Je moet lang terug in de tijd, naar 1980, om een moment te vinden waarop de Catalaans-nationalistische politiek zo weinig steun kreeg. Wat is er gebeurd met de vurige roep om onafhankelijkheid?
‘Een nieuwe etappe in de Catalaanse politiek.’ Dat waren de woorden van Salvador Illa, lijsttrekker van de Socialistische Partij (PSC–PSOE), nadat hij de regionale verkiezingen in Catalonië afgelopen zondag overtuigend won.
Hij heeft gelijk. Terwijl de sociaal-democraten van PSC-PSOE de grootste werden in Catalonië – iets wat in de democratische geschiedenis van Spanje nooit eerder gebeurde – moesten de pro-onafhankelijkheidspartijen een gevoelig verlies incasseren. Sinds 1980 is er geen moment geweest dat de Catalaans-nationalistische politiek er zo belabberd voor stond.
Over de auteur
Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
Daarmee markeren deze verkiezingen het einde van een tijdperk dat begon in 2011. Midden in de economische crisis omarmde de Catalaans-nationalistische regiopresident Artur Mas het onafhankelijkheidsdenken. Volgens zijn critici was het een bliksemafleider, een manier om de aandacht af te leiden van de corruptie en de economische malaise die de regio plaagde. Hoe het ook zij: hij kreeg grote delen van het Catalaanse volk mee.
Op de jaarlijkse diada, de Catalaanse nationale feestdag, kwamen enorme mensenmassa’s op de been om de onafhankelijkheid op te eisen: mannen, vrouwen, kinderen, soms wel tegen de 2 miljoen (op een bevolking van 7,5 miljoen). Ondertussen verenigden de twee Catalaans-nationalistische partijen, links en rechts, zich om een referendum te organiseren. Dat vond plaats op 1 oktober 2017, tot grote woede van de regering in Madrid. Daarna volgden er rechtszaken en veroordelingen voor de politici die het voortouw namen. Zo hield Catalonië heel Spanje jarenlang in zijn greep.
Nu is er van dat enthousiasme over de onafhankelijkheid plotseling weinig meer over. Op de vraag of Catalonië een onafhankelijke staat moet worden, antwoordt inmiddels 51 procent nee, tegen 42 procent ja. Volgens vriend en vijand is dat op de eerste plaats te danken aan de Spaanse premier Pedro Sánchez. Terwijl zijn conservatieve voorgangers de confrontatie zochten met de Catalaans-nationalisten, is de socialist Sánchez bereid in gesprek te gaan.
Zijn regering verleende gratie aan de Catalaanse politici die waren veroordeeld voor de organisatie van het onwettige referendum. Voor Carles Puigdemont, boegbeeld van de onafhankelijkheid en voortvluchtig in België, kwam er een op maat gemaakte amnestiewet. Puigdemont was bij de verkiezingen van zondag, na jaren van afwezigheid, opnieuw lijsttrekker voor zijn partij Junts. Hij voerde weliswaar campagne vanuit Zuid-Frankrijk, maar het is een kwestie van tijd tot de amnestiewet is aangenomen en hij weer voet op Catalaanse bodem kan zetten.
Sánchez wordt niet alleen gedreven door vergevingsgezindheid. Hijzelf is van de Catalanen afhankelijk in het Spaanse parlement. Maar het effect is er niet minder om. Vanuit Catalonië werd het gaandeweg moeilijker ‘de Spaanse staat’ af te schilderen als meedogenloos en ondemocratisch. ‘De Spaanse premier heeft het Catalaanse soevereinisme dood gekust’, aldus een politiek commentator van rechtse snit in de onlinekrant El Confidencial.
Wat ook een rol speelt, is dat de twee grote Catalaans-nationalistische partijen zelf een deel van hun aantrekkingskracht zijn verloren. Steeds meer kiezers zijn teleurgesteld geraakt: de partijen beloven wel dat Catalonië onafhankelijk wordt, maar bijna vijftien jaar later klinkt die belofte allengs minder geloofwaardig. Ondertussen vallen de nationalistische partijen op door hun voortdurende onderlinge gekissebis. Terwijl de linkse republikeinen van ERC voorstander zijn van onderhandelen met de Spaanse regering, wil Junts nog steeds aansturen op een harde breuk met Spanje.
In die constellatie werd Salvador Illa, lijsttrekker van de Socialisten, de winnaar van de Catalaanse verkiezingen. Hij is een bekend gezicht in Spanje: als minister van Gezondheid loodste hij het land door de coronacrisis. Nu hoopt hij regiopresident van Catalonië te worden, al is dat nog geen uitgemaakte zaak. Ook Puigdemont heeft ambities terug te keren als regiopresident. Hij dreigt de Spaanse regering te dwarsbomen als hij zijn zin niet krijgt.
Het laat zien dat Spanje nog niet van de opstandige Catalanen af is. Toch is de positie van de independentistas na deze verkiezingen echt anders dan voorheen. Eerst bestormden ze onder luid gejoel, met vlaggen en trompetgeschal het politieke toneel. Nu lijken ze veroordeeld tot lawaai maken vanuit de coulissen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant