Rob van Essen won maandagavond voor de tweede keer de prestigieuze Libris Literatuur Prijs. Zijn romans en zijn geweldige korte verhalen draaien vaak om eenzame mannen die hun onbeduidende leven met een zekere berusting aan zich voorbij laten gaan. In Hier kom ik nog op terug heropent Van Essen het verleden.
Het begon allemaal met een plechtig voornemen: schrijver Rob van Essen zou op 1 januari 2022 aan zijn tiende roman beginnen. Het werd een dag eerder, vertelt hij in de podcast De shortlist, oudejaarsdag; hij had er zin in, wat zou hij nog gaan zitten wachten? Eindelijk een verhaal maken van die ene jeugdherinnering; over die keer dat er bij zijn ouders thuis werd aangebeld. Op een zondag, in het doodstille gereformeerde Rijssen waar Van Essen (1963) opgroeide, was dat heel vreemd. Het bleek een vrouw te zijn met haar zoontje, een jongetje van een jaar of 8 – Robs leeftijd – dat het woord van God verkondigde met een ernstig, uit het hoofd geleerd preekje. Op de kleine Rob, die toen graag dominee wilde worden, maakte het een onuitwisbare indruk.
En dus verschijnt dit jongetje ruim vijftig jaar later als een personage in Ik kom hier nog op terug, de roman waarmee Van Essen maandagavond de Libris Literatuur Prijs 2024 won. De jury noemt het ‘een zeldzaam rijk boek waarin virtuoos wordt gespeeld met verwachtingen, herinneringen en verwijzingen, met stijl, structuur en thematiek’.
Over de auteur
Bo van Houwelingen is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Verdwalen
Het is de tweede keer dat Van Essen de prijs wint; vijf jaar geleden ontving hij hem voor zijn roman De goede zoon. Twee keer winnen is zeldzaam; in de geschiedenis van de prijs, die sinds 1994 wordt uitgereikt, is dat alleen Thomas Rosenboom gelukt (in 1995 en 2000).
Chris Vis heet het vreemde jongetje, en hij is een vriendje van de hoofdpersoon die – niet toevallig – Rob heet. Samen gaan ze op zoek naar ‘de man in het bos’, over wie de wildste verhalen de ronde doen. Ze verdwalen, schuilen een tijdje in een schuurtje en vinden dan de weg weer terug. Niks bijzonders eigenlijk. Toch blijkt het een sleutelmoment in het leven van Rob, die later geen dominee maar bruggenschilder is geworden. Hij schildert de hekken van de Amsterdamsebrug en de Schellingwouderbrug, die in elkaars verlengde over het IJ liggen. Tegen de tijd dat hij beide kanten heeft geschilderd, kan hij weer opnieuw beginnen.
Verdoofd
Maar in een alternatief leven (zo’n boek is het) is Rob journalist. Hij schrijft een artikel over wat er is terechtgekomen van de jongens en meisjes met wie hij in de jaren tachtig filosofie studeerde. Een van hen is de geheimzinnige Icks, die, echt waar, een tijdmachine heeft. Daarmee reist Rob terug naar zijn studententijd en de jaren daarna. Amsterdam in de jaren negentig, een groezelige stad nog, met gele trams, telefooncellen, krakers, mensen die in donkere cafés grote kranten lezen – laat het maar aan Van Essen over om die sfeer neer te zetten.
Er gebeurt veel en weinig tegelijkertijd in deze roman. Enerzijds dat waanzinnige en complexe tijdreizen, anderzijds eindeloos geslenter door de stad, alsof de herbeleefde tijd alleen maar in een staat van milde verveling kan passeren. Als lezer raak je in dezelfde prettig verdoofde toestand als hoofdpersoon Rob, die alles maar over zich heen laat komen.
Vreemde gebeurtenissen
Hier kom ik nog op terug doet denken aan De goede zoon, waarmee Van Essen in 2019 dus ook al won. Daarin maakt een schrijver een roadtrip met een zelfrijdende auto – in de toekomst, onderwijl terugdenkend aan het verleden. Ook dit is een roman waarin een nogal passieve hoofdpersoon allerlei wonderlijke zaken ondergaat – al zou je zo eigenlijk het héle oeuvre van Van Essen kunnen samenvatten.
In zowel zijn romans als zijn geweldige korte verhalen zijn het vaak eenzame mannen die hun onbeduidende leven met een zekere berusting aan zich voorbij laten gaan. Juist doordat ze amper ambities of brandende verlangens hebben, is het geloofwaardig dat ze in bizarre situaties terechtkomen – ze verzetten zich immers nergens tegen.
Van Essen is een meester in het creëren van een licht surrealistisch universum door die vreemde gebeurtenissen te beschrijven alsof ze volstrekt vanzelfsprekend zijn. Zo moet je tijdens het tijdreizen – toch een behoorlijk complex gebeuren – wel altijd een doodsimpel krijtje in je zak hebben, om een cirkel te kunnen zetten op de plek waar je aankomt zodat je weet waar je moet gaan staan als je terug wil: logisch!
In zijn beste werk – en daar hoort deze roman absoluut bij – is die gekkigheid niet alleen leuk bedacht, maar bevat het iets essentieels. In Hier kom ik nog op terug wordt het verleden heropend: wat als je het allemaal over kon doen? Een bijster originele vraag is het niet, maar Van Essen geeft er een exceptioneel goed antwoord op. ‘Het is zo’n roman die je na lezing opnieuw en nog eens minutieus wil lezen, omdat alles een betekenis heeft, alles in elkaar grijpt’, aldus Kim Putters, voorzitter van de jury, in zijn speech. ‘Het is een boek waarvan je zou willen dat iedereen het gaat lezen.’
In de podcast De shortlist is niet alleen een interview met Rob van Essen te beluisteren, maar ook met alle andere schrijvers op de lijst: Cobi van Baars over De onbedoelden, Sacha Bronwasser over Luister, Esther Gerritsen over Gebied 19, Frank Nellen over De onzichtbaren en Maud Vanhauwaert over Tosca.
In 2009 verscheen voor het eerst een roman van Van Essen op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs; Visser, over een geschiedenisleraar die per ongeluk en tegen zijn wil wordt benoemd tot de leider van een groepje neonazi’s.
Rob van Essen en zijn redacteur, Sander Blom van Atlas Contact, lieten na het winnen van de prijs in 2019 allebei een tatoeage van een diamant zetten. Dit keer overwegen ze elk een brug: Blom de Amsterdamse en Van Essen de Schellingwouder.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant