Home

‘Master Class' toont Maria Callas vooral als wrokkig en gefrustreerd

Toneelschrijver Terence McNally (1938-2020) was fan van operazangeres Maria Callas (1923–1977), vandaar dat hij een stuk over haar schreef, Master Class (1995).

Toneel

Master Class. Tekst: Terrence McNally. Regie: Frank van Laecke. Met: Pia Douwes e.a. Gezien: 8 mei in de Rijswijkse Schouwburg. Nog te zien t/m 15 juni. Info: piadouwesinmasterclass.nl

Met zulke fans heb je geen vijanden meer nodig. Master Class is gebaseerd op een serie masterclasses die Callas in 1971 en ’72 gaf aan Juilliard, het beroemde conservatorium in New York. Zelf was ze toen bijna vijftig en had zes jaar niet in het openbaar gezongen omdat haar stem haar meermaals in de steek had gelaten.

Van de masterclasses zijn geluidsopnames gemaakt, te beluisteren op Youtube. Callas komt erin naar voren als een ontzagwekkende, perfectionistische, zeer betrokken docente. Ze maakt zichzelf niet onnodig kleiner dan ze is en spreekt met overtuiging. De opnames getuigen van Callas’ feilloze waarachtigheidsradar: ze hoort het onmiddellijk als een student een frase niet doorvoelt, maar acteert – en rust dan niet voor ze een waarachtige emotie aan zo’n leerling heeft ontlokt. Maar wat bovenal uit de opnames naar voren komt, is Callas’ grenzeloze eerbied en liefde voor de muziek.

Over die masterclasses schreef McNally dus zijn toneelstuk. Al in 1996 bracht Toneelgroep Amsterdam (nu ITA) de voorstelling op de planken, met Sigrid Koetse als Callas. In 2011 volgde een versie met Pia Douwes in de hoofdrol, die Callas opnieuw gestalte geeft in de huidige regie van Frank van Laecke.

McNally lijkt zich niet te kunnen voorstellen dat de assertiviteit van Callas tijdens de masterclasses uitsluitend te verklaren is met haar ervaring en haar toewijding aan de muziek. Nee, aan dat temperament moet wel iets anders ten grondslag liggen. Haar frustratie, bijvoorbeeld, over het feit dat ze door pers en publiek niet altijd op waarde werd geschat. En natuurlijk is er ook een man debet aan Callas’ gedrevenheid: haar grote liefde Aristoteles Onassis (hier gepresenteerd als een platvloerse maar rijke hufter), heeft haar aan de kant gezet. Bovendien verhult McNally’s Callas met haar zelfvertrouwen een minderwaardigheidscomplex (ze was ooit ‘een dik, vet meisje met een slechte huid en dikke brillenglazen’), en draait het zingen van aria’s voor haar voor een groot deel om het terugpakken van de mensen die vroeg in haar carrière op haar neerkeken – en om een niet nader gespecificeerd ‘winnen’ in het algemeen.

Dus zien we hier een passie voor de muziek? Mja, misschien, maar vooral de bezetenheid van een wrokkige, gekrenkte vrouw met een egoprobleem. Het kan natuurlijk dat ze dat ook was in de laatste jaren van haar leven, al blijkt dat niet uit de geluidsopnames. Maar, ook als dat zo zou zijn: is dat een verhaal dat we in 2024 willen vertellen?

Het is veel gevraagd van een actrice om ondanks de misogyne implicaties van de tekst iets van sympathie voor je personage te oogsten; daarvoor ben je eigenlijk genoodzaakt met volle kracht tegen de tekst in te spelen. Maar dit is niet waartoe regisseur Frank van Laecke Pia Douwes lijkt te hebben uitgenodigd. Douwes trapt vol op het gaspedaal als er ‘Ari, trouw met me!’ in het script staat, armen wijd, wanhoopsmasker op – drama waarbij de gemiddelde operavertolking verbleekt. Zonder terughoudendheid geeft Douwes deze karikaturale vrouw gestalte, wat best imponerend genoemd mag worden, en soms verrassend geestig.

Maar het is vooral schrijnend hoe kunstmatig dit door McNally bekokstoofde personage zich over de vloer beweegt, als je bedenkt met hoeveel passie de echte Callas in haar lessen (én muziek) waarachtigheid predikte.

Laat je iedere week door de mooiste verhalen over kunst en cultuur gidsen

Source: NRC

Previous

Next