De lezersbrieven over de studentenprotesten, vonnissen van rechters, vliegtuigen en het klimaat, verhoging van de maximumsnelheid, Europese solidariteit, bijzienheid, de normmens en de laatste sigaret.
Bij de demonstratie op de campus van de Universiteit van Amsterdam afgelopen dinsdag zag ik een bord met de tekst (vrij vertaald): ‘Is genocide alleen iets om in college te bespreken?’.Na lichte irritatie over het cynisme dat eruit sprak, bleef de zin toch door mijn hoofd spoken. Want inderdaad: hoe dienen universiteiten de situatie in Gaza tegemoet te treden? Moeten ze er überhaupt iets mee, of kunnen wetenschap en politiek het beste gescheiden blijven?
Vragen als deze zijn niet zo gemakkelijk te beantwoorden, omdat ze raken aan een veel grotere kwestie: de missie van de universiteit. Binnen mijn eigen universiteit behoort dienstbaarheid aan mens en maatschappij tot de kernwaarden. Vanuit dat oogpunt is het onmogelijk je volledig afzijdig te houden van wat er in de wereld gebeurt. Sterker nog: het behoort tot de plichten van de universiteit als instituut om zich actief uit te spreken. Niet eens per se voor of tegen een bepaald standpunt, maar wel vóór expliciete ruimte om met elkaar in discussie te blijven. En gelukkig gebeurt dat nu ook.
Tegelijkertijd moet men niet gek opkijken als studenten zich, na jarenlange oefening in kritisch denken, hardop uitspreken als ze tegenstrijdigheden of onrechtvaardigheid zien. Want, dat is wat er nu gebeurt: voor veel studenten schuurt het dat er in colleges postkoloniale denkers worden behandeld, terwijl de universiteit banden onderhoudt met Israëlische instituten. Of dit inderdaad een tegenstrijdigheid is, valt te betwisten. Maar feit is dat studenten dit wel als zodanig beschouwen. Dus zetten ze hun tenten op, uit vreedzaam protest.
Aangezien dit een weloverwogen zet was, is het extra teleurstellend dat politici, waaronder Yeşilgöz en Van der Plas, direct spraken van ‘tuig’ op de Roeterseilandcampus. Als een kampeerdemonstratie tegen genocide van onbeschoftheid getuigt, wat is dan fatsoen? Kom je uit je ivoren toren, is het nog niet goed.
Je hebt niets aan missies en kernwaarden zonder mensen die deze in de praktijk willen brengen. Dat is precies wat studenten nu doen. Daar zouden zowel de universiteit als de overheid trots op mogen zijn.
Berit Brink, docent Amerikaanse literatuur, Vrije Universiteit Amsterdam
Eindelijk is er weer een generatie studenten die niet alleen met zichzelf en de eigen carrière bezig is, maar opkomt voor de onderdrukten. En net zoals in de jaren zestig zijn de politie en ME er als de kippen bij om de ‘orde’ te herstellen.
Toen ging het om de wreedheden van het Amerikaanse leger in Vietnam. Nu om de wreedheden van het Israëlische leger in Gaza. Toen werden de jongeren beschuldigd van anti-Amerikanisme, nu van antisemitisme, terwijl er in beide gevallen gedemonstreerd werd en wordt tegen oorlog en voor de mensenrechten.
In Vietnam is er uiteindelijk vrede en vrijheid gekomen. Dat is voor de Palestijnen niet te verwachten, zolang men met twee maten blijft meten als het om religieuze uitingen gaat.
Maria IJperlaan, Huesca (Spanje)
Ik ben een van die meer gezagsgetrouwe burgers die driftig met hun hoofd beginnen te schudden bij het zien van al het geweld in Amsterdam tijdens de anti-Israël protesten van de afgelopen dagen. Maar als er, volgens Jarl van der Ploeg, geen tegels uit de grond worden getrokken, verandert er niets. Met andere woorden: geweld tegen de politie is een acceptabele manier om iets duidelijk te maken of om iets voor elkaar te krijgen.
Natuurlijk weet Jarl ook wel dat geweld tegen de politie nooit acceptabel is. En misschien weet hij ergens diep van binnen ook wel dat geweldloos protest ook tot resultaten kan leiden. Kleine tip: de website geweldloosactief.nl geef talloze voorbeelden van geweldloze acties die tot resultaten hebben geleid.
Het geweld tegen de politie, het vernielen van gebouwen, het blokkeren van wegen waardoor ook hulpverleners geen toegang meer hebben, het uit de straat trekken van tegels, het is nooit goed te praten. Wat je ook van de situatie in Gaza vindt.
Frans Leliveld, Amsterdam
Deze week stond in de krant een kort bericht over de bestraffing van twee jongens die een conducteur hebben gebeten en gestoken, nadat ze eerder passagiers van de trein hadden bespuugd. Ze krijgen een taakstraf. Mijn eerste reactie was: belachelijk, je steekt en bijt en hoeft slechts een paar weken straten te vegen en klaar. Een soort vrijbrief voor meer en makkelijker geweld.
Dat ik alleen die mening voel opkomen, heeft te maken met iets wat ik in zulke berichten mis: de uitleg van de rechter omtrent het vonnis. Ik vind het vonnis nu onbegrijpelijk, word er beetje boos om. Maar met een uitleg zou mijn standpunt zoveel beter onderbouwd zijn. Graag dus bij vonnissen ook de argumenten geven.
Joop van den Berg, Haastrecht
Airbus heeft een orderportefeuille voor 8.598 vliegtuigen en Boeing voor 6.216 toestellen. Tezamen is dat 14.814. Het is een volstrekte illusie om te denken dat er minder gevlogen gaat worden. Klimaatverandering, herrie en vervuiling: het interesseert de mens gewoon geen zier.
Hans van Noord, Utrecht
Als het gaat om regelgeving rondom het milieu, hoor je steeds vaker : ‘Het moet van Brussel’. Met die woordkeus wordt de suggestie gewekt dat het hier gaat om volslagen van de realiteit losgezongen en zinloze regeltjes. Regeltjes verzonnen door een anonieme en op hol geslagen ambtenarij, om het leven van mij en anderen te verpesten.
Ik ben dan steeds geneigd om hard te roepen: ‘Niks van Brussel, dat moet van mij’. Ik wil geen ziekmakende lucht inademen. Ik wil geen stank, geen door mest vervuild grondwater.
Ik dacht dat het een grondrecht is om niet vergiftigd te worden. Maar Nederland laat al decennia na om dat grondrecht te waarborgen. Uit luiheid en winstbejag. Daarom deze oproep aan iedereen, inclusief parlementsleden en journalisten. Roep niet: ‘Het moet van Brussel’. Roep: ‘Het moet van mij’.
Wim van Lankveld, Nijmegen
Het formerende kabinet overweegt de maximumsnelheid te verhogen naar 130 of zelfs 140 kilometer per uur. Dat lijkt mij geen goed plan. Ik rijd regelmatig in België waar op veel plaatsen 120 kilometer gereden mag worden. Daar zie ik een heel onrustig en onveilig harmonica-achtig verkeersbeeld, door dat er met veel verschillende snelheden gereden wordt.
Bij mij levert dat meer stress dan tijdwinst op. Ik ben dan ook weer blij als ik in Nederland ben. Rustig met z’n allen 100 achter elkaar. Dat rijdt veel meer ontspannen en veel beter door. En wat te denken over de verkeersveiligheid, effectievere reistijd en vermindering uitstoot, et cetera. Positieve effecten waar veel te weinig over gepubliceerd wordt.
Dat zou de reden om de 100 kilometer te handhaven goed kunnen beargumenteren en het draagvlak daarvoor vergroten. Trouwens, wat scheelt het als je nu met 120 van Maastricht naar Den Helder rijdt in dit kleine landje, een half uurtje?
Marc Elstak, Alkmaar
De Oekraïners ondervinden nu aan den lijve dat er onder Europese politici een eeuwenoude traditie bestaat: om bij een existentiële dreiging ergens op het continent hun solidariteit weliswaar in woorden te betonen, maar niet erg in daden.
Zo beklaagde Béla IV, koning van Hongarije, zich al in 1253 over het gebrek aan steun toen de Tataren in 1241 zijn land te vuur en te zwaard verwoestten. ‘We hebben van alle kanten slechts woorden ontvangen… We hebben van geen enkele Christelijke vorst of natie in Europa steun gekregen in onze bezoeking.’
Ook de Byzantijnse Grieken (1453); de Polen (18de eeuw, 19de eeuw); de Spaanse Republikeinen (1936-1939); de Tsjechoslowaken (1938) en (weer) de Hongaren (1956) zouden zich hebben kunnen vinden in de woorden van koning Bela IV. Arme Oekraïners.
Erik Schoenmaker, Nieuwegein
Lezen en het turen naar een scherm veroorzaken bijziendheid. Nu vraag ik mij af: zou je van luisterboeken doof kunnen worden?
Chris van Toor, Wijk bij Duurstede
Volgens Guido Bayens kan de digitale overheid veel vertrouwen terugwinnen door de regie te nemen. Daarbij wordt helaas niet als startpunt genomen dat minstens 20 procent van de Nederlanders moeilijkheden ervaart bij het omgaan met computers. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze niet kunnen.
Ruim 25 jaar geleden publiceerde Erik Asmussen, onze eerste hoogleraar verkeersveiligheid (nationaal en internationaal coryfee) zijn belangrijkste werk De nieuwe normmens. Hierin bepleit hij om voor deelname aan het verkeer bij alles uit te gaan van een realistisch uitgangspunt, namelijk: kwetsbare mensen in plaats van topfitte dertigers. Asmussens werk heeft niets ingeboet aan belang en actualiteit voor de verkeersveiligheid, integendeel. Dat belang geldt evenzeer voor deelname aan het digitale verkeer. Ook daar moet vóór alles worden uitgegaan van het realistische uitgangspunt dat heel veel burgers niet de ‘conditie’ hebben om gebruik te maken van de ‘zegeningen’ van het internet.
In de praktijk zou dit betekenen dat veel beter getest moet worden of digitale overheidsapplicaties als ‘begrijpelijk en gemakkelijk’ worden ervaren én dat er altijd een alternatief geboden moet worden in de vorm van hulp door een fysiek persoon. In gemeentehuizen, bibliotheken en buurthuizen. Wat daar aan vragen en opmerkingen aan de orde komt, moet direct naar de makers teruggekoppeld worden om de betreffende applicatie te verbeteren.
Aangezien de staat monopolist is in overheidszaken, is het zijn dure plicht om op het punt van digitale inburgering te zorgen voor permanente educatie. Duur in overdrachtelijke zin: we laten dan immers zien dat de overheid van en voor ons allemaal is. En duur in letterlijke zin: democratie en burgerparticipatie mogen wat kosten. Ter versterking van ieders betrokkenheid bij en loyaliteit met ‘ons systeem’.
Ludo Grégoire, Leiden
Stop met roken door je sigaret zelf smerig te maken. Mij heeft het 40 jaar geleden goed geholpen. Mijn laatste sigaret draaide ik van mijn eigen peuken uit de asbak. Deze zelfgedraaide sigaret smaakte zo ontzettend smerig dat ik de volgende dag al moest kokhalzen bij het idee een sigaret op te steken. Misschien helpt deze tip ook anderen om te stoppen met roken.
Gerard Lammers, Alkmaar
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant