Elektrische voertuigen uit China zullen in de Verenigde Staten binnenkort op een huizenhoge handelsbarrière knallen: dinsdag kondigt de regering-Biden naar verwachting aan dat de heffing op goedkope Chinese e-auto’s van 25 procent naar 100 procent gaat. Is de dreiging zo groot?
De mogelijke stap is een zoveelste in een steeds weer oplaaiend handelsconflict tussen Washington en Beijing. Eerder al dreigde Biden met extra heffingen op Chinees staal en aluminium.
Maar het is de vraag of Chinese elektrische auto’s een enorme bedreiging vormen voor de Amerikaanse auto-industrie, zoals zowel president Biden als zijn rivaal Donald Trump beweert. Op dit moment wordt er nog geen handvol Chinese modellen in de Verenigde Staten verkocht, die bovendien een westers logo op de motorkap hebben: het gaat om een Lincoln en een Buick (beide Amerikaans) die in China worden gebouwd, om een Volvo (van oorsprong Zweeds, maar sinds jaren in Chinese handen) en een Polestar (onderdeel van Volvo). ‘Echte’ Chinese merken worden nu nog niet verkocht in de VS, mede dankzij de huidige tariefmuur van 25 procent.
Het lijkt vooralsnog dus mee te vallen met de dreiging van overzee. Naar het zich laat aanzien is er vooral een politieke reden om de importmuur drastisch op te hogen. Met een mogelijke verviervoudiging van het tarief hoopt Biden ook de wind uit de zeilen te nemen van Trump. Deze dreigde eerder al met een tarief van honderd procent op Chinese auto’s die in Mexico worden gebouwd, om ‘een bloedbad’ in de Amerikaanse auto-industrie te voorkomen. ‘Het zal jullie niet lukken die auto’s te verkopen als ik herkozen word’, aldus Trump in maart.
Werknemers van de auto-industrie vormen een belangrijke doelgroep van Biden en Trump. De huidige president leek zich vorig jaar te hebben verzekerd van steun van deze arbeiders, door zich te scharen achter hun eis voor veel meer loon, iets wat na langdurige stakingen lukte. Door nu al de strenge maatregelen in te voeren waarmee Trump schermt, hoopt Biden zich te verzekeren van hun electorale steun.
Niettemin doemt aan de horizon wel een echte dreiging op vanuit China, en dan vooral van een concern als BYD, dat in China vorig jaar al eventjes groter was dan Tesla, tot nu toe de marktleider. Dat zien ook Amerikaanse autofabrikanten. ‘Wat de Chinezen de afgelopen tien, twaalf jaar hebben gedaan op kwaliteitsgebied is werkelijk verbazingwekkend’, zei voormalig Ford-topman Mark Fields vorige week tegen NBC News. ‘Hun ontwerpen zijn sterk verbeterd, net als de kwaliteit.’
Nu BYD op de eigen markt worstelt met overcapaciteit, kijkt het merk over de grens. Met name de Amerikaanse en Europese markt, waar elektrisch rijden wordt gestimuleerd, zijn interessant voor de e-auto’s van BYD. Vorige week kondigde het bedrijf bijvoorbeeld al de mogelijke bouw aan van een tweede fabriek in Europa, om aan te tonen dat het serieus werk maakt van zijn expansie over de grens.
Ook in Brussel wordt met argusogen gekeken naar de opkomst van Chinese auto’s. De Europese Commissie wil daarom ook de tariefmuur ophogen, een stap die bijna onvermijdelijk lijkt als de Amerikaanse markt de facto dichtgaat voor Chinese auto’s en het land zich vervolgens volledig op Europa zal storten.
Maar hier zijn automakers minder eensgezind over zo’n maatregel. Met name Duitse fabrikanten, die nu nog goed verkopen in China, vrezen tegenmaatregelen uit Beijing.
Biden wil overigens niet alleen e-auto’s weren, er komen ook waarschijnlijk hogere invoertarieven voor allerlei groene producten zoals batterijen en zonnepanelen. Met die maatregel, mede op verzoek van producenten van zonnepanelen, zegt de president de opkomende Amerikaanse duurzame industrie te willen beschermen.
Het leverde hem een schamper commentaar op in de The Wall Street Journal: ‘Biden vertoont er alle tekenen van dat hij een mondiale handelsoorlog wil beginnen om de dure, niet-concurrerende groene energie-industrie te beschermen die hij thuis met belastinggeld heeft opgebouwd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant