Het Europese migratiepact, waarover bijna tien jaar is onderhandeld, wordt dinsdag officieel afgehamerd. Wat houdt het nieuwe asielbeleid in?
Het heeft bijna tien jaar geduurd, en talloze versies lagen op tafel. Maar dinsdag is het dan toch zo ver: het migratiepact van de Europese Unie wordt bezegeld, als de Europese Raad als laatste zijn fiat eraan geeft.
Dat betekent dat de ontvangst van migranten vanaf 2026 op een drastisch andere manier zal verlopen – tenminste op papier. Het grote doel is om ‘grip te krijgen op migratie’, met vooral minder migranten uit veilige landen. Wat verandert er precies?
Over de auteur
Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
Migranten die worden gered op zee of betrapt bij een illegale grensoversteek, moeten naar gesloten centra worden gebracht. Die kunnen binnen, maar ook buiten de EU liggen: een groep landen, waaronder Denemarken, Tsjechië en Nederland, pleitte er begin mei voor de migratieprocedure te ‘outsourcen’. In de detentiecentra mogen de migranten in eerste instantie maximaal zeven dagen blijven.
Terwijl de migranten in de gesloten centra zitten, worden hun persoonsgegevens verzameld. Vingerafdrukken en gezichtsopnamen gaan in de Eurodac-gegevensbank. Ook kinderen moeten eraan geloven: de screening geldt voor iedereen vanaf 6 jaar (tot nu toe 14 jaar). Daarnaast wordt in die eerste zeven dagen bekeken of iemand een gevaar is voor de veiligheid of volksgezondheid.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen kansrijke en kansarme asielzoekers. Wie geldt als kansarm – en dus volgens de definitie minder dan 20 procent kans heeft op inwilliging van een asielverzoek – gaat een verkorte asielprocedure in, de zogenoemde ‘grensprocedure’. Die vindt opnieuw plaats in een ‘gesloten setting’. Een grote verandering, want bij het huidige asielsysteem mogen migranten de asielzoekerscentra vrij in en uit lopen.
Families met kinderen zijn niet van de grensprocedure uitgezonderd. Alleenreizende minderjarigen wel.
Iemand die door een veilig land is gereisd voordat hij of zij in Europa aan is gekomen, komt eveneens in de grensprocedure: een Syriër die in Turkije is geweest, bijvoorbeeld. Zo iemand moet dan wel een band hebben met het betreffende veilige land (al was die vereiste wat het Nederlandse kabinet betreft niet nodig).
De grensprocedure mag drie maanden duren, eventueel gevolgd door nog eens drie maanden om de migranten meteen weer te laten vertrekken. In de praktijk zal dat alleen lukken als het land van herkomst eraan meewerkt. Tijdens deze hele procedure zitten de migranten vast.
Er moeten over heel Europa 30 duizend plekken in de grensprocedure komen. In een heel jaar kunnen er op die manier maximaal 120 duizend mensen passeren. Ter vergelijking: in 2023 kwamen er ruim 270 duizend irreguliere migranten aan over de Middellandse Zee.
Kansrijke asielzoekers komen nog steeds terecht in de huidige opvangcentra. Het asielbeleid van de verschillende Europese landen moet meer op elkaar gaan lijken, om te voorkomen dat asielzoekers gaan ‘shoppen’, oftewel doorreizen naar een land waar ze meer kans denken te maken op asiel. Het EU-Asielagentschap informeert de lidstaten over de situatie in de landen van herkomst. Lopen mensen gevaar persoonlijk vervolgd te worden, vanwege bijvoorbeeld ras, religie of politieke opvattingen? Of komen ze uit een land waar geweld heerst? In die gevallen kunnen migranten internationale bescherming krijgen.
Een erkende vluchteling moet in het land blijven wonen dat hem of haar asiel geeft. Een korte reis van maximaal drie maanden naar een ander Schengenland is toegestaan. Voor een asielzoeker die langer wegblijft komt er een straf: de wachttijd voor een langetermijnverblijfsvergunning gaat opnieuw in.
Er gaat in Europa een hogere standaard gelden voor de opvang van asielzoekers, met nieuwe normen voor de huisvesting en de toegang tot onderwijs en zorg. Asielzoekers moeten voortaan bijvoorbeeld de mogelijkheid krijgen taallessen of een beroepstraining te volgen. Verder mogen asielzoekers straks sneller beginnen met werken: na zes maanden. In Nederland geldt die termijn al.
Ieder jaar moeten voortaan minimaal 30 duizend migranten worden overgebracht van landen aan de grenzen van Europa naar landen dieper het continent in. Dat staat gelijk aan het aantal mensen in de grensprocedure. De ontvangende landen hebben de keuze tussen nieuwkomers of mensen aan wie al asiel is toegekend.
De Europese Commissie bepaalt, door te kijken naar inwoneraantal en bbp, welk land hoeveel migranten moet overnemen. Het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid berekende dat dit voor Nederland zou neerkomen op minstens 1.500 migranten per jaar.
Maar een alternatief is er ook: lidstaten kunnen een afkoopsom van 20 duizend euro per migrant betalen. Dit zou Nederland 30 miljoen euro per jaar gaan kosten, te storten in een Europese pot.
Nog een andere optie is om personeel of materiaal, zoals tenten of computers, naar landen te sturen waar veel migranten de EU binnenkomen.
De Europese Commissie beslist wanneer er in een land sprake is van een migratiecrisis. Dan worden de regels soepeler toegepast: de duur van de grensprocedure kan dan bijvoorbeeld oplopen tot negen maanden. De migranten kunnen in dat geval langer in detentie worden gehouden aan de buitengrenzen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant