Home

Hoe The Blues Brothers de soulmuziek weer hip maakten

The Blues Brothers dreigden de geschiedenis in te gaan als die witte lolbroeken met hoedje en zonnebril. Een nieuw, meeslepend boek maakt duidelijk hoe belangrijk het duo was voor de herwaardering van zwarte muziek in de jaren tachtig.

Op zaterdag 22 april 1978 maakte het Amerikaanse tv-publiek kennis met The Blues Brothers. Twee mannen in zwarte pakken, met dito hoedjes en donkere Ray-Ban-zonnebrillen. Ze zagen eruit als geheim agent en zongen Hey Bartender, een bluesliedje van Floyd Dixon uit 1959. De kijker van het satirische liveprogramma Saturday Night Live (SNL) was wel wat gewend. Maar was dit echt serieus? Voor een komische sketch klonk de muziek te goed, maar om dit nou als muzikale hoofdact neer te zetten?

Het populaire NBC-programma was in het derde seizoen uitgegroeid tot een geliefde show onder muziekliefhebbers, omdat er iedere week grote artiesten als Jackson Browne, Paul Simon, Bonnie Raitt of Elvis Costello in optraden. Wat deden die Blues Brothers daar, wie waren dat?

Over de auteur
Gijsbert Kamer schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Het waren Dan Aykroyd (toen 25) en John Belushi (toen 29), twee schrijvers en acteurs die al van begin af aan voor het programma werkten. Vooral Belushi was een geliefde tv-persoonlijkheid, die een zeer geestige Joe Cocker-imitatie in huis had. De Canadees Aykroyd en de Amerikaan Belushi waren boezemvrienden sinds ze elkaar jaren eerder door hun theaterwerk hadden ontmoet. Ze vormden als bijvoorbeeld Laurel & Hardy een gouden duo, dat elkaar ook vond in hun liefde voor muziek.

Aykroyd zou Belushi introduceren in de blues, waarvoor die al snel een onverzadigbare liefde kreeg. Door die gedeelde interesse voor blues en soul begon Aykroyd sketches te bedenken voor twee fictieve broers, weeskinderen, die eigenlijk maar één passie kenden: bluesmuziek.

Hij noemde ze Jake en Elwood Blues, en ze hadden één belangrijke missie in het leven: hun geliefde muziekgenre weer populair maken. Daarvoor moesten ze een band formeren met de best denkbare muzikanten. Belushi (Jake) en Aykroyd (Elwood) wilden hun act graag in SNL presenteren, maar kwamen vooralsnog niet verder dan het opwarmen van het publiek met een inderdaad geweldige band, geleid door Paul Shaffer.

Sterkste uitzending

Maar op 22 april 1978 was er ineens een gat van drie minuten in de uitzending, schrijft Daniel de Visé in zijn onlangs verschenen boek The Blues Brothers – An Epic Friendship, the Rise of Improv and the Making of an American Film Classic. Programmabaas Lorne Michaels gaf toestemming voor hun act, en The Blues Brothers brachten Hey Bartender alsof hun carrière ervan afhing. Het optreden markeerde de sterkste uitzending in het nog korte bestaan van Saturday Night Live.

Wat de status van het optreden was – sketch of muzikaal intermezzo – mocht dan niet helemaal duidelijk zijn, het applaus was oorverdovend. En toen ging alles heel snel. Twee jaar later zouden The Blues Brothers een nummer-1-album (Briefcase Full of Blues) op hun naam hebben en de hoofdrol vertolken in een heuse speelfilm (The Blues Brothers). Maar weer twee jaar later was het allemaal afgelopen. Op 5 maart 1982 overleed John Belushi op 33-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne en cocaïne.

De Visé beschrijft in zijn boek uiterst meeslepend die vier tumultueuze Blues Brothers-jaren. Waar de meeste boeken en beschouwingen vooral de nadruk leggen op het overmatige cokegebruik dat Belushi uiteindelijk het leven zou kosten, is De Visé meer geïnteresseerd in het muzikale verhaal. En dat was nodig. The Blues Brothers dreigden toch een beetje de geschiedenis in te gaan als die witte lolbroeken met hoedje en zonnebril die aan de haal gingen met zwarte muziek. En die gelijknamige film van John Landis? Dat is zo’n typische, wat gedateerde jarenzeventigcomedy met veel achtervolgingen en flauwe, seksistische grappen.

Niet voor De Visé, die in een kleine vierhonderd pagina’s een monument opbouwt voor Jake en Elwood Blues en hun film.

Aykroyd en Belushi hadden gelijk, stelt hij, toen ze in 1978 het gevoel hadden met hun Blues Brothers iets bijzonders gecreëerd te hebben – al deed hun voorliefde voor blues en soul op z’n zachtst gezegd anachronistisch aan. Ook in het echte leven was het duo volgens De Visé bloedserieus met wat Elwood in de film hun ‘mission from God’ noemt: blues en soul naar een groot publiek brengen.

Weggezakte soulhelden

En dat was nodig, want in 1978 was niet alleen blues maar ook soul in het collectieve geheugen weggezakt. Met de opkomst van disco hadden artiesten als James Brown, Aretha Franklin en Marvin Gaye het moeilijk gekregen. The Blues Brothers wilden een lans breken voor diegenen die de popmuziek in de jaren zestig zo hadden verlevendigd. Aykroyd en Belushi wilden daarom graag een album maken met liedjes van Otis Redding, Sam & Dave en andere soulhelden. Maar platenmaatschappij Atlantic, die het duo na de SNL-uitzending had getekend, had een ander idee.

‘Weet je wat leuk zou zijn’, stelde een platenbaas voor, ‘een cover van Stairway to Heaven met een discobeat.’ Een plan dat Aykroyd en Belushi direct braakneigingen bezorgde. Zij wilden met een echte soulband een livealbum opnemen. En dat kregen ze uiteindelijk ook voor elkaar.

In september 1978 verzorgden ze als The Blues Brothers in Los Angeles het voorprogramma voor komiek Steve Martin, een van hun SNL-collega’s. Hun optreden begon iedere avond met een opzwepende band vol blazers die I Can’t Turn You Loose inzette, waarna Aykroyd als Elwood Blues zijn stemverklaring gaf: ‘Het is nu eind jaren zeventig, veel muziek is vandaag de dag voorgeprogrammeerde elektronische disco. Je krijgt nooit meer de kans om echte bluesmannen aan het werk te horen. In het jaar 2006 zal de muziek die wij nu nog als blues kennen alleen nog bestaan op de afdeling klassieke muziek in de openbare bibliotheek. Dus zijn hier, zolang het nog kan, The Blues Brothers.’

Met deze inleiding begint ook het album Briefcase Full of Blues, dat in november 1978 verschijnt. Het bereikt in enkele weken de eerste plaats van de Amerikaanse albumhitlijst en zal 2,8 miljoen keer over de toonbank gaan. Het grote publiek valt massaal voor de daverende soulband, met daarin met zorg door het duo geselecteerde muzikanten als Steve Cropper (gitaar) en Donald ‘Duck’ Dunn (basgitaar), die in de jaren zestig al met Sam & Dave en Otis Redding speelden.

Nog een soul brother

Wat meehielp aan de gigantische verkoopcijfers, was dat John Belushi dat najaar van 1978 ook echt een beroemdheid geworden was door zijn rol in de film National Lampoon’s Animal House, een comedy van John Landis die in augustus in première was gegaan en een kassucces werd. In Landis had Belushi naast Aykroyd een andere soul brother gevonden. Net als Belushi hield Landis, nog geen dertig jaar oud, van oude opzwepende soul, blues en rock-’n-roll, wat met het gebruik van liedjes als Louie Louie van The Kingsmen en Shout van de Isley Brothers in de film te horen is.

Toen Aykroyd en Belushi na het succes van hun album droomden van misschien wel een film, was Landis daar dan ook de juiste regisseur voor. Aykroyd schreef met Landis samen het script voor The Blues Brothers. De verhaallijn bleef dicht bij het oorspronkelijke concept: het internaat waar de broers Jake en Elwood Blues hun schooljaren doorbrengen dreigt door belastingschuld te worden gesloten. Er is snel 5.000 dollar nodig en Elwood belooft die samen met zijn net uit de gevangenis ontslagen broer Jake bij elkaar te brengen.

Het idee om een band te formeren en daar geld mee te verdienen ontstaat wanneer Jake in een kerk goddelijke inspiratie krijgt. The Blues Brothers gaan op een ‘door God gegeven missie’, maar moeten wel eerst even hun oude band bij elkaar krijgen en afrekenen met onder meer een groep neonazi’s, tientallen politiewagens en een schietlustige ex-vriendin. Het resultaat is een vermakelijke, maar ook een beetje langdradige film.

Brown, Franklin en Charles

Wat The Blues Brothers toch tot een klassieker maakt, is de muziek. In het eerste uur komen James Brown, Aretha Franklin en Ray Charles zingend en acterend voorbij. Ook John Lee Hooker en Cab Calloway zijn in de film te zien. Nu iconische namen, en ook in de jaren zestig razend populair, maar toen de film werd opgenomen stelden ze niets meer voor.

Een paar jaar later was alles anders: Aretha Franklin (Freeway of Love) en James Brown (Living in America) scoorden volop hits en Ray Charles trok wereldwijd weer volle zalen met liedjes als (Night Time Is) The Right Time en What I’d Say, die ineens weer overal te horen waren.

Die nieuwe successen begonnen met The Blues Brothers. In de film heeft Ray Charles een muziekwinkel, is Aretha Franklin serveerster in een diner en speelt James Brown een dominee. Dankzij hun bijdragen werd klassieke soul ineens weer actueel. Franklin was de enige die vooraf wat twijfels had; ze had moeite om in haar eerste filmrol een serveerster te moeten spelen en wilde liever Respect dan Think zingen. Maar Think, waarmee Franklin in 1968 ook in Nederland al een hit had gehad, paste beter in het script.

Wél speelde ze opnieuw, wat sneller en harder, het piano-intro in. Deze Think zou in de jaren tachtig ieder dansfeestje opvrolijken en een verplicht nummer worden op bruiloften en partijen. Ook de muziek van James Brown kreeg in de jaren tachtig zo een enorme opleving. Hiphopartiesten ontdekten zijn muziek en sampelden er lustig op los.

Voor Brown stond vast dat zijn filmrol in The Blues Brothers een kantelmoment was in zijn wat doodgebloede loopbaan. ‘Al die jonge mensen die nog nooit van me gehoord hebben’, zei hij in een interview, ‘komen na het zien van die film misschien wel naar concerten van Aretha of mij.’

Grootste successen

Dat deden ze zeker. De Visé eindigt zijn boek in 1982, bij de dood van Belushi. Maar de artiesten die in The Blues Brothers voorbijkwamen, beleefden in de jaren tachtig soms zelfs hun grootste successen. Soul en blues werden weer hip, er verschenen compilaties van jarenzestigsoul die voorheen onvindbaar waren. En reclamemakers gebruikten oude soulhits als Wonderful World van Sam Cooke om spijkerbroeken te verkopen.

In 1989 zou de Blues Brothers-cover van Solomon Burkes Everybody Needs Somebody to Love uit de film hier een top-10-hit worden. In datzelfde jaar, bijna een decennium na de filmrelease, stond op het North Sea Jazz Festival in Den Haag The Blues Brothers Band geprogrammeerd. Zonder (uiteraard) Jake en Elwood, maar met Steve Cropper, Matt ‘Guitar’ Murphy en Donald ‘Duck’ Dunn, die ook in de film hadden geschitterd. The Blues Brothers Band speelde er in de grootste zaal, de Statenhal, voor twaalfduizend dolenthousiast meezingende bezoekers.

Oude soul zou nooit meer ophouden actueel te zijn. Maar de herwaardering begon in 1978 bij twee bluesfanaten met acteertalent en muzikale ambities, ‘on a mission from God’.

Daniel de Visé: The Blues Brothers – An Epic Friendship, the Rise of Improv and the Making of an American Film Classic. White Rabbit; 388 pagina’s; € 28,99.

De film The Blues Brothers (John Landis, 1980) is te streamen op YouTube en Pathé Thuis.

Stax Records

Een belangrijke inspiratie voor The Blues Brothers was het soulduo Sam & Dave, dat in de jaren zestig hits scoorde met onder meer Hold On I’m Coming en Soul Man. Die namen ze op met de huisband van het label Stax Records uit Memphis: Booker T. & The M.G.’s. Daarin speelde Steve Cropper gitaar en Donald Dunn bas. In 1978 haalden The Blues Brothers Cropper en Dunn naar hun eigen band. In de film The Blues Brothers (1980) spelen ze zichzelf.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next