Home

Zonnig, licht en modern: honderd jaar geleden zette het Rietveld Schröderhuis de ideeën over wonen radicaal op z’n kop

Het sloeg in 1924 in als in bom, het nieuwe wonen van het Rietveld Schröderhuis. Honderd jaar na dato is het iconische huis nog steeds modern.

Hoe bijzonder het Rietveld Schröderhuis is, en vooral hoe revolutionair het was toen het honderd jaar geleden werd opgeleverd, besef je als je door de lovende recensies bladert in de Franse, Duitse en Russische en magazines uit die tijd. Kunstenaars en ontwerpers uit de hele wereld stonden in de rij voor de deur om het wonder van het nieuwe wonen te bezichtigen. ‘Rietveld wil niet modern zijn, hij is het’, schreef een tijdgenoot toen hij het huis had gezien.

Het huis aan de oostkant van Utrecht ligt er anno 2024 gaaf bij. Het compositorische gevelspel van rechthoekige vlakken, balken en Bauhaus-achtige balkons oogt of Gerrit Rietveld (1888-1964) en Truus Schröder (1889-1985) gisteren zijn vertrokken. Op de begane grond was het kantoor: Rietveld Schröder architecten. Boven, de etage met de ingenieus wegschuifbare wanden, leefde de weduwe Schröder met haar kinderen.

Over de auteur
Bob Witman schrijft voor de Volkskrant over architectuur, design en grafische vormgeving.

Het is nog altijd ontroerend om al die kleine, doordachte, wooninnovaties bij elkaar te zien: van het sponningsloze hoekraam tot het speciale leveranciersloketje in de keuken. Bedacht in 1924, maar de bezorger van Bol.com kan er vandaag zo zijn pakketjes aanreiken.

Licht, open, kalig

Martine Eskes (75) weet nog dat ze hier eind jaren vijftig als kind met haar moeder, de schilder Bep Rietveld, voor het eerst kwam, in het huis van haar grootvader. ‘Een heel licht, open, kalig en spaarzaam ingericht huis. Terwijl andere huizen donker waren, vol spullen, alles gestoffeerd.’ Voor de moeder van Eskes was de relatie met haar beroemde vader lastig omdat hij tot de dood van zijn echtgenote in 1957 twee levens had geleid. Een bij zijn gezin, de ander bij Truus Schröder die zijn muze was. ‘Mevrouw Schröder gaf me toen limonade, ze was aardig herinner ik me. Ik denk dat mijn moeder het haar vader inmiddels had vergeven.’

De moderniteit van het huis is bij de start van het jubileumjaar 100 jaar stijlicoon, 100 dagen feest nog altijd voelbaar. Rietveld en Schröder wilden iets dat helder en strak, minimalistisch was: getint in het kleurenpalet van De Stijl: rood, blauw, geel, wit, grijs, zwart. Overal op de wereld roerden vernieuwende architecten zich om het wonen lichter, zonniger en moderner te maken. Dit huis gaf de richting. De bovenwoning voelt ongelooflijk licht en uitgekleed tot het elementaire. Het is van binnen naar buiten toe ontworpen: eerst het interieur, het licht, de ruimte, dan pas de schil erom heen. Alleen dat principe al was innovatief.

Schröder was niet alleen de opdrachtgever, maar ook medeontwerper. Zij bedacht een volledig openschuifbare bovenverdieping: overdag was het een grote lichte ruimte, ’s avonds piepten de wanden tevoorschijn en vormden ze separate slaapkamers. ‘Het huis was ons kind’, zou Schröder laten zeggen over de samenwerking.

Ontwerpbravoure

‘Truus had het geld, ideeën en ondernemingszin, Gerrit de ontwerpbravoure. Dat kwam samen in de liefde waarmee dit huis is ontworpen’, zegt Natalie Dubois, conservator van het Utrechts Centraal Museum. Sinds 1987 beheert het museum dit huis waar elke dag op afspraak kleine groepjes op museumsloffen zich verbazen over Rietvelds Berlijnstoel en de soort van scheepshoorn waarmee je vanaf de voordeur met éénhoog kan spreken.

Dubois werkt aan een ‘biografie’ van het huis samen met historicus Jessica van Geel die een boek over Truus Schröder schreef. ‘Dat boek heeft zo veel nieuwe brieven en documenten opgeleverd over het huis’, zegt Dubois. Schröder schreef alles op, bijvoorbeeld de namen van de halve avant-garde die op visite kwam: El Lissitzky, Kurt Schwitters, Mart Stam en verwante De Stijl-coryfeeën als J.J.P. Oud.

De internationale statuur van de woning was extra bijzonder omdat het het eerste huis was van meubelontwerper Rietveld, die in 1923 net zijn befaamde houten stoel in De Stijlkleuren had beschilderd. ‘Het was cruciaal in zijn ontwikkeling als architect’, zegt kleindochter Eskes, en citeert haar opa: ‘Het huis was een studie voor het nieuwe. De hoofdzaak was dat we niet meer werkten met de bouwmassa, maar met de innerlijke ruimte die naar buiten voortgezet kon worden. (…) Hier vanuit is al het andere werk ontstaan.’

Pas na de oorlog kwam de architect Rietveld echt op stoom. Hij tekende drie sociale woningbouwblokken, scholen, kerken, en circa honderd vrijstaande huizen. Zelf zou hij pas 33 jaar na oplevering officieel gaan wonen in het Rietveld Schröderhuis, toen zijn echtgenote was overleden. Hij stierf in 1964 in dit huis, in de bloei van zijn architectuurpraktijk. Truus Schröder bleef er wonen tot haar dood in 1985.

100 jaar stijlicoon, 100 dagen feest

Jubileumjaar rondom het Rietveld Schröderhuis in Utrecht, 15/5 – 23/8, met onder meer een openluchtvoorstelling rond het huis over Bep Rietveld en wandelingen langs plekken uit het leven van Rietveld en Schröder, onder leiding van historicus Jessica van Geel. Op 25/6 wordt de Close-Up-documentaire Een meubel om in te wonen - De huizen van Gerrit Rietveld uitgezonden (Avrotros). Op 24/11 verschijnt de biografie van het Rietveld Schröderhuis, auteurs Natalie Dubois en Jessica van Geel. Tickets en programma: rietveldschroderhuis.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next