David Sanborn kreeg op zijn 3de polio, wat zijn longen verzwakte. Hij moest maar saxofoon gaan spelen, luidde het advies. Sanborn groeide uit tot grootheid in de jazz, maar is ook te horen op platen van David Bowie, Bruce Springsteen en Steely Dan. Hij overleed zondag.
Saxofonist David Sanborn was de vriendelijkheid zelve, maar reageerde altijd wat stekelig als zijn muziek met smooth jazz werd geassocieerd. Eigenlijk vond hij zichzelf niet eens een echte jazzmuzikant. Zijn uit duizenden herkenbare geluid op de altsax kwam volgens hem meer voort uit de blues en r&b traditie dan uit de jazz. Maar ja, hij speelde saxofoon en dat was nu eenmaal vooral een jazz-instrument. Dus vooruit. Maar smooth jazz, dat vond hij toch een beetje te min.
Over de auteur
Gijsbert Kamer schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en en jazz.
Toch is die kwalificatie zo gek nog niet. De tientallen albums die hij onder eigen naam sinds 1975 opnam zijn door de bank genomen glad geproduceerd, met een Sanborn die niet echt improviserend en schurend de randen van de experimentele jazz opzoekt.
Daar staat tegenover dat hij er een aardige carrière had opzitten waarin de jazz ver te zoeken was, voordat hij zich zou ontwikkelen tot een van de succesvolste jazzmuzikanten uit de jaren tachtig. Sanborn had al naam gemaakt als uitmuntend sessiemuzikant op platen van Stevie Wonder, David Bowie en Bruce Springsteen voordat hij in 1981 zijn eerste Grammy won met het album Voyeur.
Dat de saxofoon in de popmuziek van de jaren zeventig en tachtig in de mode kwam, lag voor een belangrijk deel aan hem. Goede kans dat wanneer je eind jaren zeventig op de radio in een liedje van Paul Simon of Bonnie Raitt een saxofoon hoorde, het David Sanborn was die het instrument bespeelde.
Hij was als bluesmuzikant begonnen, speelde op zijn 14de al in de band van Albert King en eind jaren zestig in de Paul Butterfield Blues Band, met wie hij in augustus 1969 op het vermaarde Woodstockfestival optrad.
Sanborn was saxofoon gaan spelen bij wijze van medische therapie. Toen hij 3 was, kreeg hij polio, wat zijn longen ernstig verzwakte. Door veel te blazen zouden die hersteld kunnen worden, een advies dat Sanborn opvolgde.
Aanvankelijk probeerde hij het geluid van zijn grote held, Hank Crawford, altsaxofonist en bandleider van Ray Charles, te benaderen maar hij zou al snel een eigen geluid vinden. Een hoge, zuivere toon, zoetig maar met een klein zuurtje overgehouden uit de blues. Zijn geluid leverde hem al snel uitnodigingen op van Stevie Wonder, op wiens album Talking Book (1972) hij te horen is en van Bruce Springsteen die hem saxofoon liet spelen in het nummer Tenth AvenueFreeze-Out op het album Born To Run (1975).
Het beroemdst werd Sanborn als sessiemuzikant dankzij David Bowie. Sanborn ging in 1974-1975 met de Britse popster op tournee en kreeg alle ruimte op diens album Young Americans (1975). Zijn altsax opent de plaat met een funky solo in het titelnummer en is het hele album nadrukkelijk aanwezig. Behalve in de grote hit ervan, Fame want uitgerekend toen dat werd opgenomen was hij op tournee met het orkest van Gil Evans.
Dat hij van Bowie zoveel ruimte kreeg, kwam omdat hij op dat moment geen lead-gitarist in zijn band had, zodat Sanborn volop kon soleren. Sanborns spel maakte diepe indruk in de popwereld. The Eagles, Steely Dan, Billy Joel en Elton John waren slechts enkele grote namen die als een liedje om een saxofoon vroeg, ze belden met David Sanborn.
Die was inmiddels druk genoeg met de albums die hij vanaf Taking Off (1975) onder eigen naam uitbracht. Hij maakte samen met de Brecker Brothers naam als architecten van fusion jazz, een mengvorm van jazz, funk en rock. En was solo ook uiterst productief en met succes. Hij zou regelmatig de jazz-albumlijsten aanvoeren en in de loop der jaren zes Grammy’s winnen.
Veel van zijn prettig in het gehoor liggende platen zou je wel degelijk als smooth jazz kunnen bestempelen, maar zeker niet allemaal. Compositorisch spannend is bijvoorbeeld het met onder meer gitarist Bill Frisell, bassist Charlie Haden en drummer Jack DeJohnette gemaakte Another Hand (1991). En allerminst smooth klinkt het het live-album Priestess van Gil Evans waarop Sanborn naast Arthur Blythe op altsax te horen is.
Daar staan dan wel fluweelzachte producties met pianist Bob James tegenover, die nog altijd meer met Sanborn vereenzelvigd worden. Dat zijn interesses verder gingen blijkt wel uit de bijzondere stap in zijn carrière toen hij tussen 1988 en 1990 host was van een invloedrijk muziekprogramma Night Music van de makers van Saturday Night Live. Zijn muzikale veelzijdigheid bleek uit de gasten met wie hij meespeelde. Van Sonny Rollins en Miles Davis tot Sonic Youth en Pere Ubu: de blijmoedige Sanborn blaast steevast een moppie mee, zo valt terug te zien op YouTube.
Live spelen dat was uiteindelijk het belangrijkste voor Sanborn die sinds 2018 geen platen meer uitbracht. Er viel steeds minder aan te verdienen, liever ging hij het podium op. En kieskeurig was hij ook niet. Zo stond hij in 2008, gewoon omdat hij een avondje vrij was en graag ergens in het zuiden van Nederland wilde spelen, doodleuk voor 230 betalende bezoekers in Café Wilhelmina. Onlangs moest hij een tournee wegens rugklachten afzeggen, maar zijn concertagenda stond tot ver in 2025 vol, toen hij zondag toch nog vrij onverwacht overleed aan de gevolgen van prostaatkanker.
David Sanborn had dan wel al op Woodstock gespeeld, hij was nog een beetje zoekende als muzikant toen hij in 1972 door Stevie Wonder werd gevraagd mee te spelen op een compositie voor wat zijn eerste meesterwerk zou worden: Talking Book. Sanborn speelt de melodie van deze sterke funktrack Tuesday Heartbreak bijna achteloos mee, lijkt het.
De beroemdste bijdrage van David Sanborn aan de popgeschiedenis is wellicht zijn solo aan het begin van David Bowie’s Young Americans. Minstens zo prachtig is Sanborns bijdrage aan Right op datzelfde album Young Americans. Zo mooi huilde de altsax van Sanborn maar zelden.
Niks smooth aan deze stevig funkende track van het titelloze solodebuut van bassist Jaco Pastorius. Je hoort David Sanborn voor zijn beurt al even een half nootje blazen voordat hij na een minuutje echt los mag. Die gretigheid typeert hem eigenlijk op al zijn gastbijdragen. David Sanborn was geen broodmuzikant, hij speelde uit passie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant