Maandag werd opnieuw actie gevoerd op Nederlandse universiteiten tegen de Israëlische militaire acties in Gaza en de onderdrukking van de Palestijnen. Dat wekt naast begrip ook onbehagen bij Joodse studenten: ‘Het voelt alsof een grote groep tegen een essentieel deel van je identiteit is.’
Toen maandagochtend honderden studenten en medewerkers de collegezalen van de Universiteit van Amsterdam uit liepen, had Benyamin Heller (24) les. Veel kreeg hij niet mee van het grootschalige protest, dat opnieuw in een bezetting uitmondde. Maar alert is Heller wel. Niet omdat hij al fysiek bedreigd is op de campus, wel omdat het voelt alsof de demonstranten tegen hem zijn. ‘Omdat ik me verbonden voel met Israël.’
Na een week vol hevige protesten, gingen de gebouwen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) maandag weer open. Vorige week waren deze panden enkele dagen gesloten als gevolg van pro-Palestijnse studentenprotesten die op verschillende locaties uit de hand liepen, en waarbij de politie met geweld ingreep. Maandag vonden ook op andere Nederlandse universiteiten zogenoemde walk-outs en tentendemonstraties plaats.
Hoe ervaren Joodse studenten de voortdurende protesten? Bij de demonstraties zijn ook Joden aanwezig die borden omhoog houden met teksten als ‘Jews against all genocides’. Andere Joden op de universiteit voelen onbehagen.
‘Ik merk dat veel studenten angstig zijn geworden’, zegt Boaz Cahn (24). De UvA-masterstudent entrepreneurship heeft het ‘geluk’ dat hij met zijn scriptie bezig is, en nauwelijks meer naar de universiteit hoeft. Uit zijn omgeving hoort hij dat veel andere Joodse studenten vanuit huis college volgen. ‘Omdat ze zich onveilig voelen, ze hebben daarvoor toestemming gekregen.’ Dat vindt hij frustrerend. ‘Er is een impasse, er wordt gezegd: blijf maar thuis, maar zo zou het toch niet moeten zijn?’
Om die reden schreef hij afgelopen weekend, samen met drie andere studenten, een open brief in Het Parool. In de hoop dat de demonstranten met hen in gesprek willen. ‘Mijn indruk is dat veel studenten protesteren, omdat ze vrede en rechtvaardigheid willen. Ik begrijp hun frustratie en die deel ik ook. Maar de leuzen die geroepen worden, hebben voor Joodse studenten een andere betekenis. Als ze bijvoorbeeld roepen ‘globalize the intifada’ denken wij aan de terreuraanslagen waarbij duizend onschuldige Israëlische burgerslachtoffers zijn gevallen.’
Zo denkt de 23-jarige Joanne van Gool er ook over. ‘Ik denk dat veel demonstranten niet weten wat voor lading die woorden voor Joden hebben. Het voelt als een persoonlijke aanval, ook al zullen vele demonstranten het niet zo bedoelen.’ Ook Van Gool zette haar naam onder de brief. Voor haar speelt er veel onder de oppervlakte. ‘Bijvoorbeeld omdat mensen je vragen je uit te spreken tegen Israël omdat je Joods bent.’
Ze vindt het ingewikkeld dat er onder de demonstranten zo weinig aandacht lijkt te zijn voor de gevoelens van de Joodse gemeenschap. ‘Juist op links is men zich de laatste jaren bewust geworden van microagressies en hoe schadelijk die zijn. Maar dat lijkt allemaal niet te gelden voor Joden.’
Ze is recentelijk afgestudeerd in de rechten, maar moest afgelopen weken voor afspraken op de UvA zijn. Bedreigd is ze niet, toch voelt ze zich unheimisch. ‘Er hangt een vijandige, gespannen sfeer, en niet alleen voor Joodse studenten. Ik draag een davidster om mijn nek, die heb ik van m’n moeder gekregen. Voor mij is dat een symbool voor mijn band met mijn familiegeschiedenis aan mijn moeders kant.’ Maar een kennis van haar werd onlangs uitgescholden vanwege de hanger. ‘Sindsdien ben ik ook bang geworden de ketting te dragen.’
Die kennis is Tamar Efrati (26). Efrati is opgelucht dat ze maandag niet op de Universiteit van Amsterdam hoeft te zijn. ‘Ik kreeg net al berichten van andere studenten’, zegt de masterstudent. ‘Er is weer een protest.’
Niet dat ze tegen demonstreren is. Dat zeker niet, benadrukt ze. ‘Maar ik vond vorige week heel pijnlijk. Opeens denk je als Joodse student: weten ze dat ik familie in Israël heb? Kan ik er wel veilig langs lopen? Wat als ik bedreigd wordt door iemand met gezichtsbedekking? Hoe doe je dan aangifte?’
Gil, een 20-jarige student oudheidwetenschappen die niet met zijn achternaam in de krant wil, gaat eveneens met een zwaar gemoed naar college. ‘Het voelt alsof een grote groep mensen op de universiteit tegen een essentieel deel van je identiteit is.’ De voorbije weken zit hij naar eigen zeggen ‘met minder focus’ in de lessen. ‘Ik vind het verschrikkelijk om te zien wat Netanyahu in Gaza doet. Maar er wordt van me gevraagd stelling te nemen tegen Israël en dat wil ik niet. Ik kom niet naar de universiteit om activist te zijn, ik wil gewoon les volgen en m’n studentenleven leiden.’
Het liefst, zegt de student, zou hij wel een open gesprek voeren en duidelijk maken wat Israël voor hem betekent. ‘99 procent van de Nederlandse Joden heeft een connectie met Israël, ofwel via religie of cultuur, of omdat ze er op vakantie zijn geweest. Maar ik voel me niet veilig genoeg daarover te praten. Dat is cru op een universiteitscampus, waar het om debat draait.’
Ook Gil gelooft dat de studenten er staan ‘omdat ze een betere wereld willen’. ‘Maar waar ‘From the river to the sea’ voor hen gerechtigheid betekent, betekent het voor ons een etnische zuivering van het Joodse land waar we een band mee hebben. Dat is moeilijk.’
Een reactie op de brief, die inmiddels door meer dan honderd Joodse studenten en docenten is ondertekend, hebben de studenten nog niet gekregen. Maar Boaz Cahn heeft hoop. ‘Mijn ervaring is dat het heel verzachtend werkt om met elkaar te praten, elkaars pijn te erkennen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant