Ordeverstoringen na oproepen via social media zijn geen bijzonderheid meer. Burgemeesters als Halsema (Amsterdam) en Dijksma (Utrecht) hebben geprobeerd dit aan te pakken met ‘online gebiedsverboden’. Tot nu toe met beperkt succes. De tijd is rijp voor helderheid op dit punt, stellen Willem Bantema en Mariëtta Buitenhuis.
Deze maand was er in de Volkskrant aandacht voor een ‘online gebiedsverbod’ dat was opgelegd door de burgemeester van Amsterdam. Zij probeerde om het online aangejaagde geweld tussen twee rivaliserende drillrap-groepen te beteugelen door aan een van de vermeende aanstichters een ‘online gebiedsverbod’ op te leggen. De Amsterdamse burgemeester koos voor een noodbevel als grondslag. Voorlopig zonder succes, volgens uitspraak van de Amsterdamse voorzieningenrechter.
Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Begin vorig jaar liet de Rechtbank Midden-Nederland zich uit over een ‘online gebiedsverbod’ in de vorm van een last onder dwangsom, die was opgelegd door de burgemeester van Utrecht. Dit vanwege een overtreding van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Ook de gemeente Almelo nam eind 2023 in haar APV een bepaling op die het optreden tegen online ordeverstoringen mogelijk moest maken.
Over de auteurs
Willem Bantema is lector Cybersafety aan de Thorbecke Academie, onderdeel van NHL Stenden Hogeschool te Leeuwarden. Mariëtta Buitenhuis is advocaat AKD en gespecialiseerd in handhaving van de openbare orde.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Er is veel aandacht voor wat juridisch kan en mag, merkten wij op in een eerdere opinie in de Volkskrant. Het is naar onze mening hoog tijd voor een maatschappelijke en politieke discussie over de positie van de burgemeester. Wij menen dat we er uiteindelijk niet omheen kunnen dat er door de landelijke wetgever een fundamentele keuze moet worden gemaakt om de burgemeester met online bevoegdheden uit te gaan rusten.
Het wordt ook hoog tijd. Al sinds 1997 speelt digitale communicatie een rol bij ordeverstoringen. In 1997 organiseerden hooligans bijvoorbeeld per sms een vechtpartij bij Beverwijk, waarbij één dode viel. Het voorbeeld van Project X Haren wordt vaak gebruikt als klassiek voorbeeld van een openbaar bestuur dat niet is voorbereid op technologische ontwikkelingen en in dit geval de snelle mobilisatie die via sociale media plaatsvindt. Destijds (2012) werd een feestje van een 16-jarig meisje gekaapt via Facebook met uiteindelijk grote mensenmassa’s en vernielingen in de gemeente en de plaats Haren tot gevolg.
Al tien jaar geleden werd een bestuurlijke conferentie over de online inzet van burgemeesters gehouden bij de toenmalige NHL Hogeschool en zes jaar geleden werd er in het rapport ‘Burgemeesters in Cyberspace’ een eerste verkenning uitgevoerd naar de online inzet van burgemeestersbevoegdheden. Destijds werd dit nog vaak gezien als onderwerp van rechtsfilosofie, waren er nog niet veel voorbeelden, werden consequenties beperkt geacht en reageerden bestuurders soms geërgerd.
Sinds Covid-19, waarbij de relatie tussen het internet en de openbare orde steeds sterker naar voren kwam, is het thema in hoog tempo op de bestuurlijke agenda gekomen. Momenteel wordt de kwetsbare rol van sociale media nog tastbaarder bij het op social media delen van (al dan niet uit de context geplaatste) fragmenten van politiegeweld bij de studentenprotesten in bijvoorbeeld Amsterdam. Deze kunnen vervolgens weer leiden tot een nieuwe golf van verontwaardiging en protesten. Daarnaast kunnen sociale media worden gebruikt om snel nieuwe protesten aan te kondigen.
Inmiddels zijn online aangejaagde ordeverstoringen geen bijzonderheid meer. Eerder lijken nu ordeverstoringen die niet online worden aangejaagd de uitzondering. Dappere burgemeesters zoals Halsema (Amsterdam) en Dijksma (Utrecht) nemen het voortouw en zoeken naar mogelijkheden om dergelijke ordeverstoringen aan te pakken. Zij zijn hierbij echter overgelaten aan hun huidige bevoegdheden. Deze worden ingezet onder het mantra dat alles wat fysiek niet mag, online ook verboden zou moeten zijn. De discussie eindigt bijna altijd bij de vrijheid van meningsuiting als obstakel.
De huidige discussie gaat naar onze mening te veel over het recht dat al dan niet toegepast kan worden. Een visie en standpunt van de landelijke wetgever ontbreekt. Met de vinger wordt nog steeds naar de verantwoordelijkheid van burgemeesters gewezen (zie ook recentelijk de beantwoording van vragen van Kamerlid Joost Sneller).
Na een periode van bestuurlijke experimenten met beperkt succes is de vraag wie hier het garen bij spint. We erkennen dat het een hele kluif is om uitgebalanceerde wetgeving te ontwikkelen die burgemeesters helpt op de orde te handhaven. Tegelijkertijd verdienen burgers bescherming tegen de willekeur van de overheid en de vraag is hoe zich dit verhoudt tot de inzet van de huidige bevoegdheden. Landelijke wetgeving die voor alle burgers en gemeenten duidelijkheid biedt verdient de voorkeur. Ook voor de toekomstgerichtheid van het burgemeestersambt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant