Wij hebben het ergste klimaat van de gehele wereld, het is hier nog erger dan in Schotland. Godfried Bomans bracht deze stelling niet lichtvaardig in, de man deed in hoogsteigen persoon veldonderzoek in Schotland. ‘Ik ben daar expres naartoe gegaan om te kijken of het waar was en ik heb daar duidelijk de zon gezien. Het was maar heel even, ongeveer drie seconden, en ik vroeg direct aan een Schotse voorbijganger wat dit was. De zon, zei hij onmiddellijk. Welnu, dit zou hij nooit kunnen weten als de zon daar al niet eerder geschenen had. Gebeurde dit bij ons, dan zou niemand het weten, omdat wij het verschijnsel niet kennen; hoewel ik moet toegeven dat er in Amsterdam een grijsaard woont die in 1887 het hemellichaam met eigen ogen heeft waargenomen. Hij houdt daar wel eens lezingen over en telkens is de zaal stampvol.’
Naar deze passage dwaalden mijn gedachten af toen ik het klimaatrapport las van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) waarin staat dat Nederland warmer, droger én natter is geworden. Ik zocht het desbetreffende boekje van Bomans nog eens op, en zonk toen een verloren half uur weg in gelukzaligheid. De aandachtspanne voor het nieuws hangt, zo vermoed ik, sterk samen met het menselijk absorptievermogen om de deprimerende staat van de wereld te verdragen.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het rapport van het PBL werd deze week gepubliceerd en beschrijft de huidige stand van zaken met betrekking tot het Nederlandse klimaat. Daarin is heus ook goed nieuws te vinden: een warmer klimaat leidt tot minder sterfgevallen door kou, het (buiten)toerisme trekt lekker aan en we hoeven onze huizen minder warm te stoken. Deze drie plussen staan in het rapport als een zonderlinge bloem in de woestijn, de rest van de bevindingen varieert van licht verontrustend tot ronduit alarmerend. Niet eens trouwens door de lange opsomming van de toegenomen klimaatrisico’s, maar vooral door de opgave die ervoor nodig is om die risico’s te ondervangen.
Er moeten nú belangrijke keuzes worden gemaakt over ruimtelijke- en verdelingsvraagstukken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de verdeling van (drink)water tussen huishoudens enerzijds en industrie, landbouw en natuur anderzijds, en aan de vraag waar (geen) nieuwe woningen gebouwd moeten worden. Het advies van het PBL komt erop neer dat de overheid snel fundamentele, structurele en evenwichtige beslissingen moet nemen over de toekomst van ons land. Dat is nogal wat. Gelukkig staan we aan de vooravond van een kakelvers kabinet, dat met rotsvaste overtuigingen het landsbestuur op zich wil nemen. Het zal vast goedkomen dus.
Het PBL ziet graag een maatschappij ontstaan die veerkrachtig kan reageren op klimaatverandering, we moeten kunnen meebewegen. Er zijn beleidskeuzes te verzinnen om veerkracht in de samenleving brengen, maar ik vraag me nu vooral af in hoeverre wij Nederlanders een veerkrachtig volk zijn. Hoe gaan we als collectief eigenlijk om met tegenslag en stress?
Bomans schreef in het hierboven aangehaalde stukje hoe bewonderenswaardig het is dat Nederlanders er überhaupt in slagen te leven, gezien de aanhoudende motregen. Zijn observatie is nog steeds, maar dan om een andere reden. Het is bewonderenswaardig hoe het land überhaupt standhoudt terwijl legio onderzoeksbureaus en -instituten een aanhoudende stroom alarmerende rapporten onder de aandacht blijven brengen van de politiek met het ijdele verzoek tot actie over te gaan.
Source: Volkskrant