Bioboeren hebben last van gangbare telers die bestrijdingsmiddelen gebruiken. Tijd om het om te draaien: leg de verantwoordelijkheid bij de gebruiker van het ‘gif’, en niet bij de bioboer of omwonende.
Elke biologische teler is volgens de biologische regels verplicht om zijn of haar uiterste best te doen om schone gewassen te krijgen. Dat doen ze bewust, want ze produceren graag gezonde groenten en fruit. Maar de opgave wordt ze niet gemakkelijk gemaakt en met rondreizende bollenteelt zelfs steeds moeilijker. Want wanneer een bollenteler een stuk ‘vers’ land huurt naast een biologische akkerbouwer of tuinder, dan is het die laatste die een bufferzone moet aanleggen en kosten maakt. Het is tijd om de rollen om te draaien.
Biologisch fruitteler Van der Aarde, biodynamische groenteteeltbedrijf de Lepelaar en biologisch bedrijf Zonneliefde kregen last van bollenteelt in de nabije omgeving. Via oppervlaktewater of via de lucht komen er middelen op hun gewassen die ze zelf echt nooit zouden gebruiken.
Over de auteurs
Tineke Alberts is biologisch boerin bij Zonneliefde. Jorinde Schrijver is biodynamisch tuinder bij De Lepelaar. Rene van der Aarde is werkzaam bij fruitbedrijf Van der Aarde. De drie auteurs zijn aangesloten bij Caring Farmers. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Van der Aarde heeft last van vervuild oppervlaktewater en kan geen bufferzone aanleggen, want fruitbomen verplaats je niet zomaar. De Lepelaar kon op het nippertje voorkomen dat een van hun percelen werd omringd door lelieteelt. Bij Zonneliefde liet de verpachter (nota bene het Rijksvastgoedbedrijf) niet toe dat het een hazelnoothaag als buffer aanplantte. De tulpenteler ernaast wilde zelf geen buffer aanleggen want, zo zei hij: ‘Waarom zou ik. Het is jouw keus dat je biologisch wil boeren.’
Biologisch telen is inderdaad een bewuste en doordachte keus. Maar dat is ‘gangbaar’ telen ook. Bollenboeren bijvoorbeeld kiezen bewust voor een gewas dat in hoge mate wordt bespoten met een cocktail aan middelen. Op tarwe gaat 3 kilogram gif per hectare, op consumptieaardappelen 8, op tulpen 26 en op lelies zelfs 114 kilo.
Bollentelers hebben veel meer keus dan biologische boeren. Immers, een biologische boer zit ‘vast’ aan bio-grond die na meerdere jaren van geen gifgebruik steeds gezonder en gezonder is geworden en een biologisch keurmerk heeft verkregen na een strenge keuring door de onafhankelijke instantie Skal. Een bollenteler reist rond en pacht het ene jaar hier en het andere jaar daar.
De keus die we ons als maatschappij dus zouden kunnen stellen: welke boer geven we de verantwoordelijkheid voor het hoge gifgebruik? Is het de grootgebruiker, of de biologische boer? De keuze lijkt zo logisch. Willen we dat de parkinson-epidemie niet verder toeneemt, willen we de biodiversiteit herstellen en willen we schoon drinkwater, dan is het tijd om juist de biologische boer te ondersteunen met regelgeving.
Van allerlei kanten krijgen overheden argumenten en tools aangereikt om pesticidegebruik in te perken. Een recent rapport van de Noordelijke Rekenkamer vindt dat provincies de verantwoordelijkheid hebben om natuur en burger te beschermen en geeft een overzicht aan instrumenten daarvoor. Een rechter in Limburg verbiedt lelieteelt naast een woonwijk vanuit het voorzorgsprincipe en omdat lelies niet bijdragen aan de voedselzekerheid.
De toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen moet op de schop, zegt het Europese Hof. Het ctgb neemt niet alle gevaren mee, en een flinke voorlichtingscampagne over gezondheidsrisico’s bij boeren en omwonenden is op zijn plaats. In Denemarken stelde de regering een heffing in op pesticiden waardoor het gebruik halveerde en de teelten met hoog gebruik verdwenen.
De Tweede Kamer heeft pas bij motie opgeroepen tot een gelijk speelveld voor biologische boeren ten opzichte van wat nu nog ‘gangbaar’ genoemd wordt. Namens vele bioboeren en namens de voor ons zo belangrijke insecten en gezonde bodem zeggen wij tegen beleidsmakers zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV): maak haast en leg de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van gifgebruik bij de gebruiker en niet bij de bioboer, omwonende of natuurbeschermer. Draai het speelveld om. Hoe hoger het gifgebruik, hoe groter de buffer daaromheen om water, natuur, buur of bioteelt te beschermen. En hanteer en handhaaf ook voor de sierteelt een maximale residunorm.
Aan grondeigenaren zoals provincies, Rijksvastgoedbedrijf en Staatsbosbeheer vragen wij: bescherm bodem, water, natuur en biologische teelten tegen overmatig gifgebruik. Scherp de pachtnormen aan, en zet daarbij bodemgezondheid voorop.
De biosector heeft jarenlang enigszins gelaten het gifgebruik van andere boeren getolereerd ten koste van zichzelf en de natuur. Maar door de toenemende verontrustende signalen over de risico’s voor mens en natuur, en gesterkt door bewonersgroepen die in opstand komen, is het voor ons als bioboer ook tijd om ons te laten horen. Stop het gifgebruik, steun bio.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant