Home

‘Ik bridge drie keer per week. Met mijn 92-jarige bridgepartner win ik nog weleens’

Tiny Remmen-de Martines is 100 jaar. Hoe kijkt deze daadkrachtige vrouw, die tegen de tijdgeest in als moeder is blijven werken, terug op de eeuw die achter haar ligt?

Tiny Remmen-de Martines is een zeer vitale en stijlvolle dame. De 100-jarige begint elke dag met een uitgebreide work-out. Voor haar televisie staat een hometrainer, want waarom stilzitten als je ook in beweging naar programma’s kunt kijken? Haar leven lang heeft deze Brabantse zich door niemand de wet laten voorschrijven en durfde ze de confrontatie aan te gaan als er iets belangrijks bevochten moest worden. Hoe zal ze reageren, als ze op een ochtend wordt opgezadeld met deze interviewer, een verrassing van twee nichten?

Hopelijk voelt u zich niet overvallen door dit onaangekondigde interview.

‘Oh nee, ik vind het een verschrikkelijk leuke verrassing. Ik heb mij alleen helemaal niet kunnen voorbereiden.’

Dat geeft niet, we gaan het over uw leven hebben en daar weet u alles van.

’De afgelopen 100 jaar heb ik veel geluk gehad en ook veel verdriet gekend. Ik vraag mij alleen af: heb ik het wel goed gedaan in dit leven?’

Hoezo zou u het niet goed hebben gedaan?

‘Ik vraag me af of we wel eerlijk zijn allemaal. Die vraag stel ik ook aan mijzelf. Doen we wel genoeg om anderen te helpen? Voor mensen in oorlogsgebied, voor mensen die honger hebben? De verschillen tussen rijk en arm nemen toe. Er moet iets gebeuren om de welvaart beter te verdelen. Zelf probeer ik ook wat te doen, maar is het genoeg?’

U heeft een mooie achternaam, wat weet u van uw voorouders?

‘De Martines komt van origine uit Frankrijk. Een van mijn voorvaderen was officier in het leger van Napoleon. Na de mislukte slag om Waterloo in 1815 is hij niet teruggekeerd naar Frankrijk. Hij werd verliefd op een Nederlandse vrouw en trouwde met haar. Het is dus aan Napoleon te danken dat ik hier zit.’

Hoe ziet uw dagelijks leven eruit?

‘De dag begin ik met pilates-oefeningen. Daarna train ik op de crosstrainer. Voor het slapengaan fiets ik nog een half uur op de hometrainer. Ik doe nog alles zelf: boodschappen, koken, online-bankieren. En ik bridge drie keer per week. Met mijn 92-jarige bridgepartner win ik nog weleens. Ik ga er ook nog graag op uit. Binnenkort ga ik met mijn jongste zoon Dick naar Engeland, mijn kleindochter en ex-schoondochter opzoeken.’

Hoe kijkt u terug op uw jeugd?

‘Ik ben opgegroeid op een boerderij in Deurne, een boerendorp midden in de Peel. Ik had drie broers en vijf zussen. Mijn moeder was een lieve, zachte vrouw, mijn vader streng én sociaal – hij had veel petekinderen in het dorp. Hij was actief in de gemeenteraad voor de KVP, het bestuur van het waterschap en had een verzekeringsagentschap.

‘Als kinderen mochten we geen verkering voor ons 21ste jaar; mijn vader was bang voor een zwangerschap voor het huwelijk. We waren niet van steen en hadden al jonger verkering, maar we hebben voorzichtig gedaan en elkaar nooit verraden. Toen ik 17 was en op de kostschool zat, waar ik de kweekschool deed, had ik verkering met Koos. De nonnen noemden omgang met jongens sfeervernietigend en daarom een doodzonde. Ze lazen alle post die wij leerlingen kregen. Om ze op stang te jagen, stuurde Koos mij brieven waar de nonnen van schrokken. Ze riepen mij op het matje en vroegen of de briefschrijver mijn vriend was. ‘Ja’, zei ik. Ik werd naar de rector en moeder overste gestuurd om mijn excuses aan te bieden.

‘Onderweg op de fiets naar het klooster haalde ik samen met een vriendin gekkigheid uit en kregen we de slappe lach. Nog lachend kwam ik bij de rector. ‘Waarom lach je, dit is een ernstige zaak, je vindt het toch wel erg wat je hebt gedaan?’, vroeg hij. ‘Nee, dat vind ik niet’, zei ik. En zo werd ik van kostschool gestuurd. Mijn vader zei: ‘Dat geeft niets, we vinden wel een andere school.’ Het laatste jaar van de kweekschool deed ik in Oirschot.’

U was geen doetje.

‘Ik was zelfverzekerd en niet bang. Ik had lieve ouders, die weinig straf gaven. Mijn vader wilde dat al zijn kinderen zelf kozen wat zij wilden worden, ook zijn dochters – dat was voor die tijd heel bijzonder. Ik koos voor het onderwijs. Tot mijn 57ste heb ik voor de klas gestaan.’

Volgens een nicht komt u uit een matriarchale familie, ziet u dat zelf ook zo?

‘Oja. De vrouwen in mijn familie hebben een sterke wil en steunen elkaar. We bleven zelfstandig, ook in ons huwelijk, wat geaccepteerd werd door de mannen. Ik heb soms wel moeten vechten om dingen die ik belangrijk vond erdoor te krijgen. Ik kan je vertellen: de aanhouder wint. Als je denkt: ik wil dit, maar het lijkt onmogelijk, dan moet je er toch naar streven en doorzetten.

‘Toen mijn man en ik trouwplannen hadden, zei mijn schoonmoeder dat ik na ons huwelijk niet kon blijven werken. ‘Dan zal uw zoon een ander moeten zoeken’, reageerde ik resoluut. Ik was niet van plan mijn baan op te geven. Mijn aanstaande was het eens met zijn moeder. Hem zei ik: ‘Wat heb je aan een vrouw die niet kan poetsen? Dat heb ik nooit geleerd.’ Hij beloofde dat we vanaf dag één een hulp in de huishouding zouden nemen. Dus bleef ik werken, als invaller, want een vaste baan in het onderwijs was in die tijd niet toegestaan als getrouwde vrouw. Ik haalde een akte Frans en ging lesgeven aan de mulo.

‘Zodra onze kinderen kwamen, vier in totaal, mocht ik geen hele dagen meer werken van mijn man, parttime werken bestond nog niet. De onderwijsinspecteur adviseerde mij een akte te halen voor handenarbeid en handwerken, in die vakken kon je als getrouwde vrouw wel in deeltijd werken. Dat ben ik gaan doen, ik kreeg een dag in de week vrij voor deze opleiding en ben daarna parttime in dat vak gaan lesgeven, om thuis te kunnen zijn voor de kinderen als ze uit school kwamen. Een paar jaar later vroeg het hoofd van de lagere school of ik de zesde klas samen met hem wilde doen, want hij had het te druk om vijf dagen voor de klas te staan. Dat heb ik tot mijn pensioen gedaan.’

Welke gebeurtenis heeft grote indruk op u gemaakt?

‘Het overlijden van mijn oudste zoon George, aan longkanker. Hij was nog maar 47 jaar. Hij had een succesvol leven opgebouwd als internationaal ruiter in Engeland, trainde paarden, en was getrouwd met een lieve vrouw, samen hadden ze een dochter. Toen zijn dochter nog klein was, is hij gescheiden en naar Noorwegen verhuisd. Daar had ik veel verdriet van. Het verdrietige van oud worden is dat je zo vaak afscheid moet nemen.

‘Zoals ook die dag dat mijn 86-jarige vader in Luxemburg werd aangereden door een motor en zwaargewond in het ziekenhuis werd opgenomen. Ik stond voor de klas toen mijn broer, bij wie hij op bezoek was, mij belde. Ik stapte meteen in de auto en reed naar het ziekenhuis. Daar vroeg mijn vader: ‘Tiny, je zorgt er toch voor dat ik thuiskom in Deurne, hè?’ De directeur van het ziekenhuis zei dat hij dat uit zijn hoofd kon zetten omdat hij stervende was. Ik trok mij daar niks van aan en belde een bevriende chirurg uit Deurne, die een ambulance stuurde. Thuis aangekomen begon mijn vader te zingen zodra hij mijn moeder zag: ‘Lang zal moeder leven, lang zal moeder leven.’ En hij zei: ‘Moeder, we gaan rikken.’ Nadat de kaarten waren geschud en verdeeld, zei hij: ‘Ik rik.’ Mijn moeder: ‘Ik pas.’ Daarna raakte hij buiten bewustzijn en stierf kort daarna.’

U bent een krachtdadige vrouw, heeft u ook weleens bakzeil moeten halen?

‘Mijn man en ik hadden een gepassioneerd huwelijk waar soms de vonken van af sprongen. Soms, als het té hoog opliep, zei ik dat ik bij hem weg zou gaan. ‘Dan ga je maar’, was telkens zijn reactie, wetende dat ik toch zou blijven. De periode dat ik nog hele dagen werkte en mijn man vond dat ik thuis moest zijn zodra de kinderen uit school kwamen, en daarom niet wilde dat ik de vaste baan zou aannemen die mij werd aangeboden, zei hij dat hij naar de directrice zou gaan om dat te zeggen. ‘Jij gaat niet naar de directrice’, zei ik, ‘want je hebt er niks over te vertellen.’

‘Hij trok zijn jas aan: ‘Ik ga nu naar de directrice’, waarop ik een schaal met yoghurt en perziken van het aanrecht pakte en naar hem in de hal gooide – en vervolgens zelf naar de directrice ging. Die vroeg of ik gehuild had. ‘Je moest eens weten’, antwoordde ik. ‘Ga maar naar huis’, zei ze. En wie zie ik daar in de hal op zijn knieën de scherven oprapen? Mijn man. Ik ging naast hem zitten om samen de boel schoon te maken. ‘Tiny, waar zijn we toch mee bezig?’, riep hij uit. Waarop ik zei: ‘Ik geloof dat je gelijk hebt, ik kan beter thuis zijn als de kinderen uit school komen, ik neem die vaste baan niet aan.’

‘Hij kon zijn oren niet geloven. We hebben elkaar omhelsd en nooit zoveel van elkaar gehouden als in die troep. We konden vreselijk boos op elkaar zijn, maar het kwam altijd weer goed. Zo gaat dat met echte liefde.’

Martine (Tiny) Remmen-de Martines

geboren: 25 maart 1924 in Deurne

woont: zelfstandig, in Deurne

beroep: lerares

weduwe: sinds 2006

familie: nog een broer (92), vier kinderen (één overleden), vijf kleinkinderen en 11 achterkleinkinderen

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next