Home

De macht van de literaire jury: wie de Librisprijs wint, zit geramd. Dus hoe werkt zo’n jury?

Een verkoopsucces lijkt verzekerd voor het boek dat maandag tot de winnaar van de Libris Literatuur Prijs zal worden uitgeroepen. Het tekent de invloed van de jury op de Nederlandse literatuur. Hoe komt zo’n jury eigenlijk tot stand, en hoe gaat die te werk?

De Nederlandse literatuur heeft het zwaar, constateerde de jury van de Libris Literatuur Prijs maar weer eens bij de bekendmaking van haar shortlist in maart. Met de ontlezing en groeiende belangstelling voor Engelstalige fictie is het voor Nederlandse schrijvers weleens makkelijker geweest om hun boeken te slijten. Maar als iemand voorlopig geramd zit, dan is het de schrijver die maandag de bronzen Libris-legpenning en bijbehorende cheque van 50 duizend euro krijgt uitgereikt in Felix Meritis in Amsterdam.

Het zal de 31ste laureaat net zo vergaan als Anjet Daanje, Sander Kollaard, Alfred Birney en al die andere geluksvogels: hun bekroonde boek schiet omhoog in de bestsellerlijsten, en als het ook maar een beetje publieksvriendelijk is, blijft het daar de komende weken of maanden vertoeven. Dit jaar profiteerden ook de shortlistkandidaten al van het Libris-effect: na de aankondiging in Nieuwsuur doken vier van de zes genomineerden meteen op in de CPNB Bestseller 60, waar je de literatuur doorgaans met een lantaarntje moet zoeken.

Over de auteur
Emilia Menkveld is literair recensent en eindredacteur van de Volkskrant.

De Libris-jury heeft een machtige positie. Zoals dat in mindere mate geldt voor de jury’s van de weinig naamvaste en minder mediagenieke Boekenbon Literatuurprijs (voorheen BookSpot, voorheen ECI, voorheen AKO) en, sinds 2022, de Vlaamse Boon, beide eveneens met 50 duizend euro prijzengeld. De juryleden verzekeren schrijvers van publiciteit, aanzien en inkomen. Zij kunnen ondergesneeuwde debutanten naar voren schuiven, gevestigde namen rücksichtslos passeren. Zij bepalen mede welke boeken uiteindelijk worden onthouden en gecanoniseerd. Zij zijn, kortom, van grote invloed op de Nederlandse literatuur. Maar wie bepaalt de samenstelling van dit soort jury’s? Hoe gaan ze te werk? En moeten recensenten er zitting in nemen of juist niet?

Er zijn natuurlijk veel méér literaire onderscheidingen dan de genoemde grote drie. Als de Volkskrant aandacht zou besteden aan elke longlist, shortlist en winnaar, zouden de kolommen elke week bulken van het prijzennieuws. In de afgelopen anderhalve maand had je naast De Boon (voor Ilja Leonard Pfeijffer) ook de Woutertje Pieterse Prijs (voor Tjibbe Veldkamp), de Sybren Poletprijs (voor Lidy van Marissing), de Inktaap (voor Anjet Daanje) en de Grote Poëzieprijs (voor Peter Verhelst). Komende maandag volgt dus de Librisprijs, tien dagen later de P.C. Hooft-prijs – en dan laat ik heel wat kleintjes achterwege.

Regels en statuten

Het verschil is dat de meeste prijzen weinig doen voor de algemene bekendheid van een boek. Ze zullen vooral nieuwe lezers trekken onder een specifieke doelgroep (jongeren, poëzieliefhebbers) of in bepaalde kringen; de Zeeuwse Boekenprijs maakt waarschijnlijk de meeste indruk onder Zeeuwen. Oeuvreprijzen als de P.C. Hooft-prijs en de Prijs der Nederlandse Letteren zijn prestigieus en lucratief, met hun prijzengeld van 60 duizend euro, maar ze bekronen een levenswerk, geen afzonderlijk boek dat iedereen meteen wil aanschaffen. Aandacht van de literaire pers is er altijd wel, maar op een ‘P.C. Hooft-effect’ hoeft de laureaat niet te rekenen.

Als we het hebben over directe invloed, gaat het dus vooral om de prijzen die één boek bekronen dat in het afgelopen jaar is verschenen. Elk van deze prijzen kent zijn eigen regeltjes en statuten. Zo zit er bij de Libris altijd een Vlaming in de jury en streeft De Boon naar een ‘genderevenwicht’. De jury’s tellen doorgaans een oneven aantal leden – handig bij het stemmen – en bestaan uit ‘beroepslezers’: schrijvers, journalisten, literatuurwetenschappers, soms boekhandelaren. De voorzitter is steevast een prominente figuur uit de politiek, het bedrijfsleven of de cultuur. Voor deze editie van de Librisprijs is dat Kim Putters, hoofd van de Sociaal-Economische Raad (en dit jaar ook informateur op het Binnenhof).

Hoe komt zo’n jury tot stand? Janny Nijhof, secretaris van de Libris Literatuur Prijs, is elk jaar nauw betrokken bij het proces. ‘Het bestuur (van ten minste vijf leden, onder wie een aantal prominenten uit het boekenvak, red.) draagt kandidaten voor. Ik zit bij de vergaderingen en geef advies. We proberen altijd een evenwichtige jury samen te stellen, maar je weet van tevoren nooit hoe het uitpakt. Dat hangt ook af van praktische dingen, bijvoorbeeld of mensen beschikbaar zijn.’

‘Uiteenlopende mensen’

De gemiddelde jury ziet er wel anders uit dan pakweg tien jaar geleden. Literatuurprijzen waren een ‘hengstenbal’, schreef NRC-criticus Arjen Fortuin in 2012. Onder juryleden én winnaars, ook van de Librisprijs, waren witte mannen in de overgrote meerderheid. Voor de winnaar maakte het niet eens uit of en hoeveel vrouwen er in een jury zaten, constateerde literair journalist Margot Dijkgraaf een jaar later in het boekje Vrouwen, mannen en de Libris Literatuur Prijs – uitgebreid gestaafd met cijfers. Mannen werden hoe dan ook vaker genomineerd en bekroond.

‘Kunnen vrouwen gewoon niet schrijven?’, vroeg Dijkgraaf zich af. ‘Of in ieder geval minder goed dan hun mannelijke collega’s?’ De jury van 2007 (met één vrouw) hintte sterk in die richting. Over de inzendingen van vrouwen vermeldde het juryrapport: ‘lichtgewicht, kleine persoonlijke wissewasjes, thrillers, relatieproblemen, al of niet in moord eindigend, of in een cursus’. Die hoefde je niet serieus te nemen.

Zo’n uitspraak lijkt inmiddels ondenkbaar. De laatste twee Librisprijzen gingen naar een vrouw en op de shortlist van dit jaar zijn vrouwen in de meerderheid. Ook de jury’s zijn niet meer overwegend wit, mannelijk en van middelbare leeftijd. Is diversiteit een harde eis geworden bij de Librisprijs? Niet per se, zegt Janny Nijhof, ‘maar we proberen wel uiteenlopende mensen bij elkaar te zoeken, met verschillende achtergronden. Je wilt ook geen jury van alleen wetenschappers, of alleen recensenten.’

Het jurylidmaatschap van de Librisprijs doe je er niet zomaar even bij. De jury leest, bespreekt en beoordeelt alles wat er in het voorafgaande kalenderjaar aan Nederlandstalige fictie is verschenen. Daar staat een stevige vergoeding tegenover, van 5.000 euro per jurylid. Voor deze Librisprijs kwamen 189 boeken in aanmerking, in sommige jaren zijn het er nog veel meer.

‘In bepaalde perioden lees je ongeveer één boek per twee dagen’, zegt Lisa Kuitert. De hoogleraar boekwetenschap zit dit jaar voor de tweede keer in de Libris-jury, naast haar baan aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Elk boek wordt door ten minste twee juryleden gelezen. De boeken die niet meteen afvallen, leest vervolgens iedereen mee. Je leest dus niet alles, maar wel een groot deel van die 189 boeken. En als er allemaal positivo’s in de jury zitten, moet je harder werken.’

‘Niet bezig met lijstjes afvinken’

Met al dat leeswerk krijg je een heel volledig beeld van de hedendaagse Nederlandse literatuur. ‘Tien jaar geleden was dat voor mij echt een eyeopener: te zien wat typisch is voor deze tijd, en wat typisch Nederlands is. Je ziet ook dat er een hoop verschijnt dat gewoon niet zo goed is, al vond ik de kwaliteit in 2024 per saldo hoger dan de vorige keer.’ Wat vond ze verder opvallend dit jaar? ‘Er zaten veel verhalen bij over afschuwelijke jeugden, over misbruik en mishandeling. Veel klimaatromans, ook. En heel veel steengoeie vrouwen. Op de shortlist zijn ze niet voor niets in de meerderheid. Wat mij betreft hadden er nog wel meer vrouwen op gekund.’

Hoe het juryproces precies is verlopen, blijft naar goed gebruik binnenskamers, maar Kuitert wil wel kwijt dat het ‘heel goed’ is gegaan. ‘We zaten alleen even zonder voorzitter, toen Kim Putters werd weggeroepen voor een landelijke taak, maar hij heeft toch alles meegelezen.’ Heeft diversiteit nog een rol gespeeld bij het kiezen van de winnaar? ‘We zijn niet bezig geweest met lijstjes afvinken: het moet weer eens een man worden, of een vrouw, het moet een Belg zijn of iemand met een migratieachtergrond. Nee, we hebben echt op smaak gelezen.’

Het ene jurylid leest wel kritischer dan het andere, merkt Kuitert. ‘Schrijvers zijn over het algemeen vrij positief. Zij beoordelen toch hun eigen collega’s. En ik kan me voorstellen dat het voor hen ook confronterend kan zijn om de minpunten van een boek te bespreken; misschien herkennen ze zich wel in de kritiek. Als academicus ben ik eerder geneigd om mijn persoonlijke leeservaring te duiden en te verklaren, zoals recensenten dat ook doen.’

Kuitert vindt het, net als secretaris Janny Nijhof, vanzelfsprekend dat recensenten ook in jury’s plaatsnemen: zij zijn het gewend om boeken te beoordelen, hebben een goed beeld van het literaire aanbod en brengen zo het niveau van de jury’s omhoog. Nijhof: ‘Een recensent kan zeggen: dit is al eerder gedaan. Of: dit is juist iets heel nieuws. Je hebt een breed referentiekader, anders dan iemand die vanuit het niets tweehonderd boeken gaat lezen. Eén of twee goede recensenten zijn voor een jury heel waardevol.’

Volgens Kuitert is het ook een kwestie van verantwoordelijkheid: ‘Als recensent heb je er belang bij dat mensen literatuur leuk en interessant vinden. Je hebt een opvoedende taak, vind ik, of in elk geval een voorlichtende taak. En hoe belangrijk is zo’n jury dan wel niet?’

Recensenten zijn alomtegenwoordig in de jury’s van grote literatuurprijzen. Joep van Ruiten (Dagblad van het Noorden/Leeuwarder Courant) zit dit jaar in de Libris-jury, Charlotte Remarque (De Groene Amsterdammer) in die van de Boekenbon. Thomas de Veen (NRC) zat in de kinder- en jeugdjury van De Boon.

Volkskrant-recensenten zul je in deze jury’s niet snel aantreffen – althans, niet als ze in vaste dienst zijn. (Bo van Houwelingen freelancete nog toen ze in 2020 in de Libris-jury zat.) Ikzelf ben in de afgelopen jaren voor twee van deze jury’s gevraagd, en heb het aanbod twee keer afgewezen, op dringend verzoek van mijn hoofdredactie. Jammer, vond ik: het had me heel leerzaam geleken.

Eerder was jurylidmaatschap wel gebruikelijk onder recensenten, maar het beleid is strenger geworden vanaf 2019, toen Pieter Klok aantrad als hoofdredacteur. De regels zijn vastgelegd in een vrij te raadplegen protocol: redacteuren nemen in beginsel geen zitting in jury’s die oordelen over het terrein waarover ze als verslaggever berichten. ‘Op cultureel gebied (film, boeken, dans, architectuur, etc.) kan een uitzondering worden gemaakt’, maar ook daarin is de Volkskrant terughoudend.

‘Als recensent heb je al veel invloed’

‘We zijn ons bewuster geworden van onze positie in de samenleving’, zegt Annieke Kranenberg, lid van de hoofdredactie (en voormalig ombudsvrouw). ‘Er mag geen enkele schijn van belangenverstrengeling zijn, onze onafhankelijkheid en betrouwbaarheid staan in alles voorop. Daarin willen we zo min mogelijk concessies doen. Zo hebben we ook afstand genomen van mediapartnerschappen, zoals vroeger met de Libris Geschiedenisprijs. We willen ons niet committeren aan het schrijven over een prijs, terwijl we dat anders misschien niet zouden doen. We willen een journalistieke afweging kunnen maken.’

De hoofdredactie wil niet zomaar elk jurylidmaatschap verbieden en gaat altijd met redacteuren in gesprek, ‘maar we komen er in de meeste gevallen op uit dat het toch niet verstandig is. Als recensent heb je al veel invloed, en die wordt nog groter als je ook in een jury gaat zitten. Ook kan het lastig zijn om kritisch verslag te doen over een prijs als er een collega in de jury zit.’ Voor freelancers is het anders: zij zijn niet vast verbonden aan de krant en hebben meerdere inkomstenbronnen nodig. ‘We kunnen hooguit zeggen dat we het onwenselijk vinden.’

Hoe zit dat bij andere media? Navraag bij de voornaamste boekenredacties in Nederland en Vlaanderen leert dat de Volkskrant vrijwel alleen staat. NRC wijdt in zijn journalistieke code een uitgebreid lemma aan jureren, maar volgens Arjen Fortuin, inmiddels ombudsman van de krant, wordt juist deelname aan literaire jury’s vrijwel altijd toegestaan. ‘Dat is historisch zo gegroeid. De regel wordt soepel toegepast omdat de afweging al bij de boekenredactie zelf wordt gemaakt. De code is een soort vangnet. Overigens wíl ook lang niet iedereen in een jury, juist omdat de dubbelfunctie ingewikkeld kan zijn.’

De Nederlandse Booker Prize

De Libris Literatuur Prijs is ooit gemodelleerd naar de Britse Booker Prize, maar volgens secretaris Janny Nijhof is die geen richtlijn meer. Liever werkt ze zelf nieuwe ideeën uit. De afgelopen jaren verplaatste ze de uitreiking en het traditionele Libris-diner van het Amstelhotel naar cultuurhuis Felix Meritis (‘daarmee proberen we een jonge doelgroep te bereiken’), tuigde ze een hommage-show op en begon een podcastserie, De Shortlist, waarin jonge lezers in gesprek gaan met elkaar en met de zes genomineerden: Cobi van Baars (De onbedoelden), Sacha Bronwasser (Luister), Rob van Essen (Ik kom hier nog op terug), Esther Gerritsen (Gebied 19), Frank Nellen (De onzichtbaren) en Maud Vanhauwaert (Tosca). Over alle achttien boeken op de longlist is een audiotrailer gemaakt voor het leerplatform LessonUp, ter inspiratie van leerlingen en docenten. 

De winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2024 wordt bekendgemaakt op maandag 13 mei.

Bij Trouw, Het Parool en De Morgen zijn er geen officiële regels, al is melden wel gewenst. Bij De Standaard hoeft zelfs dat niet, laat chef boeken Sarah Vankersschaever weten, ‘omdat we jureren als deel van onze opdracht zien’: het is de taak van recensenten om het gesprek over literatuur te blijven voeren, in contact te komen met mensen uit het literaire veld en mede te bepalen welke boeken ‘bovenaan de stapel’ horen.

Ook De Groene Amsterdammer zit aan deze kant van het spectrum. Hoofdredacteur Xandra Schutte is het ‘helemaal niet eens’ met het beleid van de Volkskrant. ‘Prijzen zijn belangrijk voor het literaire ecosysteem en ik vind dat critici daaraan moeten bijdragen. Dan kun je zeggen dat je de schijn van belangenverstrengeling wekt, maar we leven in een klein land. Als je vakkundige jury’s wilt hebben, gaat het niet zonder enige schijn van belangenverstrengeling. Of het nu gaat om critici of literaire schrijvers, ze maken allemaal deel uit van netwerken en ze kennen elkaar.’

De maatschappelijke waarde van literatuurprijzen erkent de hoofdredactie van de Volkskrant ook, zegt Annieke Kranenberg, ‘maar onze onafhankelijkheid weegt zwaarder. Ik kan me wel voorstellen dat het minder schuurt bij een blad als De Groene Amsterdammer, dat meer op essays en opinies leunt.’

Risico op ongemak

Toch blijft er, ook bij De Groene, een risico op ongemak rond literaire jury’s. In 2017 ontstond er wat gemor in letterenland toen Marja Pruis met haar roman Zachte riten op de shortlist van de Librisprijs belandde, terwijl haar collega-redacteur Joost de Vries in de jury zat. Het wekte op z’n minst de indruk dat ze die nominatie aan haar Groene-redacteurschap te danken had.

De Vries had zich willen terugtrekken uit de jury, licht zijn hoofdredacteur toe, ‘maar toen overleed medejurylid Wim Brands en is hem gevraagd of hij alsjeblieft terugkwam. Het zal voor Zachte riten eerder een beperking dan een voordeel zijn geweest dat er een collega in de jury zat. Het is dan heel moeilijk om zo’n boek te laten winnen.’

Schutte vindt dat je het jurylidmaatschap niet te veel moet personaliseren. ‘De criticus heeft maar één stem tussen vele – een waardevolle stem. Al zou je een snode agenda hebben om een bepaald boek door te drukken, dan zit je daar nog met vier of vijf anderen. Ik zie het probleem niet zo.’

En wat als een recensent een boek al heeft afgekraakt en vervolgens deelneemt aan een jury die datzelfde boek nomineert? ‘Dat kan toch gebeuren? Dat je een boek herleest en je mening herziet, of dat je de andere juryleden niet kunt overtuigen. Het is altijd een groepsproces, en als buitenstaander weet je nooit hoe de discussie is verlopen. Dat blijft het geheim van de jurykamer.’

Is De Groene Amsterdammer nu erg naïef? Of is de Volkskrant overdreven voorzichtig? Kranenberg: ‘In Nederland zit de Volkskrant aan de strenge kant, maar als je ons vergelijkt met internationale media als The New York Times, dan zijn die veel strenger. Daar mogen redacteuren bijvoorbeeld ook geen prijzen aannemen. Zover gaan wij niet, maar zoals onze kunstcriticus Rutger Pontzen laatst schreef in zijn afscheidsstuk: ‘Kunstcritici moeten zich niet als een machtsfactor opstellen.’ Als je te veel deel uitmaakt van een wereldje, kun je er niet goed over oordelen. Dat geldt net zo goed voor de literatuur.’

Buitenlandse jury’s

Hoe zit het met literaire jury’s in het buitenland? In de Booker Prize-jury’s van de afgelopen drie jaar vinden we schrijvers, academici en een enkele acteur. Critici doen ook mee, maar lijken geen recensies te publiceren in het jaar van hun jurylidmaatschap. In de laatste jury’s van de Amerikaanse National Book Award zaten opvallend veel schrijvers. Recensenten zie je ook, maar voor zover na te gaan alleen freelancers. De stokoude Pulitzer Prize kent een ingewikkeld systeem met wisselende jury’s en een ‘board’ dat uiteindelijk de winnaars bepaalt. In de fictiejury’s van de afgelopen drie jaar zat geen enkele recensent.

Bij de Deutscher Buchpreis is het doodnormaal om als recensent te jureren – vast of freelance, dat maakt niet uit. Ook de boekenchef van de Tagesspiegel zit dit jaar in de jury. Verder zijn het boekhandelaren, academici, radiomakers. De académie van de Franse Prix Goncourt bestaat vooral uit schrijvers, en een lidmaatschap gaat jaren mee. Sinds 2022 mogen juryleden tijdens het proces niet meer publiceren over genomineerde boeken. Ook komen boeken van vrienden en familie van juryleden niet langer in aanmerking voor de prijs.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next