Home

Dat hadden we hem toch maar geflikt, als nietig landje, om een heuse Kruidvat te stichten in dat verre, vreemde Luik!

Huisgenoot P. wilde tegen een berg op fietsen, en daarom reden we naar Wallonië, met die nog niets vermoedende racefiets in de achterbak. Eenmaal in Luik vatte hij onmiddellijk zijn ros bij de horens, terwijl ik de omgeving ging verkennen.

Luik is een vreemde stad. Bij slecht weer moet je daar wel écht alle vreugde in je eigen hartje meebrengen, maar nu scheen de zon lieflijk over de slordig opgelapte wegen, grimmige bedelaars, bedroefd kijkende Afrikanen met wollen mutsjes, broeierige padvinders, middelbare vrouwen met stijf getoupeerde paarse kapsels, ongunstig besnorde achterneefjes van Dutroux met vale tatoeages, onthutsend brutalistische flatgebouwen en Luikse gehaktballen, die men moet mijden, want ze doen stroop door de jus.

Ik waande me zeer ver van huis, wat knap is, op amper drie uur rijden van Amsterdam. Juist toen de ontheemding me wel érg begon te beklemmen, stuitte ik op een lichtpuntje: een filiaal van onze eigen Hollandse Kruidvat, midden in dat merkwaardige Luik! Ik voelde me zoals Henry Morton Stanley zich gevoeld moet hebben toen hij in donker Afrika – na een tocht vol ontberingen, honger, muiterij en oorlog – tegen de dood gewaande Doctor Livingstone aanliep.

‘Doctor Kruidvat, I presume?’ Koloniale hoogmoed maakte zich van mij meester. Dat hadden we hem toch maar mooi geflikt, als nietig landje, om een heuse Kruidvat te stichten, helemaal in dat verre, vreemde Luik! Blijkbaar waren de arme Walen ontevreden geweest over hun eigen miezerige drogisterijketens. Ha! Als je in Luik een kop koffie bestelt in het Nederlands, dan verstaan ze je zogenaamd niet, maar intussen wél met volle teugen genieten van onze vaderlandse tandpasta en maandverband!

Ik wilde getroost mijn weg vervolgen toen een knagende vraag opdoemde: hoe spreken die Walen in Godsnaam ‘Kruidvat’ uit? Krióétvat? Krautváh? Waarom hadden ze het niet gewoon vertaald? Maar ja, dan mis je dus wel die intens slappe woordspeling van het Nederlandse ‘Kruidvat’. Lastig, inderdaad, maar om dan die onuitspreekbare Hollandse naam zomaar zonder bijsluiter in die weerspannige Waalse mondjes te leggen, dat noem ik geen charmant ‘laissez-faire’ meer, maar grove nalatigheid.

Kruuthvádde? Kroeddevatte? Nu moest ik het weten ook. Er passeerde juist een vrouw van middelbare leeftijd met paars haar en een bejaard hondje. ‘Pardon mevrouw’, zei ik, in het Frans. ‘Dat woord daar’, (ik wees op het frisse, rood-witte logo) ‘hoe dat woord uit te spreken?’

De vrouw keek op, hevig geschrokken, alsof ik haar beentje had gelicht. ‘Ik bedoel...’ ging ik voort, maar ze blies naar me als een boze gans en beende ervandoor, het hondje hobbelend in haar kielzog.

Kroëtvaat? Kruthváad? Nooit zal ik het weten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next