PVV-leider Geert Wilders lijkt met zijn strijd tegen antisemitisme vooral moslims en migranten in een kwaad daglicht te willen stellen. Dit ‘judeo-nationalisme’ is ook te zien onder radicaal-rechtse politici in het buitenland. Het past in een trend binnen deze stroming om het lot van kwetsbare groepen te misbruiken voor hun boodschap.
Toen de pro-Palestijnse protesten bij de Universiteit van Amsterdam begin vorige week voor de eerste keer waren uitgelopen op geweld, had PVV-leider Geert Wilders zijn duiding al snel paraat. ‘Wanneer heeft de Nederlandse bevolking gestemd om al die jodenhaters met stokken en baarden hier binnen te laten?’, schreef hij de volgende dag op X, bij een beeld van een man met een rode Palestijnse sjaal, die op de bewuste avond klappen met een stok had uitgedeeld en een Israëlische vlag had verbrand onder het uitroepen van de kreet ‘Allahu Akbar’.
Dat de gewelddadigheden op het universiteitsterrein waren aangewakkerd door een agressief groepje tegendemonstranten, dat zichzelf nadien in weekblad EW identificeerde als ‘vijftien joodse jongens’ die naar eigen zeggen ‘onrust’ wilde veroorzaken in de hoop dat de autoriteiten de protesten zouden beëindigen, liet Wilders onvermeld. Dat de ongeveer tweehonderd pro-Palestijnse betogers een gemêleerd gezelschap vormden, waarvan het grootste deel zich beperkte tot vreedzaam verzet, benoemde hij evenmin.
Ook na de onlusten van vorige week woensdag in het centrum van Amsterdam en Utrecht, waarbij opnieuw veel Nederlandse studenten en universiteitsmedewerkers zonder migratieachtergrond aanwezig waren, liet de PVV-voorman van zich horen. ‘Dat krijg je ervan, bestuurders en politici die jarenlang wegkeken’, fulmineerde hij op X. ‘Jullie lieten onze grenzen wagenwijd openstaan voor antisemieten, voor mensen die onze cultuur haten, die onze normen niet delen, die zich superieur aan ons achten en onze samenleving nu met geweld afbreken.’
Over de auteur
Robert van de Griend is algemeen verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over polarisatie en radicalisering.
Het was niet voor het eerst dat Wilders, die zichzelf al sinds de oprichting van zijn partij als een vriend van Israël en de Joden presenteert, zich op deze manier mengde in het verhitte debat over de oorlog in Gaza. Met enige regelmaat grijpt hij Nederlandse solidariteitsacties voor de Palestijnse bevolking en (vermeende) antisemitische incidenten aan om de noodklok te luiden over de Jodenhaat in onze samenleving. Daarbij wijst hij telkens naar dezelfde bevolkingsgroepen: Nederlandse moslims en islamitische immigranten. Zijn oplossingen voor het probleem zijn ook steevast dezelfde, en doen sterk denken aan hoe hij veel andere maatschappelijke vraagstukken tegemoet treedt: het ‘tuig’ moet het land uit en de grenzen moeten dicht.
Wie een blik waagt op sociale media, hoeft niet verrast te zijn dat dit pleidooi vooral ter rechterzijde van het meningencircuit flink resoneert. Opvallender wellicht is dat ook Wilders’ beoogde coalitiepartner BBB zich van een soortgelijke retoriek bedient. Zo deelde Mona Keijzer op de dag van de Nationale Dodenherdenking een propagandafilmpje op X vol bebaarde en gemaskerde mannen die radicale kreten uitsloegen over Israël en Hamas. ‘Nooit meer is nu’, schreef ze erbij. Eerder al beweerde Caroline van der Plas bij Op1 dat Syrische, Eritrese en Jemenitische vluchtelingen afkomstig zijn uit ‘landen die een Jodenhaat hebben die tot diep in hun ziel zit’.
Het laat zich goed verklaren waarom dit soort denkbeelden over antisemitisme zo breed aanslaat. Allereerst omdat er een kern van waarheid in zit. Onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut en de Anne Frank Stichting uit 2015 wees bijvoorbeeld uit dat 12 procent van de islamitische jongeren in Nederland ‘niet zo positief’ denkt over hun joodse landgenoten (uit hetzelfde onderzoek bleek overigens dat 40 procent van de jongeren zonder migratieachtergrond ‘niet zo positief’ denkt over Marokkaanse Nederlanders). De oorlog in Gaza zal daar vermoedelijk geen verbetering in hebben gebracht.
De begrijpelijke zorgen over islamitisch antisemitisme worden bepaald niet weggenomen als een pro-Palestijnse demonstrant bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum ‘Hamas is my brother’ roept. Of als een journalist van PowNews met een keppeltje op zijn hoofd door een islamitische buurt in Amsterdam loopt en van alle kanten wordt belaagd.
Naast die kern van waarheid schuilt de aantrekkingskracht van Wilders’ analyse van Jodenhaat in iets anders: eenvoud. De PVV-voorman draagt duidelijke schuldigen en panklare oplossingen aan, en vermoeit niemand met relativeringen of nuances.
Daarmee schetst hij wel een eenzijdig en karikaturaal beeld van de problematiek. Zo gaat hij eraan voorbij dat een groot deel van de moslims geen hekel heeft aan Joden en dat ook de moslimhaat door de oorlog in Gaza is toegenomen. Evengoed negeert hij dat de meeste pro-Palestijnse betogers geen steun betuigen aan Hamas, dat er een wezenlijk verschil is tussen antisemitisme en antizionisme, dat veel zionisten niet joods zijn, en dat er wereldwijd ook genoeg Joden bestaan die de jarenlange bezetting van de Palestijnse gebieden en de huidige bombardementen op Gaza veroordelen.
Tegelijkertijd spreekt Wilders zich zelden tot nooit uit over andere vormen van Jodenhaat in Nederland, die door onder meer het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) worden gesignaleerd. Te denken valt aan de complottheorieën over de duistere plannen van ‘Joodse elites’ die door de coronapandemie enorm aan populariteit hebben gewonnen, de antisemitische tekst die vorig jaar door de extreem-rechtse groepering White Lives Matter op het Anne Frankhuis werd geprojecteerd, en de spreekkoren in voetbalstadions als ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’.
Wilders heeft de afgelopen jaren ook geen woord vuil gemaakt aan enkele omstreden uitspraken van zijn partijgenoot Martin Bosma, die volgens het Cidi antisemitische trekken vertonen. Zo beweerde Bosma herhaaldelijk dat de Joods-Hongaarse filantroop George Soros de nazi’s zou hebben ‘geholpen’ (waarvoor geen bewijs bestaat) en een ‘dikke vinger in de Nederlandse democratie’ zou hebben. Ook misbruikte hij de Holocaust om linkse politieke partijen te besmeuren, door te beweren dat Hitler een ‘socialist’ was en in het verkiezingsprogramma van de PVV uit 2010 de zin te laten opnemen: ‘Op 4 mei gedenken wij de slachtoffers van het (nationaal) socialisme.’
Ondertussen zocht Wilders wel de samenwerking met Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet en onderhoudt hij een warm contact met de Hongaarse premier Victor Orbán. Beiden kwamen meer dan eens in de publiciteit met uitlatingen die als antisemitisch kunnen worden geclassificeerd.
Drie weken geleden nog schudde de PVV-politicus de hand van Orbán op het radicaal-rechtse congres CPAC in Boedapest. Bij die bijeenkomst hield Wilders een toespraak waarin hij, zoals hij al vaker had gedaan, waarschuwde dat ‘onze joods-christelijke cultuur’ wordt bedreigd door massa-immigratie. Volgens historici valt er veel af te dingen op het idee dat er in Europa ooit een joods-christelijke cultuur heeft bestaan. Sterker: Joden werden hier eeuwenlang vervolgd en vermoord door christenen, onder andere omdat ze de dood van Jezus- Christus op hun geweten zouden hebben. Sommige historici stellen dat het concept van de joods-christelijke traditie vooral in zwang is geraakt na de aanslagen van 11 september, dankzij rechts-populisten die daarmee moslims wilden buitensluiten.
Hoe dan ook wekt Wilders de indruk dat zijn anti-antisemitisme niet alleen voortkomt uit een oprechte bekommernis om de Joodse bevolking, maar ook, of misschien wel overwegend, uit een diepgewortelde neiging om Nederlandse moslims en islamitische immigranten in een kwaad daglicht te stellen. ‘Judeo-nationalisme’, noemt de vermaarde populisme-expert Cas Mudde dat fenomeen.
Daarmee is Wilders als radicaal-rechtse politicus geen uitzondering in Europa. Bij geestverwanten als Marine Le Pen van Front National, Alexander Gauland van Alternative für Deutschland, Anders Vistisen van de Dansk Folkeparti en de Italiaanse premier Giorgia Meloni van Fratelli d’Italia is een vrijwel identiek verschijnsel waarneembaar.
Iets soortgelijks geldt voor de Republikeinen in de Verenigde Staten. Die zijn als één man op de pro-Palestijnse protesten op Amerikaanse universiteiten gedoken om de betogers als het absolute kwaad te bestempelen, waarbij het niet helpt dat die protesten soms extremisten met een islamitische achtergrond aantrekken.
Het judeo-nationalisme van de PVV past ook in een bredere internationale trend waarbij radicaal-rechtse stromingen het lot van kwetsbare groepen in de strijd gooien om moslims en immigranten verdacht te maken. Geheel in lijn met wat door sommige wetenschappers ‘homonationalisme’ en ‘femonationalisme’ wordt genoemd, kunnen vrouwen en lhbti’ers voornamelijk op medestand van Wilders c.s. rekenen als ze zijn lastiggevallen door Marokkaanse Nederlanders of asielzoekers.
Voor het feit dat ruim 80 procent van de verkrachtingen en aanrandingen bij vrouwen wordt gepleegd door een bekende van het slachtoffer, of voor de ernstige beschuldigingen over het vermeende geweld tegen vrouwen door fractielid Dion Graus, heeft de PVV beduidend minder aandacht. En toen de KLM vorig jaar op X een afbeelding van een landingsbaan in regenboogkleuren toonde, reageerde Wilders: ‘Ik word gek van dat woke en lhbtiq+ gedram. Doe eens normaal allemaal en hou op met die overdreven gekkigheid.’
Het judeo-nationalisme lijkt ook doorgedrongen tot de provinciale afdelingen van de PVV. Veelzeggend is dat de PVV Gelderland onlangs als enige partij in de Provinciale Staten weigerde een verklaring tegen Jodenhaat te ondertekenen, omdat de tekst eveneens discriminatie en racisme ‘in welke vorm dan ook’ aan de kaak stelde. De verklaring was ‘jammer genoeg veel breder getrokken’, aldus de Gelderse PVV-fractie.
Duidelijk is dat niet alle Joodse Nederlanders even ontvankelijk zijn voor de steun van Geert Wilders. Zes jaar geleden merkte rabbijn Menno ten Brink al in de Volkskrant op dat ‘de PVV ontzettend Israël-vriendelijk is en zo Israël misbruikt om anti-moslim te zijn. Dat vind ik afschuwelijk.’ En recentelijk zei Cidi-directeur Naomi Mestrum, eveneens in de Volkskrant: ‘De grote winst van de PVV, daarbij zouden we als samenleving vraagtekens moeten zetten.’
Vooralsnog laat Wilders, die permanent in de campagnestand staat voor de Europese verkiezingen en mogelijk ook nieuwe Tweede Kamerverkiezingen, zich daar niets aan gelegen liggen. Afgelopen donderdag schreef hij op X, in reactie op de klappen die enkele pro-Palestijnse demonstranten op het UvA-terrein hadden uitgedeeld: ‘Opnieuw, geweld tegen joden in Amsterdam. Vandaag door radicale moslims in plaats van door nazi’s.’
Twee dagen later zette hij zijn reputatie als vriend van Israël nog eens kracht bij door op hetzelfde medium een hartje, drie Israëlische vlaggetjes en de hashtag #Israel12Points te posten voor Eurovisiesongfestival-deelnemer Eden Golan. Over de gewelddadige aanval die dezelfde dag had plaatsgevonden op het Amsterdamse Museumplein, waarbij tien in het zwart gehulde mannen gehoor hadden gegeven aan een online-oproep om ‘voor ons volk en vaderland’ een mars van pro-Palestina sympathisanten te verstoren, en in het wilde weg met zelf gefabriceerde wapens en illegaal vuurwerk mensen te lijf waren gegaan, schreef Wilders niets.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant