Home

De soort die hier echt uitsterft, is natuurlijk de dierentuin zelf

Vorige week ging ik weer eens aapjes kijken. Letterlijk. Ondanks dat het een schitterende dag was voor m’n neefjes, wordt het voor mij steeds ongemakkelijker. Een dierentuin moeten we niet meer willen.

Want laten we eerlijk zijn, een dierentuin heeft iets surreëels. Bij binnenkomst krijg je een plattegrond waarop tot op de meter nauwkeurig staat afgebeeld waar je welk dier zult tegenkomen. Aldaar aangekomen kun je dan ‘verrast’ worden wanneer zich daar een olifant, giraffe of leeuw laat zien. De dierentuin als modernistisch hoogtepunt van ‘geplande spontaniteit’.

Maar mijn ongemak komt vooral tot uitdrukking in het gegeven dat als in dierentuinen niet het publiek maar de dieren centraal zouden staan, ze er heel anders uit zouden zien. Het is de plek waar het ene zoogdier naar het andere kan kijken, en diegene die een kaartje heeft gekocht opgelucht kan doorlopen. In een dierentuin spelen de geobserveerden dieren de rol van ‘wilde’ dieren, zodat de observerende dieren zich geciviliseerd kunnen wanen.

Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Onlangs opperde Tweede Kamerlid Ines Kostić (Partij voor de Dieren) dat het tijd was om dierentuinen af te schaffen omdat het ‘afstamt uit het koloniale verleden toen we dieren nog als object beschouwden’. Het is blijkbaar en vogue alles met ‘een koloniaal verleden’ af te serveren, maar als we die lijn doortrekken, dan kunnen we Nederland ook gewoon op Marktplaats zetten. Via kolonialisme dierentuinen afserveren is uiteraard vooral modieus opportunisme, maar het fundamentele punt staat als een huis: een dierentuin is niet meer van deze tijd. En dat is niet omdat het koloniaal is, maar omdat het een totaal anachronisme is geworden.

Bevraag een dierentuin op zijn raison d’être en men komt veelal met twee verdedigingslinies: soortbehoud en leren, ofwel conservatie en educatie. Echter zijn beide functies kwestieus. Ten eerste komt ‘soortbehoud’ voort uit speciësisme, oftewel discriminatie naar soort. Zo kunnen we dierentuinen vooral zien als musea van de soort. En denken in soorten is zoals een museumconservator denkt in collecties. Dat leidt ertoe dat dierentuinen dieren over de hele wereld mogen laten invliegen om te ‘fokken, soorten in stand te houden en te beschermen’.

Zo is Diergaarde Blijdorp ‘coördinator van het internationale populatiemanagementprogramma waarin we zorgen voor een gezonde populatie van de soort als back-up wanneer de wilde populatie is uitgestorven’. Heel nobel, maar de arbitraire inzet van dierentuinen is vooral gericht op soorten met een hoge amusementswaarde, zoals olifanten en giraffes. De minder oogstrelende maar voor het ecosysteem en de biodiversiteit waardevolle varianten – zoals parasieten, insecten en reptielen – komen er bekaaid vanaf.

Nog los van het feit dat wij zelf veroorzaken, door massale bos- en houtkap te stimuleren, dat die biodiversiteit afneemt, leefgebieden krimpen en dieren verdwijnen. Dierentuinen lijken daarbij te fungeren als morele stoplap om onze roofbouw en extinctiedrang te compenseren.

Ten tweede leren kinderen tijdens een dagje dierentuin net zoveel over biodiversiteit als tijdens een aflevering PAW Patrol. Zo blijkt uit onderzoek van socioloog David Grazian dat dierentuindocenten in de VS, aangesloten bij de Amerikaanse dierentuinfederatie, inmiddels spreken over het ‘e-woord’. Want over evolutie wordt gezwegen, uit vrees voor boze bezoekers. Wellicht niet vreemd in een land waar na 150 jaar dierentuinen nog steeds slechts 22 procent van de bevolking gelooft in darwinisme.

Bovendien leren kinderen in een dierentuin niet zozeer ‘zuinig zijn op de natuur’, maar dat natuur vermakelijk is, beheerst kan worden en de mens moet dienen. Tevens leren kinderen vooral om het dier en niet de kooi te zien. Ook in ons land is er ‘nauwelijks of geen bewijs dat dierentuinen een essentiële rol vervullen in het behoud van diersoorten’ en daarnaast blijft ‘het educatieve vermogen beperkt’, aldus hoogleraar duurzame ontwikkeling Pim Mertens in Trouw.

Zodoende mogen we onszelf serieus afvragen of dierentuinen redelijkerwijs nog bestaansrecht hebben. Want in educatie zijn scholen beter, in vermaak voorzien pretparken en conservatie kan ook in natuurparken en reservaten. Costa Rica heeft daarom inmiddels besloten zijn dierentuinen te sluiten, daar kunnen wij wat van leren.

Voor dierentuinen lijkt het ‘behoud van de soort’ argument vooral op zichzelf te slaan, op zelfbehoud. Want als dierentuinen iets conserveren, is het vooral het behoud van dierentuinen. En mijn neefjes verdienen beter. Dus laten we eerlijk zijn, de enige echt uitstervende soort is natuurlijk de dierentuin zelf.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next