onafhankelijke omroep
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
‘Verenigd door de muziek’ was het motto van het 68ste Eurovisie Songfestival. Een motto dat voorbij de ironie gaat voor wie afgelopen editie bekeek. Zo politiek beladen was het Songfestival niet eerder. Wat in 1956 is opgericht als ‘technologisch experiment’ om een talentenjacht live uit te zenden, werd afgelopen week een politiek evenement waarbij het neutrale Zwitserland, net als bij de allereerste editie, aan het langste eind trok.
De Europese Radio-unie, het internationale televisienetwerk dat meestal met de Engelse afkorting EBU wordt aangeduid, begon met het idee van verbroedering door middel van muziek en verspreidde indertijd het ideaal van onafhankelijke publieke omroepen. Dat paste in het naoorlogse ideaalbeeld van een Europa waar nooit meer oorlog gevoerd zou worden. Natuurlijk was het festival altijd deels politiek – ook toen alleen vakjury’s oordeelden, maar met ‘televoting’ (vanaf 1997) kwam het lied steeds meer op de achtergrond te staan, en begon de nationale symboliek waar het lied voor stond steeds belangrijker te worden. En daarmee werd het festival steeds politieker.
Dat Oekraïne twee jaar geleden niet bij de vakjury als beste uit de bus kwam, maar door de massale publieke sympathiestem toch het festival won, werd vooral gevoed door de machteloosheid die in Europa werd gevoeld nadat Oekraïne was binnengevallen, meer dan door de muzikale prestaties van het Kalush Orchestra. Rusland mag sinds de inval niet meer meedoen, omdat de Russische omroep niet meer als publieke omroep functioneert, aldus de EBU, en dat is nog steeds de basis voor het festival.
Die regels rondom het bestaan van een onafhankelijke, publieke omroep vormden ook de reden om Israël dit jaar wél toe te laten. Het lied dat aanvankelijk gekozen was om Israël te vertegenwoordigen – ‘October Rain’, dat over de trauma’s van 7 oktober ging – werd echter geweigerd. Het Songfestival is een „niet-politiek” evenement, stelde de EBU, en mocht niet gaan over „strijd tussen regeringen”. En zo kwam de ‘niet-politieke’ Eden Golan met haar ‘Hurricane’.
Nederland was deze editie vooral bezig met de diskwalificatie van Joost Klein, die tot nationale onvrede leidde en weinig ruimte overliet voor twijfel over wat er gebeurd kon zijn. Ondertussen kwamen er berichten over Israëlische beveiligers die andere deelnemende artiesten belaagden en moest de Ierse zangeres Bambie Thug haar voorhoofd wassen, omdat ze er in oud-Keltische letters ‘cease fire’ op had geschreven.
Zo raakte de 2024-editie van het Songfestival steeds verder in politiek vaarwater, waar gretig gebruik van werd gemaakt door politieke leiders als Caroline van der Plas en Geert Wilders, die hun achterban aanmoedigden om vooral op Golan te stemmen. Net als in andere West-Europese landen was die oproep succesvol: ‘Hurricane’ kreeg van vijftien landen de maximumscore, waaronder België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje.
Van de EBU kwam weinig meer dan „Daar hoef je geen antwoord op te geven”, toen Golan een lastige vraag kreeg, en de verzekering dat iedereen veilig was. De EBU gaf geen transparantie over Klein, en speelde een applausband door boe-geroep tijdens het Israëlische liedje. De EBU wilde wel een vlaggenparade van nationaliteiten, maar geen vlag van de Europese Unie aan de vooravond van de Europese verkiezingen. Europa is te verdeeld om het Eurovisie Songfestival nog aan te kunnen. Deze editie was verkrampt, beladen en overspannen. Het begrip ‘verbroedering’ moet opnieuw doordacht worden – en ingevuld.
Source: NRC