Home

Gekheid om een stokje: hoe de Nederlandse estafetteploeg in 1968 op een haar na het het podium had gehaald

Deze zomer maken atleten in Parijs jacht op eeuwige olympische roem. Maar wat gebeurt er als je net naast de medailles grijpt? In een tweewekelijkse serie herbeleven Nederlandse sporters het moment dat ze op de ondankbaarste plek belandden. In deel 1 de vrouwen die vierde werden op de 4x100 meter op de Spelen van Mexico-Stad in 1968.

Ze zien elkaar nog altijd zeker één keer per jaar. Wilma van den Berg (76) en Truus Hennipman (80) waren sprinters, Corrie Bakker (78) was vooral verspringster en Mieke Sterk (78) was snel over de horden. Als estafetteploeg op de 4x100 meter raasden ze 56 jaar geleden in Mexico-Stad naar de vierde plaats, nadat ze in de serie een wereldrecord hadden gelopen, 43,4. Als nationaal record hield het 44 jaar stand.

Over de auteur
Rob Gollin is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over wielrennen. 

Vandaag zitten de vier onder een parasol in de achtertuin van Hennipman; echtgenoot Pim serveert koffie, gebak, sap en broodjes. Fotoalbums en plakboeken liggen onder handbereik. Een weerzien wordt gaandeweg minder vanzelfsprekend. De gezondheid begint brozer te worden. Sterk heeft hartklachten. Bakker kampt met een versleten heup. Hennipman ondergaat chemotherapie. De stemming aan tafel lijdt er niet onder. ‘We hebben zoveel meegemaakt. We hebben ons vaak gek gelachen.’

Maar de Spelen in Mexico begonnen met tranen op Schiphol.

Wilma van den Berg: ‘Het bestuur van de atletiekunie had ons na de EK in Boedapest in 1966 samengebracht, Wil Westphal was aangewezen als onze coach. Op individuele nummers waren we subtop, maar op de estafette zouden we dankzij sterke wissels kans maken op medailles.’

Truus Hennipman: ‘Zo konden er ook meer bobo’s mee. Dat speelde ook een rol.’

Mieke Sterk: ‘We trainden geregeld in Overveen, daar verbleven we in het katholieke jongerencentrum. We sliepen op doorgezakte bedden.’

TH: ‘We kregen veel doppertjes uit blik.’

WvdB: ‘Wil had creatieve trainingsmethoden. Hij gooide een bal omhoog en op het moment dat die de grond raakte, moesten we wegwezen. Of hij wierp een trainingsjack de lucht in, dat valt langzamer.’

Corrie Bakker: ‘Het heeft wel even geduurd voordat we op hetzelfde moment vertrokken.’

MS: ‘We zijn nog op hoogtestage geweest in Sankt Moritz. Dan gingen we wandelen in de bergen, maar daarna waren we zo stijf dat we niet meer konden sprinten. Toen heeft Wil ons nog gemasseerd, er was natuurlijk geen fysio mee.’

WvdB: ‘Hier, wat vind je van deze foto? Dat zijn wij, in bikini, samen met Wil in de zon.’

TH: ‘Ik zat op zijn schoot, kun je nagaan. Dat zou nu niet meer kunnen.’

CB: ‘Nee, dat was niet op deze foto.’

WvdB: ‘Maar toen we op Schiphol stonden, drie weken voor het begin van de Spelen, zei iemand van de atletiekunie: Wil gaat niet mee. Hij had de avond ervoor ruzie gekregen met de chef d’équipe, Jo Moerman. De groep atleten was zo groot dat er een andere trainer bij moest, Ton Eijkenboom. Die moest maar de estafette gaan doen. Toen is Wil boos weggelopen.’

MS: ‘Het was pure bureaucratie. Ik heb gehuild.’

TH: ‘We waren allemaal emotioneel.’

CB: ‘Er is een foto dat prins Claus ons uitzwaait. Je ziet mij heel sip kijken.’

WvdB: ‘We hebben Wil nog een telegram gestuurd. Kom alsjeblieft! Hij kwam uiteindelijk wel, er is een inzamelingsactie geweest. Hij zat op de tribune. Maar we mochten geen contact meer hebben.’

MS: ‘Er kwam toch een andere coach, Jacob Dikken, de trainer van Wilma. Maar die wilden we niet. Als we ’s morgens naar het trainingsveld gingen, trokken we een sprintje naar de bus om hem te ontlopen.’

CB: ‘Ik heb hem jaren later nog mijn excuus aangeboden.’

MS: ‘Je leek wel gek.’

TH: ‘We hadden nog wel het schema van Wil. Dan stond er bijvoorbeeld: bostraining. Dan eisten wij in Mexico dat we naar het bos werden gebracht. Zo waren wij.’

MS: ‘Er waren meer relletjes. Ik mocht eerst niet meedoen aan het defilé. We moesten ongelooflijk tuttige kleding dragen, met rokken ver over de knie. Moet je nagaan: het was de tijd van de mini-mode. Ik had er de schaar in gezet. Nou ja, dat ging de heren te ver. Maar toen bleek dat meer meiden dat hadden gedaan, moesten ze me weer in genade aannemen.’

WvdB: ‘Ik denk wel dat jij nog steeds de kortste rok had.’

MS: ‘We hadden ook stomme sportkleding, heel truttig. Zware oranje katoenen broeken. Je kon de pijpjes een beetje naar binnen vouwen, anders zag het er helemaal niet uit.’

TH: ‘In die weken voor de wedstrijd merkten we dat we elke keer steeds beter gingen lopen. We hadden eindelijk tijd om echt te trainen.’

CB: ‘Er lag tartan op de baan. Daar hadden we maar één keer eerder op gelopen, in Londen. Je stuiterde gewoon omhoog. Je moest je techniek aanpassen. In Mexico hebben we dat verfijnd.’

WvdB: ‘In de serie liepen we meteen een wereldrecord, 43,4. Ja, dat resultaat verraste ons wel. De Amerikanen waren ook heel goed, ze evenaarden die tijd.’

CB: ‘Ik zie ons nog bij elkaar staan in een groepje. O, we hebben een wereldrecord. Hoe voel jij je? Nou, nog net zoals gisteren. Er gebeurt wel wat, maar eigenlijk gebeurt er ook niks. Maar coaches van andere landen kwamen naar ons toe. Hoe doen jullie dat met die wissels? Hoe trainen jullie?’

MS: ‘Het gaat erom dat degene die komt aanlopen precies dezelfde snelheid heeft als degene die het stokje ontvangt. Dat moet gebeuren in het laatste gedeelte van het wisselvak. Daar hebben we eindeloos op getraind. Daar waren we heel goed in.

WvdB: ‘Gemiddeld liepen we individueel 11,6 seconden over de honderd meter. Als je dan samen uitkomt op 43,4 is dat echt een topprestatie.’

MS: ‘Het was de verdienste van Wil dat hij er een eenheid van heeft gemaakt. We zijn echt naar elkaar toegegroeid.’

CB: ‘Het hielp ook dat we ons konden afzetten tegen de bobo’s.’

TH: ‘We hadden Bob Beamon gezien, die Amerikaanse verspringer. Hij kwam uit op 8.90 meter. Hij vloog gewoon. Dat record is 23 jaar blijven staan.’

WvdB: ‘Hij liep in het olympisch dorp altijd rond in een kaftan, bedrukt met krantenknipsels, en met veel kettingen om zijn hals.’

CB: ‘We vonden hem al voor zijn sprong interessant. Een jaar later heeft nog een foto van hem en mij en een andere atlete, Hilly Gankema, in de Rijam-agenda gestaan. Mieke is nog met hem uit geweest.’

WvdB: ‘Hij viel op blondjes.’

MS: ‘Hij heeft me meegenomen naar een nachtclub, overdag om twee uur. Het was binnen helemaal donker. Zelf ging hij whisky drinken. Ik moet zeggen: ik had dat achteraf niet moeten doen. Ik was doodsbang. Ik dacht vooral: hoe kom ik in godsnaam veilig terug. In mijn zak had ik een paar peso’s, die heb ik de hele tijd angstvallig vastgehouden, dan kon ik tenminste nog een taxi betalen. Uiteindelijk zijn we samen teruggegaan, hij moest ook weer naar het dorp.’

TH: ‘Hij moest natuurlijk ook naar bed.’

MS: ‘Maar niet met mij.’

TH: ‘Het was ook super dat we Dick Fosbury hebben zien hoogspringen. Dat hij ruggelings over de lat ging. Dat was toen heel apart, hij was de eerste die het op de Spelen deed. Hoe kom je erop? Gelukkig mocht het. Hij won er goud mee.’

MS: ‘We zaten in het stadion toen die Amerikaanse donkere jongens het gebaar van de Black Power-beweging maakten. Tijdens de medailleceremonie voor de tweehonderd meter staken ze hun vuist omhoog.’

WvdB: ‘Je beseft nauwelijks dat het een historisch moment was. We waren best wel naïef. Ik dacht wel: hoe durven ze het? Daar had ik wel ontzag voor.’

MS: ‘De actie leek me terecht. Pas later hoorde ik dat zwarte Amerikanen nog niet eens algemeen kiesrecht hadden.’

WvdB: ‘Nee, het is niet zo dat daarmee bij ons de kiem is gelegd voor maatschappelijk engagement.’

MS: ‘Dat zit in je. Een jaar later weigerde ik mee te doen met de EK in Griekenland. Daar hadden die kolonels demonstranten laten neerknuppelen. Daar ga je niet voor je lol hardlopen.’

WvdB: ‘Zoiets krijg je van huis uit mee. Ik ben tijdens de Spelen van München in 1972 naar huis gegaan, nadat Palestijnse terroristen Israëlische atleten hadden gegijzeld en vermoord. Er waren sporters bij die ik kende. Dan kun je je toch niet voorstellen dat je gewoon in een startblok gaat zitten?’

MS: ‘Ik zag de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité op de televisie, Avery Brundage. The games must go on! Ik zat thuis te rillen op de bank. Een lul van een vent was het.’

TH: ‘De Spelen in Mexico zijn de laatste geweest zonder al die beveiligingen.’

CB: ‘We konden ‘s avonds gewoon uit. Ik stond in een cafeetje met hockeyers, toen er een man op me afkwam met een zilveren schaaltje waar een kaartje op lag. Hij zei: er is een heer die kennis met je wil maken. De volgende dag stond die persoon in het olympisch dorp met een hele grote auto. Ik zei: ik mag niet alleen met een man op stap. We waren gewaarschuwd voor geslachtsziekten. Er zijn nog hockeyers meegegaan. Het was een steenrijke Mexicaan, een architect, een jonkie nog. Hij had nagellak op.’

WvdB: ‘Dit komt toch niet in de Story?’

CB: ‘Dit is juist leuk. Het past ook in die tijd. We gingen naar een complex met zeven feestzalen, ergens midden in Mexico. We belandden nog in zijn appartement. Daar stond een heel groot bed. Daar heeft hij me ten huwelijk gevraagd. Ik heb maar gezegd dat mijn zus zich ging verloven, daar moest ik bij zijn. Ik dacht: wegwezen. We moesten ook nog wedstrijden lopen.’

WvdB: ‘We wisten dat het in de finale van de estafette moeilijk ging worden. Rusland en Cuba hadden hun beste deelnemers voor het laatst bewaard. Maar iedereen zei dat we na dat record een goede kans op goud maakten. Dan voel je een enorme druk. Het was onrealistisch. Die mindere tijden van de concurrentie in de serie zeiden niks. Dat bleek wel. De Verenigde Staten liepen met 42,8 een nieuw wereldrecord, Cuba was tweede. Met Rusland scheelde het toch maar een haar, beide teams kwamen uit op 43,4.’

CB: ‘Ik zie die teleurstelling van de bobo’s nog voor me. Die naar beneden hangende gezichten.’

MS: ‘Was er een hapering geweest tussen Truus en mij? Dat zegt me niks.’

TH: ‘Waar komt dat vandaan?’

CB: ‘Ik zag een rimpeling. De wissel liep niet helemaal door. Zij hebben het zelf niet gemerkt. Ik heb een andere beleving.’

TH: ‘O wacht, ik heb hier wel iets gevonden, een knipsel uit De Telegraaf. Dit staat er: de wissel tussen Mieke Sterk en Truus Hennipman had volgens Jacob Dikken beter gekund.’

WvdB: ‘Ik dacht vooral: jammer. We hadden weer een supertijd gelopen. Dan heb je te accepteren dat het een vierde plek heeft opgeleverd.’

TH: ‘We konden niet harder. Het verschil met de Russen was tweehonderdste. Dan voelt vierde worden toch vervelend.’

MS: ‘Ik ben niet onder de indruk van nummers één, twee of drie. Dat zit niet in mijn systeem.’

CB: ‘We waren al heel blij dat we het stokje niet hadden laten vallen.’

WvdB: ‘De sport heeft me veel gebracht. Je leert omgaan met teleurstellingen, je kunt vervolgens proberen je te verbeteren. Die vierde plaats was toch heel goed. Na ons is nooit een Nederlands team op dit onderdeel hoger geëindigd. Het record hebben we 44 jaar gehouden. In de loop der jaren zijn we steeds trotser geworden.

MS: ‘Ik ben altijd wat tegendraads geweest, ook in de sport heb ik nooit mijn mond gehouden. Felix Rottenberg heeft me begin jaren negentig uit mijn huis gesleurd om Tweede Kamerlid voor de PvdA te worden. Dat was zonder die sport nooit gebeurd. Ik heb daar mijn halve carrière aan te danken.’

TH: ‘Ik ben op mijn hoogtepunt gestopt, zo voelde het. Het was mooi geweest. Ik ben na Mexico aan een gezin begonnen. Maatschappelijk heeft het niet zo veel opgeleverd. We kregen een lepeltje als we wonnen. Maar ik zou niet willen ruilen met de huidige generatie. Als je ziet hoe groot hun entourage is en dan al die verplichtingen die ze hebben.’

MS: ‘Buiten de pot piesen is er niet meer bij.’

TH: ‘Joh, je hebt geen leven meer.’

CB: ‘Zie ons hier nou zitten, een stelletje dwarse vrouwen, heel verschillend, die elkaar gewoon zijn blijven verdragen. Voor mij is dat het allerleukste en waardevolste gebleken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next