Home

Joost Klein en zijn entourage hebben simpelweg het hoofd niet koel kunnen houden

We zitten in de ‘finaleweek’ van de formatie, maar er waren dit weekend belangrijker zaken dan het landsbestuur. Caroline van der Plas, die als mayonaise de ranzig-rechtse huzarensalade bij elkaar moet houden, mengde zich dan ook gretig in de controverse rondom het Eurovisie Songfestival. De nationale inzending, die het lef had om open grenzen te bezingen, beviel de agronationalist maar niks: haar stem ging naar Israël. ‘Willen de mensen het songfestival politiek maken? Dan maken we het politiek!’, aldus dreigde de voormalige medewerkster van Meat & Meal, Vleesmagazine en Pig Business.

Dat gezegd hebbende, progressieve vrienden, is de diskwalificatie van Joost Klein in Malmö toch echt niet de schuld van de BBB, PVV of voor mijn part de VVD. Over die diskwalificatie wordt nog volop gespeculeerd, en het kan best dat de ‘dreigende beweging’ waarvan Klein beschuldigd wordt weinig voorstelde, zoals de Nederlandse delegatie beweert. Het voorval lijkt vooral de stok waar de organisatie, met een Israëlisch bedrijf als hoofdsponsor, naar zocht. De verbanning van Klein lijkt een optelsom, en die begrijp ik nog ook.

Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

Klein gedroeg zich immers vrij idioot: tijdens een persconferentie verstopte hij zijn hoofd in de Nederlandse vlag en gaf geïrriteerd antwoord op volstrekt normale vragen. Iemand vroeg of zijn liedje ons allemaal kan verbinden, waarop Klein smakgeluiden maakte en naar de organisatie verwees: ‘Vraag dat maar aan de EBU.’ Het contrast met de even verderop zittende Israëlische zangeres kon niet groter zijn: de pas 20-jarige Eden Golan gaf professioneel en in vloeiend Engels haar antwoorden.

Een sleutelmoment kwam na een kritische vraag aan Golan: bracht zij met haar aanwezigheid de veiligheid van de andere deelnemers niet in gevaar? Haar begeleider sprak bevoogdend dat ze daar geen antwoord op hoefde te geven, waarop Klein zich er opeens mee bemoeide. ‘Waarom niet?’, riep hij. Golan, die onder immense druk moet hebben gestaan, liet zich niet kennen en gaf ‘gewoon’ antwoord, en nog een prima antwoord ook.

Joost Klein en zijn entourage – het leken mij eerder leuke, creatieve gasten – hebben simpelweg het hoofd niet koel kunnen houden. Ze zijn bezweken onder de druk van het evenement én het anti-Israëlsentiment in hun socialemediabubbel, die van Klein een veroordeling van Israël eiste. Dat resulteerde in het lamlendige gedrag tijdens de persconferentie, waarin een weifelend statement te ontwaren viel. Puberaal en gespeend van enige klasse, zoals Nederlanders zich in den vreemde nu eenmaal manifesteren. ‘Dit is typisch Joost. Misschien vinden we hem daarom wel zo leuk’, wist commentator Richard van de Crommert.

Maar wat Nederlanders leuk vinden, vindt vrijwel niemand buiten Nederland leuk. Consequent verwarren wij brutaliteit met assertiviteit of zelfs humor; we zijn lomp en luidruchtig, maar zien dat zelf als normaal. Sterker nog, buiten onze eigen landsgrenzen zijn we ronduit koloniaal: zíj passen zich maar aan óns aan. We maken onszelf wijs dat onze horkerigheid tenminste écht is, en de omgangsvormen van anderen nep en klachten over ons gedrag aanstellerij. En dus doet het halve land nu verontwaardigd over Kleins uitsluiting: aan ons ligt het nooit.

Partij kiezen kan ook in stilte. En als je dan toch een statement wil maken, kan dat een stuk creatiever en met klasse. Of denkt men in Nederland werkelijk dat Klein de enige deelnemer was die worstelde met de druk en de onrust over de deelname van Israël? Het vrolijke nummer van Joost Klein wist het land te verbinden en politieke kleur te overstijgen. Helaas bleek dat ook te gelden voor het Nederlandse gebrek aan beschaving.

Source: Volkskrant

Previous

Next