De klikgeluiden waarmee potvissen communiceren, bestaan uit elementen die tot steeds nieuwe geluidenreeksen kunnen leiden. Door met kunstmatige intelligentie ruim negenduizend van deze ‘woorden’ te analyseren, wisten Amerikaanse onderzoekers een ‘potvisalfabet’ op te stellen.
Wanneer twee potvissen afdalen in de oceaan, bijvoorbeeld op zoek naar een lekker hapje inktvis, houden ze nauw contact met elkaar door middel van een complexe brei aan klikgeluiden. Maar ook wanneer een nieuw kalf verwelkomd wordt in de kudde, kan dat rekenen op enthousiast geklik.
Voor een ongetraind oor klinkt het als een onherkenbare kakofonie, maar uit nieuw Amerikaans onderzoek blijkt dat het gesprek van jagende potvissen uit totaal andere geluiden bestaat dan dat van feestvierende soortgenoten. In beide gevallen gebruiken potvissen dezelfde terugkerende geluiden, die ze combineren om zo nieuwe uitingen te produceren, enigszins vergelijkbaar met lettergrepen en woorden zoals mensen die kennen.
Over de auteur
Frank Rensen is wetenschapsjournalist en schrijft voor de Volkskrant over technologie.
Met microfoons, onder andere vastgemaakt aan potvissen zelf, verzamelden de wetenschappers 8.719 coda’s, zoals zij de zinnen van de potvistaal noemen. Op deze manier volgden de onderzoekers zestig potvissen in hun natuurlijke habitat in de Oost-Caribische Zee, wat een authentiek beeld van hun communicatie opleverde. Vervolgens koppelden de onderzoekers de duizenden coda’s aan de situaties waarin potvissen deze gebruikten. Hierdoor konden bepaalde sequenties van klikgeluiden gekoppeld worden aan individuele potvissen, die de geluidenreeksen gebruiken om zichzelf te identificeren tegenover soortgenoten.
Met kunstmatige intelligentie pluisden de onderzoekers de haast negenduizend coda’s uit elkaar, op zoek naar onderliggende structuren. Om de voor mensen vreemde, dierlijke communicatie te duiden, grepen de wetenschappers naar terminologie uit de muziekwereld; zoals ‘rubato’ voor veranderingen in het ritme tussen kliks, of ‘ornamentatie’ voor kliks die de potvissen subtiel toevoegden aan een reeks kliks. Binnen deze muzikale structuur werden terugkerende elementen gevonden, die door potvissen in verschillende situaties werden gebruikt als bouwstenen voor de kliktaal.
‘Het onderzoek bewijst dat mensen wellicht niet uniek zijn in hun vermogen om geluiden te combineren om zich steeds op nieuwe manieren uit te drukken’, zegt Leonie Cornips, die aan het NL-Lab van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onderzoek doet naar communicatie tussen koeien. Ze noemt het onderzoek bovendien interessant omdat het slechts naar de interacties tussen potvissen kijkt. ‘In de gesprekken tussen soortgenoten zitten allerlei onverwachte uitingen’, zegt ze. Zo maken de koeien die Cornips onderzoekt bepaalde lage loeigeluiden alleen naar elkaar, als er geen mens in de buurt is.
De terugkerende structuren uit de coda’s van potvissen gelden als een soort ‘fonetisch alfabet’ van hun taal, zegt Cornips. Maar waar de potvissen het over hebben in al die coda’s, daar zegt dit onderzoek nog niet zo veel over.’ Er is meer onderzoek nodig voordat ‘potvis’ als taal verschijnt in Google Translate.
Maar zelfs als zo’n vertaalhulp voor dierentalen er zou komen, waarschuwt Cornips, staat iets kunnen vertalen nog lang niet altijd gelijk aan het ook begrijpen – een onderscheid dat ook speelt bij menselijke talen: ‘Ons verjaardagsfeest is in het Engels birthday party. Maar een Nederlander denkt dan toch eerder aan met z’n allen in een kringetje zitten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant