‘Exposeren, boycotten, desinvesteren’: de pro-Palestijnse demonstranten die gebouwen van de Universiteit van Amsterdam bezetten, eisen dat de universiteit alle banden met Israël verbreekt. Om wat voor banden gaat het precies?
Wat zegt de Universiteit van Amsterdam zelf over de banden met Israëlische universiteiten?
Toen een paar honderd pro-Palestijnse demonstranten afgelopen maandag een tentenkamp opzetten op de Roeterseiland-campus van de Universiteit van Amsterdam (UvA), hadden zij een duidelijke boodschap: de UvA moet alle banden met Israëlische universiteiten openbaren én verbreken. Nog voor de politie het tentenkamp ontruimde, na een aangifte van erfvredebreuk door de universiteit, stemde de UvA in ieder geval in met de eis van de demonstranten voor meer transparantie.
In een verklaring schrijft de UvA allereerst dat het een drietal uitwisselingsprogramma’s heeft met Israëlische universiteiten: de Universiteit van Tel Aviv, de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en de Ben-Gurion Universiteit. Omdat sinds de terreuraanval van Hamas van 7 oktober een negatief reisadvies voor Israël van kracht is, is volgens de UvA geen van de uitwisselingsprogramma’s op dit moment actief.
Over de auteur
Thom Canters is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Verder zijn wetenschappers van de UvA actief betrokken bij acht Europese onderzoeksprojecten waaraan ook Israëlische onderzoekers of bedrijven deelnemen. Dat betreffen geen ‘institutionele banden’, maar is een samenwerking van individuele UvA-onderzoekers, stelt de UvA.
Een van de onderzoeksprojecten, de zogeheten ‘Inherit, Inhibitors, Explosives and Precursor Investigation’, richt zich op de ‘detectie van explosieven om aanslagen te voorkomen’. Volgens de UvA is dat project preventief van aard en zou het niet bijdragen ‘aan het uitoefenen van militair geweld’ door Israël.
Aan welke voorwaarden moeten internationale academische samenwerkingen van de UvA voldoen?
De UvA noemt in de verklaring twee voorwaarden waaraan samenwerkingen dienen te voldoen: ‘onder geen enkel beding bijdragen aan oorlogsvoering’ en ‘niet meewerken aan uitwisseling op het gebied van militair gericht onderwijs’. Naar eigen zeggen voldoen de huidige samenwerkingen, waaronder dus die met Israëlische universiteiten, daaraan.
Ook andere Nederlandse universiteiten worstelen sinds 7 oktober met discussies over dit onderwerp. Zo heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam besloten om internationale samenwerkingen tegen het licht te houden, nadat de universiteitsraad had verzocht om het uitwisselingsprogramma met de Israëlische Bar-Ilan Universiteit te heroverwegen. Die universiteit biedt speciale programma’s aan voor werknemers van de Israëlische veiligheidsdiensten en defensie die in actieve dienst zijn.
Hoewel elke universiteit haar samenwerkingen anders beoordeelt, heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wel beleid in ontwikkeling om de veiligheidsrisico’s van internationale wetenschappelijke samenwerking te beoordelen. Het gaat dan specifiek om samenwerking met universiteiten uit ‘onvrije landen’, zegt Gijs Kooistra, woordvoerder van koepelorganisatie Universiteiten van Nederland.
Bij landen als China en Saoedi-Arabië zou de overheid zorgen kunnen hebben om de staatsveiligheid. Het nieuwe beleid zou bijvoorbeeld grenzen moeten stellen aan academische samenwerking op het gebied van zogeheten dual-use-producten, die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. ‘Maar: de overheid ziet Israël niet als onvrij land, dus daar geldt beleid niet voor’, aldus Kooistra.
Daarmee nemen de universiteiten niet een geheel onomstreden standpunt in. Zowel Amnesty als Human Rights Watch hebben Israël bestempeld als apartheidsstaat. Volgens de mensenrechtenorganisaties hebben Palestijnen zowel in Israël als in de bezette gebieden te maken met militaire bezetting, systematische discriminatie en beperking van hun bewegingsvrijheid. De demonstranten in Amsterdam onderschrijven die beschuldigingen.
Waarom focussen de demonstranten zich op de universiteiten?
Dat de studenten nu hun pijlen richten op de UvA, heeft volgens hen te maken met hun ‘directe verbondenheid’ met de universiteit. Omdat Israëlische universiteiten volgens hen diep zijn verwikkeld met de repressie van Palestijnen, vinden zij samenwerkingen in welke vorm dan ook problematisch.
‘De UvA deelt kennis en informatie met universiteiten in Israël die samenwerken met officiële Israëlische instituten als het leger’, zegt een studentenwoordvoerder van de protesten die zichzelf Alex noemt. ‘Ze dragen zo bij aan de apartheid, de genocide en de etnische zuivering van Palestina.’
Die woorden sluiten aan bij de zaak die momenteel loopt bij het Internationaal Gerechtshof. Daar heeft Zuid-Afrika een zaak aangespannen wegens mogelijke genocide door Israël in de Gaza-oorlog. Israël heeft de beschuldigingen ‘volkomen misplaatst’ genoemd.
‘Zonder uitzondering richt het onderzoek op Israëlische universiteiten zich op het ondersteunen van het nationale narratief’, zegt Dorien Ballout van de Nederlandse tak van de BDS-beweging (Boycott, Divestment, Sanctions). BDS pleit er internationaal voor om Israëlische producten te boycotten, alle banden met het land te verbreken en sancties in te stellen tegen Israël. ‘Palestijnse kennis en geschiedenis wordt uitgewist. Professoren die zich uitspreken tegen de genocide van Palestijnen, worden geschorst.’
De BDS-beweging wijst ook op de manier waarop Israëlische universiteiten, waaronder die waar de UvA mee samenwerkt, een bijdrage leveren aan het Israëlische defensieapparaat. De Universiteit van Tel Aviv heeft bijvoorbeeld een gedeeld kenniscentrum met de Israëlische luchtmacht. De technologische universiteit Technion (die geld ontvangt als onderdeel van het Inherit Inhibitors-onderzoeksproject) biedt in samenwerking met het Israëlische leger onderwijsprogramma’s aan.
Wat betekent het verbreken van academische banden met Israël voor de universiteit?
Hoewel de demonstranten zich voornamelijk zeggen te richten op banden op institutioneel niveau, is het de vraag wat het verbreken van banden betekent voor de vrijheid van individuele academici en andere medewerkers om samen te werken met wetenschappers van Israëlische universiteiten.
In een eerdere versie van de verklaring van de UvA sprak de universiteit over het in kaart brengen van ‘samenwerkingen met Israëlische wetenschappers’, voordat die tekst werd gewijzigd in ‘samenwerkingen met Israëlische inbreng’. De UvA zegt in een reactie dat het de universiteit ‘primair gaat om bekendmaking met Israëlische organisaties, niet met individuele wetenschappers’.
Ook de eis om de samenwerkingen op institutioneel niveau te verbreken, betekent een inperking van de academische vrijheid, stelt de UvA. ‘Wetenschap is een internationale aangelegenheid’, beaamt Kooistra. ‘Het uitwisselen van informatie, bijvoorbeeld op internationale congressen, tussen onderzoeksinstituten die over de hele wereld aan hetzelfde onderwerp werken, is ontzettend belangrijk voor de manier waarop de academische wereld opereert.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant