Kamerlid wordt geschiedschrijver: oud-SP-politicus Renske Leijten schreef een boek over Eva González Pérez, de advocaat die de toeslagenaffaire aan het licht bracht. Is die overgang niet ingewikkeld?
Toen Renske Leijten juli vorig jaar haar vertrek uit de politiek bekendmaakte, werd ze door zowat alle uitgevers benaderd voor haar politieke memoires. Eentje stond met een bos bloemen voor de deur. Het antwoord dat ze kregen: sorry, er komt al een boek en voor memoires is het te vroeg.
Een paar maanden eerder had ze met haar eigen boekvoorstel juist overal nul op het rekest gekregen: bij drie uitgeverijen kwam ze niet verder dan de telefonist. Uiteindelijk belandde ze via haar man bij Xander, een uitgever in haar woonplaats. Daar zagen ze wél brood in haar plan: een boek over het leven van Eva González Pérez, de advocaat die het toeslagenschandaal aan het licht bracht en daar – na jarenlange tegenwerking – een koninklijke onderscheiding voor kreeg.
Ariejan Korteweg schrijft voor de Volkskrant over politiek Den Haag. Hij was van 2013 tot 2022 politiek verslaggever.
Dat haar vertrek uit de Kamer en het boekenplan tegelijk gestalte kregen, is toeval, vertelt Leijten op het terras van haar huis in een landelijke buitenwijk van Haarlem. Leijten (45) kwam in 2006 namens de SP in de Tweede Kamer. Ze maakte naam als een vasthoudend en gedreven Kamerlid, eerst op de portefeuille zorg, daarna, vanaf 2017, op financiën. Vanaf 2019 stortte ze zich, samen met Pieter Omtzigt (toen nog CDA) en Farid Azarkan (Denk) op de toeslagenaffaire. Ze maakte deel uit van de parlementaire ondervragingscommissie waarvan het rapport tot de val van het kabinet-Rutte III leidde.
In 2021 werd ze met veel voorkeurstemmen herkozen. Toch maakte ze twee jaar later bekend de politiek te verlaten. Het plan voor een boek over González Pérez bestond al langer. In de zomer van 2021 was het op een avond in de tuin van González Pérez en haar man Ahmet Gökçze ter sprake gekomen: dit moet een boek worden. Waarom? ‘Altijd als Eva aan het vertellen slaat, denk je: dit zouden meer mensen moeten weten.’
Alleen, wie moest dat doen? ‘Ik wandelde vaak met Eva. Met haar kon ik praten over mijn voornemen om de politiek te verlaten. Tijdens zo’n wandeling, ergens op de Utrechtse Heuvelrug, zei ik: dan ga ík dat boek over jou schrijven. Het voelde als iets onvermijdelijks. Dat gaat niet gebeuren, zei Eva. In mei liet ik haar lezen hoe ik het voor me zag, met de vraag er met Ahmet over te praten. Het bleef lang stil, toen kwam de reactie: als het dan toch moet, doe maar.’
Mooier kunnen we het niet maken is een opmerkelijk boek. Omdat het nog eens de tunnelvisie van de Belastingdienst en de verwarring en wanhoop bij de slachtoffers laat zien. Maar vooral door de manier waarop Leijten dat doet. Geen reconstructie van hoe het toeslagenschandaal – de term ‘affaire’ is voor Leijten ontoereikend – ontbrandde, geen feitenrelaas of politieke analyse. Wat Leijten schreef is een geromantiseerde geschiedenis. Ze neemt de lezer mee naar plekken waar ze zelf niet was: de gesprekken tussen het echtpaar Eva en Ahmet aan de eettafel, de kruisverhoren waaraan klokkenluider Joop Hack werd onderworpen op het belastingkantoor, de autoritjes van Eva met haar vader Patrizio naar de Tweede Kamer, het overleg van de staatssecretaris met zijn ambtenaren.
Kamerlid wordt geschiedschrijver; vonden mensen uw nieuwe rol ingewikkeld?
‘Dat heb ik misschien één keer gemerkt: ik wilde in contact komen met Eric Wiebes (staatssecretaris in de eerste jaren van de toeslagen, red.) en dacht: laat ik Lodewijk Asscher vragen, want die kennen elkaar goed. Dan blijkt Asscher eerst bij Eva te informeren of het klopt dat ik een boek over haar schrijf. Wat heel begrijpelijk is.’
Waarom voor een vorm gekozen waarin u als verteller bij situaties bent waar niemand bij aanwezig was?
‘Ik wilde bewust met perspectieven schuiven, anders wordt het taai en afstandelijk. Eva kan gereserveerd, gedecideerd zijn, maar afstandelijk is ze niet.
‘Ik heb zo veel mensen gesproken en zo veel gelezen, dat ik denk ze te begrijpen. Wiebes bijvoorbeeld wilde uiteindelijk geen gesprek. Die zei: er is genoeg over mij te lezen, ik ben karakterologisch beschreven, je hebt in de parlementaire ondervragingscommissie een verhoor met mij gedaan, als je twijfelt, kun je bellen. Dat gaf me vrijheid.’
Werkte dat met Menno Snel, de volgende staatssecretaris, ook zo? Tot hem lijkt de ernst pas geleidelijk door te dringen. Zo citeert u een briefje waarin hij tijdens een debat een ambtenaar om uitleg over klokkenluider Joop Hack vraagt. Heeft u dat briefje zelf gelezen?
‘Ik heb hem niet gesproken en dat briefje heb ik niet gelezen. Wel wist ik: Snel heeft altijd een goed humeur. Hij ging in de politiek om dingen op te lossen. We hadden met verschillende fracties afgesproken: Snel moet de klokkenluider redden, anders is het met hem gedaan. Toen Snel zei: ik ga er wat mee doen, wisten we genoeg. Hij parkeerde het bij een ambtenaar en ging die kwestie oplossen. Daar heb ik zo’n briefje bij bedacht.’
Schrijnend zijn de episodes met Joop Hack, de belastingambtenaar die González Pérez van binnenuit van informatie voorzag. Hack loopt tegen de lamp, wordt op non-actief gesteld en aan indringende verhoren onderworpen. Hoe is het mogelijk dat u die verhoren zo letterlijk weergeeft? U was daar niet bij.
‘De Belastingdienst zegt altijd dat hun informatiehuishouding niet op orde is. Maar ze vinden alles, die verhoren zijn bijna woordelijk uitgeschreven. En Joop heeft me verteld hoe hij zich daaronder voelde.’
De belastingambtenaren krijgen nummers bij u. U spreekt van Fraudeteamlid 2954, Toeslagenjurist 936, Fraudeteamhoofd 194. Maakt u ze bewust minder menselijk?
‘Als bij de lezer verbijstering over hun gedrag blijft hangen, vind ik dat oké. Geef ik ze namen, dan doe ik aan doxing (het delen van gegevens om iemand te intimideren, red.). Ik heb excentrieke nummers gekozen zodat je ze onthoudt en kunt zien wanneer ze terugkomen in het verhaal. Anders dan een Joop die wél zijn verantwoordelijkheid nam, hebben zij niet het verschil gemaakt.’
U beschrijft veel alledaagse voorvallen, zoals: ‘Eva loopt met hem mee naar de poort waar zijn fiets staat, en geeft hem een zoen op de wang.’ Of: ‘Francisca veegt de poedersuiker met een feestelijk servet van haar wang.’ Is dat om de lezer erbij te houden?
‘Ik heb dat gedaan om te laten zien dat het om mensen gaat. In beleid worden mensen tot nummer gemaakt. Dat wilde ik niet. Daarom heb ik veel gevraagd naar de huiselijke omstandigheden: wat doe je thuis, hoe laat eet je? Ik kan wel denken dat Eva Spaans is en dus wel paëlla zal eten. Maar wat als ze dat nu nooit doet?’
Toen u met veel voorkeurstemmen aan een nieuwe termijn als Kamerlid begon, zei u: je spreekt af dat je voor vier jaar je energie aan de kiezer geeft. Toch vertrok u tussentijds.
‘Ik heb ook gezegd: de volle overtuiging voor een termijn heb ik niet zoals vroeger. Ik zou de kiezer net zo goed verraden als ik bleef en geen energie meer had.’
Maar wel de energie voor een boek…
Ze lacht. ‘Ja, blijkbaar.’
Afzwaaiende Kamerleden moeten doorgaans uitwaaien, herbronnen, tot zichzelf komen. U bent meteen gaan schrijven. Hoe kan dat?
‘Ik ben eerst op het vliegtuig gestapt naar Eva’s moeder in haar geboortedorp in Spanje. Daarna werkte ik aan episodes rond mensen. Zo van: oké, Jan Kleinnijenhuis (Trouw-journalist die als een van de eersten over de toeslagen publiceerde, red.) hoort erbij, maar waar? Die beginkleisels waaierden uit over hoofdstukken. Ik wist al snel dat de ridderorde het begin zou worden: ze heeft fokking wel dat lintje gekregen, ze heeft het geflikt.
‘Eerst was het me te veel: ik moet dat boek, en ik moet ontspannen. Dat lukte niet. Vanaf december ging ik bij de uitgever op kantoor werken. Dat gaf structuur, thuis zijn er altijd aardappels af te gieten.’
Het boek had eerst als ondertitel: ‘Hoe een vrouw bleef strijden voor rechtvaardigheid in het toeslagenschandaal’. Dat veranderde in ‘Over het toeslagenschandaal en de vrouw die het aan het licht bracht’. Is de nadruk geleidelijk van González Pérez meer naar de kwestie zelf verschoven?
‘Die eerste was een beetje teaserig. Daarmee leek het alsof het boek over mezelf ging. Dat effect is er nu af. In 2018 en 2019 was het toeslagenschandaal een enorme golf die snel aanzwol. Als je er dan zoals ik op springt, kijk je niet terug, dan wil je weten wat er gaat gebeuren. Die golf is gegroeid van alleen CAF11, de zaak waar Eva en haar man bij betrokken waren, naar heel veel meer gevallen. Een structurele misstand bij de Belastingdienst werd zichtbaar, het werd een groter verhaal.’
Hoe was het eerste contact met González Pérez?
‘We waren als team financiën van de SP-fractie eerst niet zo bezig met die kwestie. Pas in 2018, toen Nieuwsuur berichtte over het liegen van de Belastingdienst bij de rechtbank, dacht ik: ik ga ook Kamervragen stellen. Eva bedankte me daarna per mail. Vanaf februari 2019 kregen we meer contact.’
Was u meteen onder de indruk?
Ze is even stil, denkt na. ‘Nee, dat geloof ik niet. Dat is later gekomen. Ze kwam naar de lancering van het meldpunt dat we als SP waren begonnen, zag al die toeslagenouders en zei: maar Renske, dit is veel groter. Toen klikte er bij ons iets in elkaar. In de coronatijd werd samen wandelen een gewoonte. We herkenden iets.’
Wat herkenden jullie?
‘Dat gaat om hoe zij is tegengewerkt. Je zag dezelfde mechanismen rond Pieter Omtzigt en mij ontstaan. Den Haag kan vilein zijn, al is wat ik heb meegemaakt niet te vergelijken met Eva’s verhaal. Ze begreep dat ik weg wilde uit die giftige omgeving waar onbeduidende dingen een grote rel worden, terwijl iets complex als de toeslagen heel lang kan sluimeren.’
U verplaatst zich vaak in González Pérez, maar bij de toeslagenouders is de afstand groter. Waarom is dat?
‘Ik las dagelijks wat binnenkwam bij het SP-meldpunt. Dat was om te janken. Mensen die op Schiphol stonden om naar een familiebegrafenis te gaan en uit de rij werden getrokken omdat ze een belastingschuld zouden hebben. Maar dat is niet het verhaal van Eva. Dit gaat over de vijf jaar waarin de bal in de politiek aan het rollen ging. Eva was betrokken bij haar 50 of 55 cliënten, die allemaal ook klant waren van Dadim, het gastouderbureau van haar man. Dat het schandaal zo veel groter zou worden, wist ze toen nog niet. Op 14 november 2019 komt de commissie-Donner met een rapport dat vernietigend is over de Belastingdienst, een dag eerder overlijdt haar vader. Ik kies ervoor daar te stoppen. Iedereen om haar heen zei: het is zo zonde dat Santiago haar niet heeft zien winnen. Dat heeft haar veranderd.’
Dat is uw meest gewaagde zet: u kruipt in het hoofd van de vader van González Pérez en vertelt zijn laatste gedachten.
‘Ik heb veel over de beste man gehoord, veel foto’s gezien. Maar inderdaad: wat hij toen dacht, kan ik nooit toetsen. Hij voelde zich eenzaam en was overtuigd dat hij het ziekenhuis niet levend zou verlaten. Dat is wat ik weet.’
U schrijft ook over een werkbezoek aan Venetië met Omtzigt. U was boos omdat hij uw meldpunt negeerde. Jullie werden daarna compagnons in het toeslagenschandaal. Is dat contact gebleven nu hij een andere rol in de politiek heeft?
‘Onze samenwerking is mede in Venetië ontstaan. We wisten: we hebben elkaar nodig. Wat we hebben laten zien als Kamerleden is historisch. Dat laat ik niet kapotgaan. Kijk, ik hoor niet bij NSC, maar pas ervoor als Omtzigt-watcher steeds commentaar over hem te geven.’
Een mooie rol krijgt Kamerlid Azarkan, met Omtzigt de eerste die Kamervragen over het toeslagenschandaal stelde. U beschrijft hoe González Pérez hem met haar man in Culemborg opzoekt. Vaak worden Omtzigt en u als meest betrokken Kamerleden genoemd. Is dit een rehabilitatie?
‘Farid is keibelangrijk voor Eva en Ahmet, en dat is daar in Culemborg begonnen. Hij hoort er gewoon bij, hij zit in hun hart. Dat gesprek was trouwens voor mij een ontdekking.’
Wat was voor u de grootste openbaring?
‘Dat de Belastingdienst in 2016 gewoon excuses maakte, dus toen al wist dat ze fout zaten.’
Is uw beeld van de overheid door de toeslagenaffaire veranderd?
‘Mijn beeld werd bepaald door wat mijn ouders deden: ze waren jeugdhulpverleners, werkten voor de kinderbescherming, de voogdij. Ik heb ooms en tantes in sociaal werk en onderwijs. Dat is de zachte kant van de overheid, met een altruïstische houding. De andere kant kende ik alleen uit dossiers.
‘Het heeft me verbaasd hoe mensen kunnen afstompen. Een van die prachtige toeslagenmoeders in Rotterdam is boa. Ze zorgt voor jouw en mijn veiligheid. Haar baas kreeg een seintje dat ze belastingfraude pleegde en dat ze ontslagen moest worden. Hoe denkt zo iemand dat hij dat kan doen? Mensen moesten echt persoonlijk stuk.
‘Ik denk weleens dat een commercieel bedrijf met klanten die je houding met koopgedrag kunnen corrigeren, een sterkere motivatie heeft om te veranderen dan zo’n moloch als de Belastingdienst.’
De SP heeft een nieuwe leider. Was er niet de gedachte: die Jimmy Dijk had ik willen meemaken?
‘Het boek betekende natuurlijk ook het vooruitschuiven van een andere keuze: wat nu? Er dringt zich nog niets aan. Ik ga wat lesgeven over het Kamerlidmaatschap. Op ministeries ga ik over m’n boek praten. En ik krijg loopbaanbegeleiding. Een terugkeer in de politiek is niet bij me opgekomen. De fractie van vijf moet nu knalhard werken, onderwerpen kiezen terwijl zo veel mensen aan je jas trekken. Daar ben ik niet jaloers op.
‘Als ik steeds zou uitrukken als ik door media word gebeld over verkiezingen, nieuwe partijen of de formatie, kwam ik nergens aan toe. Alleen met toeslagen wil ik wat doen, of met het inspireren van mensen. Verder hoeft het niet meer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant