Onderwijsminister Robbert Dijkgraaf heeft zijn wetsvoorstel dat het mogelijk maakt het aantal internationale studenten terug te dringen, maandag naar de Kamer gestuurd. Vermeng het debat over de internationale functie van hogescholen en universiteiten niet met een algemeen migratiedebat, waarschuwt hij.
‘Jullie hebben een luxeprobleem’, kreeg Robbert Dijkgraaf te horen toen hij onlangs met 26 andere Onderwijsministers in Europees verband bijeen was. In Bulgarije of Roemenië trekken de allerbeste studenten naar het buitenland, Oostenrijk leidt vooral Duitse artsen op die na hun opleiding teruggaan om in eigen land te werken.
‘Dus dat van dat luxeprobleem klopt wel een beetje’, zegt Dijkgraaf in zijn Haagse werkkamer. ‘Maar ik hoop ook dat wij door deze wet een voorbeeldfunctie kunnen hebben naar andere landen toe. Zo van: we zien de grote voordelen van internationalisering, maar we willen niet het slachtoffer worden van ons eigen succes.’
Over de auteur
Mark Misérus is verslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over onderwijs.
Het wetsvoorstel Internationalisering in balans, dat de uit de hand gelopen groei van studenten moet beteugelen, is maandag door de demissionaire onderwijsminister naar de Tweede Kamer gestuurd. Tijdens de making of kreeg de D66-bewindsman kritiek vanuit de politiek, het hoger onderwijs en van het bedrijfsleven.
Er belandde een scherp advies van de Onderwijsraad op zijn bureau om meer maatwerk in de wet op te nemen, voor regio’s die geen probleem hebben met internationale studenten. Vooruitlopend op de wet hebben de universiteiten en hogescholen zelf plannen gemaakt om meer grip op internationalisering te krijgen.
De nieuwe wet in vier punten:
De wet Internationalisering in balans moet universiteiten en hogescholen de mogelijkheid geven om te kunnen ingrijpen als ergens te veel buitenlandse studenten studeren, waardoor Nederlandse studenten er niet meer aan te pas komen of de kwaliteit van het onderwijs in het gedrang raakt. Ook zet de nieuwe wet in op het behoud van de Nederlandse taal in de wetenschap en het onderwijs.
Dankzij de nieuwe wet:
• kunnen universiteiten en hogescholen bij Engelstalige delen van opleidingen een stop zetten op studenten van buiten Europa;
• kan een opleiding door middel van een nieuwe ‘noodfixus’ aan de rem trekken als de kwaliteit van het onderwijs in het geding komt door een onverwacht groot aantal internationale studenten;
• mogen er geen nieuwe Engelstalige opleidingen meer komen, tenzij de minister hiervoor toestemming verleent;
• worden universiteiten verplicht de Nederlandse taalvaardigheid te bevorderen bij alle studenten (ook buitenlandse).
‘We hebben ervan geleerd’, zegt Dijkgraaf enthousiast. De nieuwe wet, verzekert hij, geeft universiteiten en hogescholen genoeg mogelijkheden gerichter te sturen op het aantal niet-Europese studenten bij bepaalde opleidingen. En de wet houdt rekening met regio’s (zoals Brainport en Limburg) of opleidingen (zoals conservatoria) die niet zonder internationale studenten kunnen. Dijkgraaf: ‘Alle argumenten hebben we geprobeerd een plek in de wet te geven.’
Tegelijk blijft het doel om grip te krijgen op het aantal internationale studenten. Bijvoorbeeld door de hoeveelheid Engelstalige opleidingen aan banden te leggen. Er is geen niet-Engelstalig land in Europa dat er zo veel heeft als Nederland.
Dijkgraaf: ‘De overkoepelende gedachte van deze wet is dat we eigenlijk naar een soort tweede fase gaan van internationalisering. De eerste fase was: ben je als land aantrekkelijk voor het buitenland? Dat ben je eigenlijk alleen als je iets van hoge kwaliteit weet te leveren.
‘Dat doen we en daar kunnen we trots op zijn. De volgende vraag is dan: waarom wil je al die mensen eigenlijk hebben? Waar wil je ze hebben? En doe je er ook alles aan om ze te behouden? Op dat punt van de discussie zijn we nu aangekomen.’
Denemarken heeft 2,5 jaar geleden maatregelen genomen tegen het aantal internationale studenten. Daarvan is het teruggekomen, omdat er in een aantal sectoren een schreeuwend tekort aan personeel is.
‘Denemarken was altijd een topbestemming voor studenten binnen Europa. Nu zijn onder andere wij dat, terwijl Denemarken vrij heftig op de rem heeft getrapt. Daar komen ze nu deels van terug. Wij willen niet op het gaspedaal trappen, remmen en weer gas geven. Want dan word je wagenziek. Dat is de les die we van Denemarken hebben geleerd: pas op met te scherp ingrijpen.’
Wat gaat u doen als het aantal buitenlandse studenten door deze wet veel harder daalt dan de bedoeling is?
‘We zijn een internationaal kennisland bij uitstek, dat verandert niet door deze wet. Voor de instroom van internationale studenten ben je ook erg afhankelijk van de wereldpolitiek, van hoe de economie zich ontwikkelt. Als een regio in de toekomst een krimpregio wordt of de arbeidsmarkt totaal verschuift, is de wet flexibel genoeg om daarmee om te gaan. Maar het is wel belangrijk dat instellingen vanuit maatschappelijk oogpunt per aanvraag beargumenteren waarom ze een opleiding niet in het Nederlands willen aanbieden. Het argument ‘‘Ik wil groeien als instelling’’ alleen, is niet legitiem meer.’
Hoe voorkom je dat internationale studenten straks massaal denken: Nederland zit niet meer op ons te wachten, ik kies liever voor Frankrijk of Denemarken?
‘Je blijft hier absoluut welkom als internationale student, die boodschap hoop ik bij elke gelegenheid over te brengen. Dan helpt het niet dat in de publieke discussie allerlei meningen door elkaar worden geslingerd. Ik vind het moeilijk als het debat over de internationale functie van onze hogescholen en universiteiten wordt vermengd met een algemeen migratiedebat. Die dingen staan wat mij betreft echt los van elkaar.
‘Beoordeel deze wet en deze discussie gewoon op wat het is, namelijk: proberen onze internationale positie te waarborgen en de druk op het onderwijsstelsel te verminderen. Ik hoop dat als het stof na het debat een beetje gaat neerdalen, mensen zien dat er straks ook echt ruimte is voor groei. Als het tenminste past en als het gewenst is.’
Internationale studenten krijgen soms de schuld van het feit dat er te weinig kamers zijn, zeiden ze onlangs in een enquête van de Volkskrant. Wat vindt u daarvan?
‘Die kamernood raakt mij. Internationale studenten zijn extra kwetsbaar. Probeer maar een kamer te vinden als je uit India komt en ineens in Amsterdam bent. Onderwijsinstellingen moeten die verantwoordelijkheid wel voelen: als je internationale studenten wilt, zorg dan ook goed voor ze.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant