Ik was al zeventien jaar niet in Rome geweest; er was niets veranderd. De zuilen stonden er nog, het Colosseum was still going strong, het Pantheon ook. Als je iets tweeduizend jaar niet om krijgt, is het ook vrij duurzaam.
Het enige wat anders was, was dat er veel meer toeristen waren. ‘Dat komt door corona’, zei een local, want alles komt door corona. Of door sociale media. Sociale media hebben er vast en zeker ook iets mee te maken dat er meer toeristen in Rome zijn.
Op weg naar de Trevifontein, door de smalle straat die leidt naar het te krappe plein waar de te grote fontein gebouwd is, merkte ik iets op: de nieuwste hype in souvenirs. Of nee, niet souvenirs. Souvenirs zijn gewoon magneten, sleutelhangers en schorten met een Romeinse piemel erop. Dit waren toeristenprullaria. Het nieuwste toeristenprullarium was een stuk blubberig plastic dat je tegen iets aan kunt gooien en dat eraan blijft plakken – tot zover niets nieuws, want dat bestond al: de blob die je tegen het raam kunt aangooien. Maar deze blob zei, als hij in aanraking kwam met datgene waar je hem tegenaan gooide, ‘miauw’.
Maar liefst vier mannen verkochten de blob die miauw zei in de smalle straat bij de Trevifontein. Ze hadden kleine tafeltjes meegenomen waarop ze de blob hard neersmeten, en dan zei hij miauw. Niemand kocht er een, maar ongetwijfeld zal dat heus wel eens gebeuren, anders hadden er geen vier verkopers in die straat gestaan.
De andere toeristenprullaria die het vaakst werden aangeboden waren powerbanks en selfiesticks. Powerbanks vond ik wel slimme handelswaar, want het enige waar je mee bezig bent als je de hele dag door een drukke grote stad loopt, is: ‘Hoeveel procent heb ik nog?’ En het is altijd te weinig procent.
De selfiestick vond ik iets uit een vorig leven, uit de lang vervlogen tijd toen mensen nog dachten dat het handig was om een selfiestick te hebben. De verkopers wilde ik niet uitlachen, maar wel tips geven, namelijk: ga iets anders verkopen. Maar toen kwam ik aan bij de Trevifontein en stonden daar een paar duizend toeristen foto’s te maken met hun telefoon op een selfiestick.
Het enige souvenir dat ik wilde kopen, ik wist ook meteen voor wie, was de zwart-witkalender met sexy priesters. Elke maand een eigen priester. Juli een dommerd met een gulle lach, november een priester die bloedserieus de krant las. De een wat knapper dan de andere, maar ze hadden allemaal een zeker je-ne-sais-quoi, of anders sprezzatura, want we waren tenslotte in Italië.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant