Van samenwerking met het leger tot archeologie: de Israëlische antropoloog en activist Maya Wind onderzoekt de rol van Israëlische universiteiten bij de onderdrukking van Palestijnen. ‘Internationale actie is nodig om de universiteiten ter verantwoording te roepen.’
De Israëlische antropoloog Maya Wind had geen beter moment kunnen uitkiezen voor haar pro-Palestinalezing aan de Radboud Universiteit, afgelopen maandagmiddag. Terwijl ze binnen in het Nijmeegse Collegezalencomplex een vurig verhaal houdt over hoe innig Israëlische universiteiten verweven zijn met het leger en hoe ze de onderdrukking van Palestijnen legitimeren, bezetten demonstranten het grasveld naast het gebouw met een tiental tentjes, in navolging van acties in Amsterdam en Utrecht. Hun eisen sluiten naadloos aan bij de boodschap van Wind: de Nijmeegse banden met Israëlische instellingen moeten openbaar gemaakt én verbroken worden.
Voor een gehoor van zo’n 250 studenten en medewerkers, onder wie de Nijmeegse rector José Sanders, schudt de 34-jarige onderzoeker aan de Universiteit van Brits-Columbia (Canada) het ene na het andere voorbeeld uit haar mouw. Denk aan speciale universitaire programma’s waarin soldaten en veiligheidstroepen leren hoe ze optimaal kunnen presteren, en militaire technologie die mede ontwikkeld en getest wordt door universiteiten. Maar ook hoe het Weizmann Institute of Science aan de basis stond van de Israëlische wapenfabrikant Rafael, die onder meer wapenuitrusting voor tanks en vliegtuigen levert.
Over de auteur
Stan van Pelt schrijft voor de Volkskrant over medische- en bètawetenschappen. Ook volgt hij de ontwikkelingen in academische wereld.
Dit soort banden beschrijft Wind gedetailleerd in haar boek Towers of Ivory and Steel (Verso), dat begin dit jaar verscheen. De titel verwijst naar hoe universiteiten in Israël niet alleen klassieke ivoren torens zijn, maar ook steunpilaren van (militair) staal. Deze week maakt ze een boektournee langs Nederlandse universiteiten.
De voordracht in Nijmegen wordt alvast met luid applaus ontvangen. Niet gek – de lezing is georganiseerd door een pro-Palestijnse Nijmeegse academische actiegroep, achter in de zaal hangt een keffiyeh (Arabische sjaal) over de bankjes. Toch is er ook spanning in de zaal. Media mogen van de organisatie geen foto- of video-opnamen maken ‘vanwege de veiligheid van de studenten’. Na afloop licht Wind haar boek toe op een picknickbankje buiten op de campus. Vanuit het tentenkampje op een steenworp afstand klinken leuzen als ‘Free, free Palestine’.
Hoe kijkt u naar dit protest?
‘Dit soort acties laat zien dat veel studenten en medewerkers van universiteiten in Noord-Amerika en Europa de onvrijheid van de Palestijnen niet langer accepteren en de medeplichtigheid van hun eigen instituten evenmin. Er is denk ik een kantelpunt bereikt. Dat is mooi om te zien.’
Waarom schreef u dit boek?
‘Towers of Ivory and Steel ligt in het verlengde van mijn onderzoek, dat gaat over hoe overheidsgeweld en koloniaal geweld kunnen voortduren. Veel informatie over de rol van Israëlische universiteiten bij de onderdrukking van Palestijnen is alleen in het Hebreeuws beschikbaar en daardoor moeilijk toegankelijk voor veel mensen. Ik wilde dat gat dichten. Als Joods-Israëlische academicus kan ik al die teksten wel lezen en beschikbaar maken.’
Ziet u zichzelf als wetenschapper of als activist?
‘Als allebei. Ik ben activist omdat ik strijd voor gerechtigheid en vrijheid. Tegelijkertijd is dit boek een academisch werk. Het is het resultaat van hoe ik opgeleid ben, het staat bijvoorbeeld vol referenties naar bronnen. Als wetenschapper kun je volgens mij niet neutraal zijn, maar je kunt en moet wel zo transparant mogelijk zijn over je eigen positie, dat doe ik ook in mijn boek. Voor mij heeft het weinig waarde om kennis te produceren als die niet wordt ingezet om de wereld te veranderen. Als academici zijn we op aarde om de wereld te begrijpen én om deze rechtvaardiger te maken.’
In Towers of Ivory and Steel bespreekt Wind talloze voorbeelden van hoe universiteiten de gelijkwaardigheid van Israëliërs en Palestijnen zouden tegenwerken – in talloze vakgebieden. De rechtswetenschappen, zo schrijft ze bijvoorbeeld, ‘ontwikkelen continu juridische interpretaties die de staat Israël beschermen tegen aansprakelijkheid voor zijn illegale militaire tactieken’. Zo werden eind 2008 tijdens een gerichte Israëlische luchtaanval 98 Palestijnse politiecadetten gedood. De juridische afdeling van het leger, onder leiding van kolonel Pnina Sharvit Baruch, had beargumenteerd dat dit toegestaan was, omdat de agenten als aankomende strijders van Hamas gezien konden worden. Zowel Amnesty International als een VN-missie beschouwde dit later als strijdig met het humanitaire recht. Desondanks stelde de Universiteit van Tel Aviv de kolonel kort daarna aan als docent, onder meer om cursussen internationaal recht te geven.
Maar ook minder voor de hand liggende vakgebieden liggen onder vuur in Winds boek. Zo zou de archeologie het nederzettingenbeleid van Israël doelbewust legitimeren. Wind bekritiseert opgravingen bij het dorpje Susiya op de Westelijke Jordaanoever, waar militairen en archeologen sinds 1969 – twee jaar na de Zesdaagse Oorlog – samen onderzoek doen. Daar ontdekten zij resten van Joodse nederzettingen uit de 4de eeuw na Christus.
Een van de archeologen, verbonden aan de Bar-Ilan Universiteit, greep dit vervolgens aan als argument om een nieuwe Joodse nederzetting te beginnen; het was immers historisch gezien Joodse grond. Dat terwijl er ook aanwijzingen waren voor islamitische bouwwerken zoals een moskee, zo schrijft Wind op basis van bronnen van de Israëlische ngo Emek Shaveh, maar die zouden de wetenschappers voor het gemak genegeerd hebben. Een deel van de Palestijnse inwoners van het gebied werd gedwongen land af te staan.
‘Geen enkele universiteit in Israël gaat vrijuit’, zegt ze stellig. ‘En het is al aan de gang sinds 1948, toen de staat Israël werd opgericht. De Hebreeuwse Universiteit, die toen al bestond, wilde aanvankelijk haar onafhankelijkheid van de staat bewaren, maar moest zich uiteindelijk toch in dienst stellen van de staat.’ De Volkskrant vroeg de universiteiten om een reactie op bovengenoemde beschuldigingen, maar ontving deze niet vóór publicatie.
Deze praktijken gebeuren nog steeds, schrijft u.
‘Jazeker. In 2021 nog deden onderzoekers van de Universiteit van Tel Aviv en het Weizmann Instituut onderzoek naar Dode-Zeerollen die geconfisqueerd waren uit grotten op de Westelijke Jordaanoever. Dat is gewoon illegaal, je mag geen artefacten weghalen uit bezet gebied. Diefstal van Palestijns gebied gaat dus hand in hand met diefstal van artefacten. Israëlische archeologen faciliteren dit, in samenwerking met het leger, kolonisten en de staat.’
Dit speelt toch niet in alle vakgebieden? De Radboud Universiteit, waar u vandaag sprak, werkt bijvoorbeeld samen met de Hebreeuwse Universiteit op het gebied van astronomie-onderzoek naar botsende neutronensterren. Dat is apolitiek, zou je zeggen.
‘Nee, alles is politiek. Via dit soort samenwerkingen legitimeren westerse instellingen de Israëlische universiteiten. Die laatste zien zichzelf namelijk graag als onderdeel van de westerse academische gemeenschap, daarom doen ze ook graag mee in subsidieprogramma’s als Horizon 2020 (van de Europese Unie, red.). Tegelijkertijd willen ze geen verantwoording afleggen over hun medeplichtigheid aan het Israëlische apartheidsbeleid en de genocide in Gaza.’
Moet je daarvoor alle Israëlische wetenschappers verantwoordelijk houden? Je kunt ook alleen de samenwerkingen met ‘foute’ afdelingen stoppen.
‘De universiteiten als geheel, als instituties, zijn medeplichtig aan de onteigening van Palestijnse gebieden en eigendommen. Afzonderlijke wetenschappers die zich hiertegen uitspreken staan bovendien onder druk. Kijk naar Nadera Shalhoub-Kevorkian, een criminoloog die al dertig jaar aan de Hebreeuwse Universiteit werkt. Zij werd geschorst, onder meer omdat ze het geweld dat Israël gebruikt tegen Palestijnen ‘genocide’ noemde. (Ook leek ze seksueel geweld door de Hamasterroristen op 7 oktober te betwisten, iets wat ze later weer zou hebben ontkend, red.) Meerdere ministers vroegen de universiteit om haar ontslag. En zelfs collega-onderzoekers probeerden haar zwart te maken. Alleen vanwege internationale druk mocht ze aanblijven.’
Zijn zij geholpen met een westerse boycot? Israëlische wetenschappers die ik spreek benadrukken dat veel kritiek op de Israëlische regering juist vanuit de universitaire gemeenschap komt, bijvoorbeeld over de inperking van de rechterlijke macht.
Fel: ‘Israëliërs willen graag doen geloven dat hun protesten tegen de hervormingen van premier Netanyahu ook gaan over vrijheid voor Palestijnen. Maar waar zijn die protesten nu? Je ziet nagenoeg alleen nog demonstraties voor het vrijlaten van de gijzelaars, niet tegen de genocide, de massale uithongering van mensen in Gaza en de dood van veertigduizend mensen. Waar zijn die mensen die u sprak nu? Hebben ze één petitie getekend tegen de vernietiging van de universiteiten in Gaza?’
Zij doelen op Israëlische initiatieven als Academia for Equality, dat zich inzet voor solidariteit met de Palestijnse academische gemeenschap. En op onderzoekers als Yael Berda van de Hebreeuwse Universiteit, die een boek schreef over etnische hiërarchie in Israël.
‘Ook die zullen niet ontkennen dat de universiteiten steeds rechtser zijn geworden en dat er steeds meer repressie is op de campussen. Dat kun je bijvoorbeeld teruglezen in de rapporten van de Palestijns-Israëlische burgerrechtenbeweging Adalah. Er moet meer academische vrijheid komen, zodat alle kritische onderzoekers – zowel Palestijnse als Joodse Israëliërs – ongehinderd hun werk kunnen doen. Daarvoor is internationale actie nodig, om die universiteiten ter verantwoording te roepen.’
Wat verwacht u als er daadwerkelijk een internationale boycot komt?
‘Ik hoop dat er dan hetzelfde gebeurt als in de jaren tachtig in Zuid-Afrika, toen westerse academische instellingen de universiteiten daar boycotten. Dat droeg bij aan de beëindiging van het apartheidsregime. Als in Israël nu hetzelfde gebeurt, stoppen universiteiten daar hopelijk met het trainen van soldaten, met samenwerkingen op het gebied van wapenproductie en met de gewelddadige onderdrukking van studentenorganisaties. Alleen zo krijg je uiteindelijk een einde aan de bezetting en apartheid, en volledige gelijkwaardigheid van alle inwoners van Israël, inclusief de Palestijnse.’
Maya Wind (1989) groeide op in Jeruzalem. Ze behaalde haar masters- en doctorstitel aan de New York-universiteit en doet onderzoek aan de Universiteit van Brits-Columbia in Vancouver, Canada. Naast haar academische werk is ze actief in de BDS-beweging (boycot, desinvestering en sancties) die Israël onder druk wil zetten om de mensenrechten van Palestijnen beter na te leven. Ze zat een aantal maanden in de gevangenis omdat ze militaire dienst weigerde.
Geselecteerd door de redactie
Live Midden-Oosten: Hevige gevechten in Noord-Gaza, Israël claimt 80 soldaten te hebben gedood
VS: Israël heeft genoeg troepen bij Rafah om stad binnen te vallen
Concertgebouw Amsterdam annuleert optredens van Israëlisch strijkkwartet vanwege ‘veiligheid’
Source: Volkskrant