Home

Alice Munro (1931-2024) beschreef in haar verhalen geen gebeurtenissen, ze legde zielen bloot

De korte verhalen van Alice Munro zijn uiterst zorgvuldig geschreven, en vergen ook uiterst zorgvuldig lezen. Tot een volledige roman kwam de maandag overleden Canadese schrijver nooit, maar aan complexiteit bonden haar verhalen nooit in.

De [op 13 mei] op 92-jarige leeftijd overleden Alice Munro behoorde tot de grootste korteverhalenschrijvers van deze tijd. In de literaire kritiek en door collega-auteurs is de zij in de loop der jaren herhaaldelijk vergeleken met grootmeesters als Tsjechov, Tolstoi, Maupassant en Flaubert. In 2013 werd haar oeuvre bekroond met de Nobelprijs voor Literatuur, die ze om gezondheidsredenen niet persoonlijk in ontvangst kon nemen. Munro overwon in de loop der jaren zowel kanker als hartproblemen. De laatste twaalf jaar van haar leven leed ze aan dementie.

Munro werd in 1931 als Alice Ann Laidlaw geboren in het provinciestadje Wingham, in de Canadese provincie Ontario. Als kind was ze een buitenstaander en was ze voortdurend in conflict met haar moeder. Toen Alice 10 jaar was, werd bij haar moeder de ziekte van Parkinson geconstateerd, wat het voortwoekerende conflict tussen de twee een nieuwe dimensie gaf, en waarbij de moeder, zoals de schrijfster het later formuleerde, ‘emotioneel alle kaarten in handen had’. Munro zocht haar heil in lezen en vervolgens voorzichtig in schrijven; boeken werden belangrijker voor haar dan het echte leven.

Over de auteur

Hans Bouman schrijft voor de Volkskrant over boeken en richt zich met name op literatuur en auteurs uit het Engelse taalgebied.

Mede om aan huis en aan de verstikkende, provinciale atmosfeer van Wingham te ontkomen, ging ze journalistiek studeren aan de University of Western Ontario. Hier leerde ze Jim Munro kennen, met wie ze twee jaar later trouwde. Een ideaal huwelijk was het niet – de twee gingen in 1972 uit elkaar – maar het betekende voor Munro een welkom afscheid van haar jeugd. Ze richtte zich op haar gezin, kreeg in korte tijd drie dochters (van wie er een kort na de geboorte overleed), negen jaar later een vierde.

Literair radioprogramma

Al tijdens haar studie publiceerde Munro haar eerste verhalen. Later werkte ze onder meer voor een literair radioprogramma. In deze periode begon zich een fenomeen te openbaren dat haar gedurende haar hele loopbaan zou achtervolgen en dat vermoedelijk mede de reden is van haar relatief geringe bekendheid. Munro wilde een roman schrijven, maar kwam qua lengte nooit verder dan een lang verhaal. Jarenlang zou ze zich, na de publicatie van alweer een verhalenbundel, aan een roman zetten, steeds zonder succes. Het feit dat ze uitgevers de gevraagde roman niet kon aanbieden, was ook de reden dat ze pas in 1968, na vijftien jaar schrijven, debuteerde; met een verhalenbundel.

In de jaren daaraan voorafgaand, waren de dood van haar moeder – in 1959 – en haar verhuizing naar het kuststadje Victoria in de provincie British Columbia belangrijke keerpunten geweest. In Victoria opende haar echtgenoot een boekhandel, waar Munro zelf ook ging werken. Het contact met andere literatuurliefhebbers deed haar goed.

Toen ze in 1968 uiteindelijk debuteerde met de bundel Dance of the Happy Shades was de kritische ontvangst uitstekend en werd Munro bekroond met de hoogste Canadese literaire onderscheiding, de Governor General’s Award. Drie jaar later publiceerde ze wat formeel haar eerste en enige roman zou blijven: Lives of Girls and Women (1971). Diverse critici meenden echter dat ook dit boek in feite een verhalenbundel was, zij het een waarin de verhalen onderling met elkaar zijn bevonden en dezelfde hoofdpersoon hadden.

Inwaartse blik

Voor Munro’s eerste twee boeken gold wat voor haar hele oeuvre zou gelden. De vertellingen gaan veelal over vrouwen, opgroeiend op het Canadese platteland van de vroege jaren zestig. Hun omgeving wordt gekenmerkt door provincialisme, een inwaarts gerichte blik, gebrek aan aspiraties en vooral door zeer beperkte kansen voor vrouwen. De hoofdpersonen voelen zich vrijwel altijd geremd door die externe omstandigheden. Ze dromen van ontsnapping, van vluchten. Haar laatste verhalenbundel publiceerde ze op haar 81ste: Dear Life (2012).

Hoewel de thematiek van Munro’s verhalen zonder twijfel was ontleend aan persoonlijke ervaringen, zijn ze slechts bij uitzondering onverbloemd autobiografisch. Belangrijker nog dan die thematiek, was haar schrijfstijl. Munro’s verhalen getuigen van een volstrekt beheerst, ingetogen schrijverschap. Kunstgrepen en effectbejag zijn haar vreemd, haar stijl van schrijven is onnadrukkelijk, innemend, laagdrempelig. Er is slechts in geringe mate sprake van een plotopbouw, er worden geen verrassende onthullingen gedaan, daverende slotakkoorden blijven uit.

In een Alice Munro-verhaal worden geen gebeurtenissen beschreven, maar worden zielen blootgelegd. Ze zijn buitengewoon zorgvuldig geschreven en vragen zorgvuldig te worden gelezen, hoe toegankelijk ze op het eerste gezicht ook lijken.

Prijswinnend auteur

Twee jaar naar de publicatie van haar derde bundel, Lives of Girls and Women (1971) scheidde Munro van haar echtgenoot. Ze ging creative writing doceren en hertrouwde. Omdat haar nieuwe schoonmoeder ziek was en verpleegd moest worden, ging het paar in het provinciestadje Clinton wonen, niet ver van Munro’s geboorteplaats. Een literaire verwerking van deze hernieuwde kennismaking met small-town Canada is te vinden Who Do You Think You Are? (1978). Onder de titel The Beggar Maid werd de bundel in 1980 genomineerd voor de Man Booker Prize. Die prijs ging dat jaar aan haar neus voorbij, maar in 2009 werd ze gelauwerd met de Man Booker International Prize.

Alice Munro schreef in totaal dertien verhalenbundels en daarnaast veel nog ongebundelde verhalen. De thematiek van haar werk is in de loop der jaren enigszins met de schrijfster meegegroeid, zoals bleek uit onder meer recente bundels als Runaway (2005), Carried Away (2007) en Too Much Happiness (2009), waarin onderwerpen als ouder worden, eenzaamheid en de macht van de herinnering figureren.

In haar laatste bundel, Dear Life (2012), nam Munro naast ‘courante’ verhalen ook een viertal autobiografisch getinte teksten op. ‘Ik geloof dat dit de eerste en de laatste – en de persoonlijkste – dingen zijn die ik over mijn eigen leven te zeggen heb’, schreef ze erover. De vier stukken hadden een wat soberder van toon dan de overige verhalen, maar waren in hun helderheid en directheid even indrukwekkend als haar beste werk.

Alice Munro’s schrijfstijl bleef tot het laatst gekenmerkt door een opzienbarend elegante en beheerste vitaliteit.

Source: Volkskrant

Previous

Next