Home

Opinie: De studenten hebben de eerste ronde in hun strijd tegen de macht op hun sloffen gewonnen

Volgens de bestuurlijke consensus is een acceptabele demonstratie kalm en gemoedelijk: studenten mogen best een theekransje op het gras organiseren. Maar geweldloos verzet, de meest effectieve manier om je maatschappelijke doelen af te dwingen, is zelden gezellig of harmonieus, betoogt Lodewijk van Oord.

De afgelopen tijd heb ik met groeiende interesse gekeken naar de studentenprotesten tegen het Israëlische offensief in Gaza en de vermoede genocide die zich daar voltrekt. Deze demonstraties en kampementen begonnen aan de Columbia-universiteit in New York en verspreidden zich snel over andere universiteiten in de Verenigde Staten. Inmiddels hebben studenten aan honderden universiteiten in de Verenigde Staten en de rest van de wereld zich hierbij aangesloten.

Vaak verlopen deze demonstraties buitengewoon gemoedelijk en is er constructief overleg tussen studenten en bestuurders. De eerste successen zijn geboekt. De Londense Goldsmiths-universiteit willigt de eisen van de studenten in. De universiteit beëindigt haar investeringen in Israëlische bedrijven en instellingen. Ook komen er studiebeurzen voor Palestijnse studenten die door het oorlogsgeweld zijn getroffen.

Bestuurders van het Ierse Trinity College gingen ook overstag. In Dublin hadden studenten de toegang tot het beroemde ‘Book of Kells geblokkeerd. Na drie dagen bereikten bestuurders en demonstranten een akkoord.

Over de auteur:

Lodewijk van Oord is schrijver. Hij doceerde conflictstudies en geschiedenis van het Midden-Oosten. Zijn laatste roman heet Niemand is van hier. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Lange adem

Geweldloos protest is nog altijd effectief, laten deze voorbeelden zien. Dit hoeft ons niet te verbazen. De geschiedenis van deze protestmethode is goed gedocumenteerd. Verzetsbewegingen die geweldloosheid als strategie omarmen trekken keer op keer aan het langste eind. Meestal is er een lange adem voor nodig. Vaak worden de demonstranten geconfronteerd met geweld van de heersende macht, waardoor het protest soms wordt gebroken. De ervaringen uit het verleden tonen aan: geweldloos protest is een krachtige methode om de confrontatie aan te gaan tegen maatschappelijk onrecht.

In Londen en Dublin zegevierden de studenten betrekkelijk eenvoudig. In andere landen werd de eerste ronde van de protesten met politiegeweld beëindigd, waaronder in Nederland. Hoe kunnen we deze opvallende verschillen verklaren?

Volgens de vertegenwoordigers van de macht (bestuurders, burgemeesters, de politie) moest de Mobiele Eenheid in Amsterdam en Utrecht geweld inzetten omdat de eisen van de studenten onredelijk waren én omdat de protesten niet vreedzaam verliepen. In Nederland werd het Amerikaanse model gevolgd: na aangifte door de universiteit verschenen de wapenstokken, politiehonden en shovels. In andere landen kiezen bestuurders voor het gesprek en voor de-escalatie. De tijdelijke huisvredebreuk en tentjes in de voortuin nemen ze voor lief.

Klem gezwommen

Ik heb vaak mogen doceren over de beginselen van het geweldloos protest. Ik hield mijn studenten voor dat deze methode pas in de fase na de eerste protesten écht begint. Door met geweld te reageren hebben de Nederlandse regenten zich klem gezwommen in het fuikje dat de demonstranten hadden uitgezet. ‘De dialektiek van de provokatie’ noemde Harry Mulisch deze methode in Bericht aan de rattenkoning, zijn weergave van de provodemonstraties in het Amsterdam van 1966.

Voor de volgende ronde staat een ding vast: de aandacht is getrokken. Cameraploegen zullen verschijnen. De demonstranten doen er goed aan de beproefde methoden van het geweldloos verzet opnieuw te bestuderen en met elkaar een heldere strategie af te spreken. Ze moeten hun doelen goed afbakenen en deze krachtig over het voetlicht brengen. Alleen dan kunnen hun inspanningen het beoogde effect bereiken.

De reactie van de zittende macht is redelijk voorspelbaar, toont de geschiedenis van het geweldloos protest. In eerste instantie zal men er alles aan doen om de protestbeweging te bagatelliseren of de legitimiteit ervan in twijfel te trekken. In deze eerste fase kiest de journalistiek vrijwel altijd de kant van de macht. Tijdens de Amsterdamse provoprotesten in de jaren zestig ging het om ‘langharig werkschuw tuig’ dat niks anders wilde dan rotzooi trappen. In 2019 waren de klimaatspijbelaars op het Malieveld ‘hypocriete pubers’, vooral de scholieren die met de bus naar Den Haag waren gekomen. De scholieren van toen studeren nu in Utrecht en Amsterdam. Hun onvrede is geen overgewaaide hype. Hun woede over de staat van de wereld komt echt niet uit de lucht vallen.

Tuig

Inmiddels zijn de adjectieven ‘hangharig’ en ‘werkschuw’ verdwenen: partijleiders Van der Plas (BBB) en Yesilgöz (VVD) noemen de demonstranten simpelweg ‘tuig’. Wilders knikt instemmend: ‘Het is goed dat er wordt opgetreden. Hoe eerder, hoe harder, hoe vaker, hoe beter.’ Premier Rutte beschuldigt de demonstranten collectief van antisemitisme. Onderwijsminister Dijkgraaf komt met een omfloerst veiligheidsargument: ‘De besturen moeten een veilige omgeving creëren en belangrijker nog: deze moet als veilig worden ervaren.’

Een acceptabele demonstratie is kalm en gemoedelijk, aldus de bestuurlijke consensus. Studenten mogen best een theekransje op het gras organiseren. Maar zodra het spannend wordt, de spreekkoren toenemen en er openbare gebouwen worden bezet, wordt de sfeer volgens deze consensus ‘grimmig’ en ontstaan er ‘onveilige situaties'. ‘Wat vreedzaam begon eindigde in een grimmige sfeer’, aldus het Radio 1 Journaal. In de praktijk is er natuurlijk een levensgroot verschil tussen een grimmige sfeer en een onveilige situatie. Een onveilig gevoel is echt iets anders dan een werkelijk gevaar.

Een idealistische generatie studenten luistert naar de drogredenen van hun bestuurders en de feitenvrije veroordelingen van de politieke macht, en denkt: van deze leiders valt niets te verwachten. De manier waarop de macht heeft gereageerd zal een grote rol spelen in de vervolgstappen die ze gaan nemen. Inhoudelijk hebben de bestuurders nauwelijks argumenten, zo blijkt. De demonstranten hebben de eerste ronde op hun sloffen gewonnen.

Conflict

Volgens de Noorse vredessocioloog Johan Galtung moeten we niet bang zijn voor menselijk conflict. Sterker nog: conflict is het enige instrument dat we hebben om onrecht tegen te gaan en de wereld te verbeteren. Ook geweldloos conflict leidt per definitie tot confrontatie en spanning. Het is dan ook onverstandig deze methode ‘vreedzaam’ te noemen. Over de vraag wat we onder geweldloos of gewelddadig moeten verstaan kun je aan de hand van verschillende argumenten een inhoudelijk gesprek voeren. Vreedzaam is vooral een gevoel, net zoals de onveilig voelende omgeving van Dijkgraaf. Dat is geen basis voor debat.

Geweldloos verzet is zelden gezellig of harmonieus. Het is geen vrede op aarde, geen ‘Kumbaya’-gezang op gitaarmuziek. Volgens de toonaangevende theoreticus Gene Sharp is deze protestmethode een pragmatische manier om zonder fysiek geweld je maatschappelijke doelen af te dwingen. In hoeverre dit protest tot een fysieke confrontatie leidt, hangt in grote mate af van de manier waarop de macht reageert.

Ware gezicht

Dit inzicht is terug te leiden tot de denkbeelden van Mahatma Gandhi in India, die de principes van effectieve burgerlijke ongehoorzaamheid uitdacht en ermee oefende. Door de confrontatie te zoeken dwing je de macht haar ware gezicht te laten zien. Wie de bestuurlijke reacties op de wereldwijde studentendemonstraties met elkaar vergelijkt, ziet Gandhi’s denkbeelden opnieuw bevestigd.

Johan Galtung en Gene Sharp besteedden hun werkzame levens aan het bestuderen van conflict en maatschappelijk verzet. Ze deden dit vanuit de overtuiging dat alleen geweldloos protest in staat is geweld en repressie te beëindigen. Ze bestudeerden de grote en bekende namen, zoals Gandhi, Martin Luther King, Lech Walesa en Desmond Tutu, maar ook de honderden geweldloze verzetsbewegingen die minder bekend zijn. Beide geleerden zijn inmiddels overleden, maar hun werk verdient het om door de nieuwste generatie demonstranten te worden gelezen. Ook de Nederlandse bestuurders geef ik dit als leestip mee.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next