Home

‘Tijdens een toernooi zei ik de hele tijd niks. En op een gegeven moment wordt dat een tweede natuur’

In haar nieuwe boek deelt oud-tafeltennisster Bettine Vriesekoop de taoïstische lessen die ze leerde toen ze in China woonde. Haar persoonlijke ontwikkeling werd jarenlang geremd door haar dominante trainer. Ze won wedstrijden, maar verloor haar karakter. ‘Het heeft heel lang geduurd voordat ik dat weer een beetje terug had.’

Vrijwel geen stoel staat met de rug naar de deur in het huis van voormalig tafeltennisster Bettine Vriesekoop. Bij de ene waarbij dat wel zo is, hangt een spiegel in het gezichtsveld, zodat je alsnog kunt zien wie er binnenkomt. Die feng-shui-inrichting is een van de dingen die Vriesekoop aan haar verblijf in China heeft overgehouden. De meervoudig Europees kampioen leefde er jarenlang om te trainen, en na haar sportloopbaan keerde ze terug als correspondent voor NRC. Toen woonde ze er samen met haar zoon. Zijn vader, sportjournalist Hans van Wissen, overleed aan een hartaanval toen Vriesekoop drie maanden zwanger was.

Gedurende haar sportloopbaan en haar verdere leven heeft de taoïstische levenshouding van de Chinezen haar veel steun en houvast gegeven, schrijft de 62-jarige Vriesekoop in haar boek Chinese wijsheid in een balletje dat deze week verschijnt. ‘Tao betekent letterlijk ‘de weg’’, legt ze uit. Atleten die zich toeleggen op Tao, zien de weg naar het doel als het belangrijkste, want de mislukkingen, pijn, afzien, harde lessen en opofferingen zorgen voor persoonlijke groei.

Ze weten dat ze eerst een kampioen moeten zíjn om er een te kunnen worden. Vriesekoop: ’Daarin zijn ze veel verder dan wij. Een Chinese coach zei me ooit dat westerlingen tijdens een wedstrijd én zichzelf én de tegenstander moeten verslaan, terwijl een Chinees zichzelf kan wegredeneren en volledig in het spel kan opgaan. In opperste concentratie is er bij de Chinese tafeltennisser geen tijd voor wegdromen, irritatie of gekwetstheid. Door meditatie en concentratie bereiken ze een bovenmenselijke mate van perfectie. Als je alleen al ziet hoe de Chinezen serveren, dat is buitenaards.’

Hoe komt het dat zij daar zoveel beter in zijn?

‘Omdat ze in staat zijn een enorm geduld uit te oefenen. En dat doen ze vanaf zeer jonge leeftijd. Als ze 3 of 4 jaar oud zijn, gaan ze al tafeltennissen en dat doen ze vijf uur per dag. Op hun 10de zijn ze zo goed, daar komen wij westerlingen nooit meer overheen. Dat niveau hebben wij al lang opgegeven. Als je hun bal aanraakt, springt die echt naar de andere kant van de straat, zo veel effect zit er in. De tafeltennissport wordt zwaar onderschat, die wordt vaak als campingsport afgedaan, maar het heeft een zeer hoge moeilijkheidsgraad. Om van Chinezen te winnen, moet je van een andere planeet komen.

‘Ik heb dertig jaar in de sportwereld rondgelopen en loop er nog steeds rond, maar dan als tafeltennistrainer in Nederland. Ik help ouderen, coach een aantal pupillen en geef clinics. En dan denk ik: wat is de sportwereld in Nederland eigenlijk ontzettend conservatief. Want als je hier over meditatie begint, of over concentratie en ademhalingstechnieken, dan kijken ze je raar aan. Dat hoop ik met dit boek een beetje te doorbreken. Want die dingen zijn juist waanzinnig belangrijk. Als je het mentale gedeelte van topsport niet toepast, ben je de helft eigenlijk niet aan het doen. De Chinezen zeggen het zo mooi: je moet uit één stuk zijn. Het lichaam moet zich goed voelen, het hart moet rustig zijn en het hoofd moet leeg gemaakt zijn. Het gekke is dat ik dat laatste in China al uit mezelf deed.’

Waarin uitte zich dat?

‘Ik heb me toen al, zonder dat ik iets van de taoïstische levenshouding wist, volledig afgesloten voor prikkels. Na de wedstrijd bleven anderen hangen, een beetje lullen in de zaal, maar ik zat altijd in donkere ruimtes of in mijn hotelkamer om mijn hoofd leeg te maken. ‘In het Westen is het idee: als je maar hard traint en veel talent hebt, dan kom je er wel. Maar als je niet leert je hoofd leeg te maken door met je aandacht naar binnen te gaan en te zorgen dat je gegrond bent, kom je niet zo ver.’

Wat bedoel je met gegrond zijn?

‘Als je mij in een schommelstoel zet zonder mijn voeten op de grond, dan sla ik geen bal raak. Dat klinkt logisch, maar soms is het zo logisch dat je eraan voorbijgaat. Als je een toernooi speelt, is het belangrijk dat je bewust met je beide benen op de grond blijft staan, want voor je het weet ga je zweven. Dan zegt iemand bijvoorbeeld dat je goed speelt en denk je dat zelf ook. Vervolgens laat je ego je zweven. Mijn trainer zei soms expres tegen mijn tegenstander dat ze geweldig was, dat was best gemeen.

‘Wie van binnen stevig staat, is door zaken van buitenaf moeilijker van zijn stuk te brengen. Goed gegronde toptafeltennissers worden ook niet warm of koud van winnen of verliezen. Ze gaan niet uit hun dak na een gewonnen partij. Want dat betekent meestal dat het in een volgende ronde afgelopen is. Ze verliezen hun zelfvertrouwen niet als het even tegenzit, hangen hun identiteit en eigenwaarde niet op aan hun prestaties. Zelf speelde ik ook het best als ik me niet vergeleek met anderen, als ik vertrouwde op de kracht van mijn eigen spel en niet in anderen bewonderde wat ik zelf niet goed genoeg beheerste. Want anders verloor ik onnodig energie. Het is de kunst om de loop der dingen te accepteren, dat is de basishouding van een tevreden mens.

‘Als jij straks je stuk gaat schrijven, is het ook belangrijk dat je in een flow komt, de Chinezen noemen dat yi. Je komt in een gemoedstoestand waarbij je niet meer over jezelf nadenkt en de tijd vergeet.’

Als wij dit interview in zo’n flow willen houden, moeten we dan nog iets doen?

‘Haha, ja, goed idee. We moeten eerst even stil worden om in yi te komen. We gaan met onze zitbotjes net over de rand van onze stoel zitten, en zetten onze voeten stevig op de grond. En dan ga je met je aandacht naar binnen, want de grootste bedreiging ben je zelf. Je bent zelf je grootste vijand. Negativiteit door gedachten als ‘ik kan het niet, verdomme, ik moet dat nog doen’, verstoren je innerlijke veiligheid. Je veilig voelen is sowieso een belangrijke voorwaarde om te kunnen groeien.

‘Ik heb veel onveiligheid en conflicten in mijn topsportcarrière gekend, doordat ik een driftige coach met een spartaans trainingsregime had. Dat kan je kortstondig motiveren, maar op de lange termijn ben je dan te veel bezig om je aandacht te geven aan dingen die buiten jezelf liggen. Ik stond als een gespannen veer en met een verbeten trek op mijn gezicht achter de tafeltennistafel, terwijl ik daar ontspannen op mijn benen en stil in mijn hoofd had moeten staan. De Chinezen zeggen: zorg voor zachte ogen, een glimlach op je mond en gespitste oren, dan ben je op je sterkst. Dan ben je ontspannen en alert tegelijkertijd. Als ik nerveus was, ging ik heel hoekig en voorspelbaar spelen, dan sloeg ik alle ballen bijvoorbeeld diagonaal. Terwijl, als ik in die staat van yi was, maakte ik mijn tegenstanders helemaal gek. Dan kom je in dat onbewuste en is er geen angst, dan is er alleen maar dat spel waaraan je je overgeeft. En dat is fantastisch, alles valt dan op zijn plek.’

Ze vervolgt haar pré-interviewmeditatie.

‘En dan kom je bij je hart.’ Ze legt haar hand op haar hart. ‘Denk aan de mensen van wie je houdt, of aan lieve dieren, bijvoorbeeld je hond, die van mij is helaas overleden, maar die zou ik zomaar hebben kunnen visualiseren. En dan ga je je goed voelen. Voel je zachte ogen, glimlach in gedachten naar je organen, en ga met je ademhaling naar beneden, want, zoals de Chinezen zeggen: wie naar de tenen ademt, die kan bergen verzetten.’

Je beschrijft in je boek dat je driftige trainer, Gerard Bakker, die je naar je eerste EK-zege coachte, ook een soort superfocus predikte. Hij zei: ‘Je loopt op de hoofdweg richting het plein, maar in de zijstraatjes staan mensen die jou van het pad af willen trekken. Ze vragen je mee te gaan naar feestjes en zullen zeggen dat je veel te hard traint. Doorlopen naar het plein is een harde, eenzame weg. Maar midden op het plein wacht een beloning: de Europese titel. En dan zal iedereen die je op weg naar je doel daarvan af wilde houden naar het plein komen om je te feliciteren.’

‘Ja, de weg die hij beschrijft heb je op een bepaalde manier nodig, maar je kunt het ook zo extreem doorvoeren dat het je ontwikkeling remt. En dat is bij mij gebeurd. Ik mocht van hem met niemand meer praten, uit angst dat ik door hen werd beïnvloed. En dat is natuurlijk onzin. Want je hebt ook andere mensen nodig om je aan te spiegelen en je te ontwikkelen. Doordat ik mij persoonlijk niet kon ontwikkelen, liep ik op een gegeven moment ook sportief tegen een plafond aan. Als ik me op de Olympische Spelen in Seoul veilig had gevoeld, had ik meer kans gehad op een medaille.’

Mocht je helemaal niet met andere mensen praten?

‘Zo min mogelijk. Waarbij mannelijke aandacht opzoeken al helemaal was verboden. Tijdens een toernooi zei ik de hele tijd niks. En na verloop van tijd wordt dat een tweede natuur. Misschien mocht ik op een gegeven moment wel praten, maar je doet het uit jezelf niet meer.’

Terwijl je van nature juist een gangmaker bent, begreep ik. Als 12-jarige maakte je op weg naar de jeugdkampioenschappen de hele bus aan het lachen.

‘Ja, ik ben heel spontaan van aard en maak graag grapjes. Maar die karaktertrek is eruit gekamd door mijn coach. Het heeft lang geduurd voordat ik mijn karakter weer een beetje terug had.’

Vertrouwde je er voor 100 procent op dat je de top ging bereiken als je niks zou zeggen?

‘Ja. En nog steeds denk ik van veel dingen die ik deed dat ze goed waren. Alleen, hoe ver voer je het door? Er wordt nu veel gezegd over veiligheid en grensoverschrijdend gedrag, dus ik denk er veel over na. Ik heb geen trauma’s overgehouden aan de harde aanpak en het geschreeuw. Ik begeleid nu zelf een paar jonge mensen die de Nederlandse top proberen te halen, en soms ga ik daar ook flink tegen tekeer, dan verhef ik mijn stem en val ik stevig tegen ze uit. Alleen, als ik dat doe, zeg ik wel dat het niet persoonlijk is bedoeld. Dit is nu even nodig en ik doe dit omdat ik van je hou, zeg ik er letterlijk bij. Je moet daar wel over blijven praten met elkaar. Ik vind het heel belangrijk dat dáár een discussie over komt. Niet over wie wat heeft geroepen, maar onder welke voorwaarden het gebeurt. Want ik vind het flauwekul dat je nooit meer met je vuist op tafel mag slaan.’

Wat zorgt ervoor dat het schelden van je coach niet traumatiserend voor je is geweest?

‘Als ik begreep dat het op dat moment goed voor me was, hield ik er geen trauma aan over. Maar er gebeurden ook een heleboel dingen die absoluut niks met topsport te maken hebben, en daar heb ik wel trauma’s aan overgehouden. Het trainen houdt op bij de deur van je kamer. Daar wil ik verder niet in detail op ingaan, dat heb ik nooit gedaan, maar het gaat om dingen die ontstaan uit het niet respecteren van mijn grenzen. Hier is de deur, en daar houdt het op. Bij mij ging dat wel heel ver, dat was een beetje het Wilde Westen, ik werd in alles gecontroleerd.’

Kun je één voorbeeld geven waardoor ik snap waarom het traumatiserend was?

‘Pff. Ja, voorbeeld, er zijn zoveel voorbeelden. Na toernooien boos worden of met dingen gaan gooien, jou niet respecteren als mens, en niet de grens tussen jou en de trainer respecteren.’

Dus op het moment dat je coach in de tafeltenniszaal ging schelden was het niet traumatiserend, maar als hij na de wedstrijd op je kamer met spullen ging gooien omdat hij woedend was omdat je had verloren, dan was het wel traumatiserend.

‘Ja, het moet wel functioneel zijn. En er is in mijn leven gewoon veel gebeurd op dat vlak. Mijn trainer was licht ontvlambaar en heeft ook mensen geslagen (in 1982 deelde Bakker tafeltennisinternational Ron van Spanje een kopstoot uit tijdens een ruzie op een trainingskamp, red.). Zijn fanatisme heeft mijn carrière geschaad, maar het heeft me ook veel goeds gebracht. Het is alleen lastig om dankbaar te zijn voor wat wel goed is geweest als er ook zo veel slechte dingen zijn gebeurd.’

Hij is een half jaar geleden overleden. Heeft dat nog iets met jou gedaan?

‘Dat heeft zeker iets gedaan. Als zo iemand overlijdt, wordt een stuk van je leven afgesloten, maar daarmee weet je ook dat de dingen waarover je verdrietig bent nooit meer besproken zullen worden. En daar rouw je dan over. Dat voelde ik soms in mijn lijf. Ik had daarna bijvoorbeeld heel lang rugpijn, misschien zijn dat de trauma’s die nog in me zitten. Dus dat is moeilijk en ook verdrietig. Het is zo ver weg, maar het zit gewoon nog in me.

‘Maar nogmaals: ik heb geen trauma’s van het harde trainen, van het bikkelen. ’s Ochtends om 8 uur begon ik en na zes uur trainen, waarvan ik een uur lang steeds van de ene tafelhelft naar de andere moest springen met een zandvest van 10 kilo aan, ging ik nog even 10 kilometer hardlopen met zo’n vest. Tegenwoordig piepen ze al als ze een uur moeten trainen.’

Je vindt de jeugd van tegenwoordig te snel piepen?

‘Vind ik wel. Ik heb misschien veel te veel gedaan, maar nu vind ik het soms de omgekeerde wereld. Je mag niks meer zeggen, want voor je het weet hebben ze een trauma.’

Na de Olympische Spelen in Seoul brak je met je coach en stopte je met tafeltennis. Na een tijdje ben je weer begonnen, maar met een andere coach die jou wel een leven naast de sport gunde. Toen je daarmee tien jaar later weer een gouden medaille op het EK won, was dat een enorme persoonlijke overwinning voor je. Toch ben je een aantal jaren geleden in een burn-out terechtgekomen. Hoe kwam dat?

‘Ik kwam in de overgang, mijn zoon in de puberteit, ik kampte met veel onverwerkte gevoelens uit het verleden. Doordat ik niet goed had leren voelen, nooit had geleerd om op een rustige manier ‘nee’ te zeggen, raakte ik mezelf kwijt. En als alleenstaande moeder die in haar eentje voor brood op de plank moest zorgen, ging ik maar door en door. Ik maakte geen ruimte om naar de sauna te gaan, een massage te nemen of een filmpje te pakken. Nooit. Ik ben mezelf toen zo verloren. Dat is waanzinnig, dat kan ik gewoon niet uitleggen. Het voelde alsof ik overspoeld werd door alles. Ik had geen energie meer. Ik kon niet eens meer van deze bank naar die stoel lopen. Ik heb natuurlijk een kind in mijn eentje opgevoed, mijn man kreeg een hartaanval en viel dood neer. Ik heb het allemaal met liefde gedaan en het is ook fantastisch geweest, maar die momenten culmineerden in een burn-out.

‘Nadat hij was gestorven heb ik negen maanden vrijwel niet geslapen. Je staat helemaal aan, want je denkt: ik moet wel wakker blijven. Dat slaat nergens op, maar zo werkt je geest dan. Na mijn sportcarrière ging ik in 2000 bij radioprogramma Simek ’s nachts werken, mijn zoontje was toen 1 jaar. Ik weet nog dat we daar zo’n natuurarts, meneer Moolenburgh (Hans Moolenburgh, red.), te gast hadden. Terwijl dat niet professioneel was, vroeg ik aan die man: hoe moet ik de dag doorkomen? Als ik opsta ben ik al moe. Ik weet niet hoe ik de avond moet halen. Die allerergste moeheid gaat over, maar ik bleef op een randje lopen.

‘Tot ik half bewusteloos met een nierbekkenontsteking in het ziekenhuis belandde. Om het minste of geringste werd ik woedend of begon ik te huilen. Moest ik niet toegeven, zeiden vrienden, dat ik mezelf jarenlang fysiek en mentaal had uitgewoond? En dat ik nu een burn-out had? Wat een onzin, dacht ik, een burn-out is voor watjes. Maar mijn lichaam trok het niet meer. Mijn geest is natuurlijk sterk, maar pas toen realiseerde ik me dat die geest niet los te koppelen is van dat lichaam. En mijn emoties ook niet, want ik was alleen maar aan het huilen. Huilen, huilen, soms urenlang. Ik kon niet meer tot bedaren komen. Ik heb dat nog nooit zo ervaren, het hield gewoon niet op.’

Wat raar om mee te maken, lijkt me.

‘Ja, en ik zal je zeggen, het zit er nog steeds. Dus ik moet altijd oppassen. Altijd ben ik bezig mezelf te beschermen. Want ik heb nooit geleerd om nee te zeggen. Ik heb nooit naar mijn gevoel geluisterd of gezegd: dit vind ik niet zo prettig. Ik dacht altijd: het ligt aan mij. Het zal wel door mij komen.’

Is dat dan de coach die in je is blijven zitten?

‘Dat zou kunnen, ja. Ik moest alles van mensen pikken en dacht altijd: ik moet alles kunnen hebben. Topsport is over grenzen gaan, doorgaan en alles maar accepteren, tot de kleding die je aan moet. Ik moest bijvoorbeeld altijd mannenkleding aan, dat vond ik heel vervelend.’

Je zei net: het zit er nog steeds, ik moet er nog steeds op letten. Wat bedoel je dan met ‘het’?

‘Ik toets meerdere keren per dag hoe ik me voel. Zijn mijn benen zwaar? Hoe voelt mijn hoofd? Om te zorgen dat mijn energie niet weer ineens helemaal opraakt. Ik zie de signalen nu aankomen, bijvoorbeeld dat ik slecht slaap. Of dat ik lusteloos of snel geïrriteerd ben. Na die burn-out ben ik me echt serieus in de taoïstische levenshouding gaan verdiepen en leerde ik dat.

‘Wat de taoïstische leermeesters ook zeggen, is: neem elke avond tijd voor reflectie en introspectie. Wees mild voor jezelf. Zie onder ogen wat goed ging, wat minder goed of helemaal niet goed ging. Zeg dankjewel tegen elk inzicht en dan heb je niets meer om over na te denken. Niet jezelf ook nog eens belasten met: potverdorie, waarom heb ik dit zo gedaan. Want dan ga je jezelf schuldig voelen, nog eens bovenop alles wat al niet fijn is. Laat het los, nu is het klaar.

‘Je moet het ook wel loslaten, want je kunt nooit twee gevoelens tegelijk hebben. Je kunt niet én gefrustreerd én dankbaar zijn. Dat merkte ik ook toen Hans overleed tijdens mijn zwangerschap. Ik was blij en dankbaar voor mijn zoon, maar ik was ook verdrietig dat Hans was overleden. Die gevoelens wisselden de hele tijd. Dan ging ik de straat op omdat ik dacht dat het wel ging en ineens was het: shit, het lukt me toch niet, ik moet weer naar huis.’

Je vrienden typeren je met woorden als ‘heldin’ en ‘first class survivor’.

‘Echt? Heldin? Nou, doe maar niet. First class survivor, daar zit wat in, maar er zijn veel mensen in mijn leven geweest die me hebben geholpen. Ik heb bijvoorbeeld heel veel aan Hans te danken, ik heb veel van hem geleerd.’

Wat heb je van hem geleerd?

‘Hij heeft me op het intellectuele pad gezet, hij heeft mijn belangstelling aangewakkerd voor literatuur, en voor het schrijven. Maar ook voor het gewone leven. Want ik wist nog helemaal niks. Hij was heel belezen, kwam elke keer met boeken aan, voedde me wat dat betreft.’

Hij heeft ook een vrouw van je gemaakt, zeiden je vrienden.

‘Hij was een soort professor Higgins haha, uit My Fair Lady. Ja, een beetje wel. Want ik had mijn vrouwelijkheid en mijn seksualiteit ook niet ontwikkeld. Ik had geen vriendjes gehad, hij was mijn eerste man. En dan word je vrouw en ga je jezelf ontdekken. Ik ging toen pas echt leven.’

Je vader overleed toen je 10 was. Daarna ontdekte je het tafeltennissen en ontmoette je je coach. Denk je dat je door het gemis van je vader behoefte had aan een sterke man je leven?

‘Ja, zeker. Hans was een soort vervanging, een houvast in mijn leven. Ik groeide op in een gezin van negen kinderen en mijn moeder had na het overlijden van mijn vader geen tijd om grenzen te stellen. Er werd ook niks besproken. Mijn vader overleed in de ochtend en tegen mij werd gezegd: ga maar naar school, het is een beetje druk hier. Ik weet nog dat we op school een tekening moesten maken en ik opeens begon te huilen: ‘ik wil helemaal geen tekening maken, mijn vader is dood’. Zo ging dat in die tijd.

‘Ik heb er dus ook echt wat aan gehad dat ik een coach kreeg die wel duidelijke grenzen stelde, maar aan de andere kant bleven andere dringen braak liggen. En het is niet de bedoeling dat je er een heel leven voor nodig hebt om dat weer in te halen. Want dat is bij mij wel gebeurd, ik ben daar nóg mee bezig.’

Je vriendin Fieneke zei dat je er trots op bent dat je nooit iets aanneemt van een man.

‘Ik ben wel zelfstandig, ja. Ik wil gewoon van niemand meer afhankelijk zijn. Ik heb al jaren een latrelatie, en ik vind het fijn met hem van alles uit te wisselen, maar ik wil niet op iemand leunen. Doordat ik het eerste deel van mijn leven geen zeggenschap heb gehad, heb ik er nu extra behoefte aan dat ik zelf bepaal wat ik doe.’

Je verhaal doet denken aan dat van de kinderen van Ruinerwold, die ook jarenlang afgesloten werden van de buitenwereld en daarna niet mee konden praten met leeftijdsgenoten. over oude series en films. Voel je daar iets van herkenning bij?

‘Ik wil altijd ver blijven van dat soort dingen. Ik heb wel iets van de documentaire over hen gezien, maar ik wilde het niet te veel binnen laten komen, want ik herken sommige dingen inderdaad wel. Net als zij heb ik bijvoorbeeld ook een bepaalde culturele bagage gemist doordat films en series totaal langs me heen zijn gegaan. Soms denk ik: maar goed ook, want dat heeft me ook niet kunnen verpesten. Dus in die zin denk ik ook weleens dat ik daardoor een bepaalde puurheid in me heb. Ik ben vrij simpel, ook al ben ik dat niet, als je begrijpt wat ik bedoel.’

De telefoon gaat. ‘O shit, ik had een afspraak.’

Tegen de beller: ‘Hoi, ik ben helemaal de tijd vergeten. Ik zit hier te praten, ik had een interview, en de tijd is voorbijgevlogen. Kan ik later vandaag nog komen? Is goed, tot dan!’

Ze hangt op. ‘Dat bedoel ik dus, ik denk tegenwoordig veel meer aan mezelf. Ik had voor vandaag een massage afgesproken. Althans, dat was de bedoeling. Ik was alleen de tijd even vergeten, haha.’

Cv Bettine Vriesekoop

13 augustus 1961 Geboren in Hazerswoude-Rijndijk.
1971-1979 Havo.
1975 en 1977 Europees jeugdkampioen.
1982 Europees kampioen gemengd dubbelspel met Andrzej Grubba.
1983 Vwo in deelcertificaten.
1982 en 1992 Europees kampioen tafeltennis.
1982 en 1985 Winnaar top-12 toernooi.
1981 en 1985 Sportvrouw van het jaar.
1991 Propedeuse Academie voor Natuurgeneeskunde in Hilversum.
1994 Boek Heimwee naar Peking.
1997 Propedeuse sinologie te Leiden.
2006 Boek Bij de Chinees.
2006-2010 Correspondent NRC in Beijing.
2008 Boek Het Jaar van de Rat.
2010 Boek Duizend dagen in China.
2013 Boek Kleine Ming en de gouden krekel, en bekleedt de Leonardoleerstoel in Tilburg.
2015 Boek Dochters van Mulan, presenteert Oba Live voor de Boeddhistische Omroep.
2021 Boek Het China-gevoel van Pearl S. Buck.
2024 Boek Chinese wijsheid in een balletje.

Credits fotografie

Styling: Analik Brouwer
Haar en make-up: Yvonne Nusdorfer (Nars & Balmain Hair Couture)
Assistent: Maaike Groeneveld
Locatie: De Bank Amsterdam
Met dank aan De Ru, Amsterdam

Source: Volkskrant

Previous

Next