwbare, onafhankelijke informatie krijgen, en dat we die goed verzamelen.’

Maar de Vaccinatiealliantie heeft als doel om het vaccineren te bevorderen.

‘Alleen is dat niet mijn doel.’

U zit er anders wel bij.

‘Ja, om over te brengen dat burgers goed geïnformeerd moeten worden, als we willen dat ze een goede afweging maken over vaccinatie. Dus óók over de risico’s en de bijwerkingen. Ik vind het mijn taak om dat in te brengen.’

U gebruikt graag de oneliner: bijwerkingen zijn geen bijzaak. Waarom die oneliner? Worden bijwerkingen onderschat?

‘Dat denk ik wel. Vooral de beleving van de patiënt wordt nogal eens onderschat. Medici zijn wat meer geneigd te kijken naar schadelijke bijwerkingen. Logisch, want dat is de situatie waarin je als zorgverlener in actie komt. Maar voor een patiënt is het ernstig als die bijvoorbeeld diarree heeft, waardoor zo iemand het huis niet meer uit kan. Aan dat bewustzijn moet nog wel het nodige gebeuren, denk ik.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next