Home

Opinie: Als Joodse studenten de universiteit niet meer durven te bezoeken, faalt het bestuur

Bij de demonstraties aan de UvA speelt antisemitisme weer op. Niet de grenzen van de vrijheid van meningsuiting of het recht op betoging zijn in het geding, maar de UvA die er niet in slaagt de veiligheid van studenten te waarborgen.

Het recente protest tegen Israël op de Universiteit van Amsterdam (UvA), waarbij studenten tenten opzetten en twee bruggen hebben gebarricadeerd, markeert een fase in een zeven maanden durende periode van aanzienlijke onrust op universiteiten, met name de UvA. Enkele weken geleden heb ik namens een aantal studenten een klacht ingediend tegen de frequente en ongecontroleerde protesten op de campus, die hebben geleid tot aanzienlijke verstoringen, waaronder excessieve geluidsoverlast die het volgen van lessen en studeren in de bibliotheek bemoeilijkt.

Over de auteur
Rafael Baroch is  jurist, gespecialiseerd in migratie en mensenrechten en werkzaam bij Stichting Vluchtelingenwerk. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel. 

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De klacht ging niet zozeer over de grenzen van vrijheid van meningsuiting of het recht op betoging, maar over het falen van de UvA om haar verantwoordelijkheden na te komen in het waarborgen van veiligheid, zoals gegarandeerd onder de gedragscode en het studentenstatuut van de universiteit.

Studenten ervaren hinder en voelen zich onveilig, wat niet alleen hun recht op onderwijs ondermijnt maar ook hun algemeen welzijn aantast. Vanwege de huidige protesten en bezetting van gebouwen gaan de lessen niet door en kunnen studenten vrijwel nergens studeren. Naar mijn mening kan dit worden gezien als een wanprestatie als de universiteit er niet in slaagt een omgeving te bieden die bevorderlijk is voor studeren, zoals gegarandeerd door de eigen regelgeving en de contractuele relatie met de studenten. Recentelijk is er in Amerika een class action-rechtszaak van vergelijkbare strekking tegen de Columbia Universiteit ingediend.

Klacht

De klacht richtte zich niet alleen op studenten in het algemeen, maar benadrukt specifiek ook de tekortkomingen in het treffen van de nodige maatregelen ter voorkoming van antisemitisme. Joden op de campus worden geconfronteerd met zowel sociale uitsluiting als direct antisemitisme, omdat de universiteit niet adequaat optreedt tegen haatdragende uitlatingen, waaronder leuzen als ‘Globalize the Intifada’ en posters van gelijke strekking die overal op de campus aanwezig zijn.

De afgelopen dagen is het antisemitisme toegenomen. Joodse studenten zijn bespuugd en sommige tegendemonstranten zijn zelfs geslagen. De meeste Joodse studenten hebben besloten om de UvA niet te bezoeken zolang de protesten en fysieke bezettingen voortduren. Studenten voelen zich, en ik citeer, ‘alsof iedereen zich tegen ons keert'.

Hoewel het recht op vrijheid van demonstratie belangrijk is, is het van belang dat dergelijke activiteiten worden beperkt tot specifiek daarvoor aangewezen ruimten en dat de naleving van deze regels strikt wordt gehandhaafd.

Zonder deze grenzen lijkt het alsof alles is toegestaan, wat kan leiden tot een situatie waarin dergelijke uitingen overal en altijd voorkomen. Dit is niet alleen onacceptabel, maar ook in strijd met de wet en de eigen regels van de UvA.

De reactie van de rector magnificus van de UvA op mijn klacht over onvoldoende bescherming van studenten tegen haatleuzen en ernstige (geluids)overlast heeft me enorm verbaasd. Hoewel hij erkende dat de universiteit tekortschiet in het handhaven van orde en het beschermen van Joden en andere studenten tegen onrechtmatige verstoringen, gaf hij aan dat de faculteiten een afweging hebben gemaakt gericht op veiligheid. Ze concludeerden dat ingrijpen om de demonstratie te beëindigen zou hebben geleid tot verdere escalatie en geweld.

Legitimiteit

De discussie gaat niet zozeer over de legitimiteit om een mening te hebben over de humanitaire crisis in Gaza. Vele Joden, onder wie ikzelf, zijn zeer kritisch ten opzichte van Israël en de oorlog. Het probleem betreft antisemitisme dat deze legitieme kritiek te boven gaat waarbij een aanzienlijke meerderheid wel degelijk ernstige overlast ondervindt van deze soort onrechtmatige acties. Door Joden nu niet te beschermen, schendt Nederland (en de UvA) het sociale contract met de Joodse gemeenschap.

Na de oorlog heeft Nederland zich verbonden aan het principe van ‘nooit meer’, met de belofte om Joden altijd te beschermen. Echter, velen binnen de gemeenschap voelen zich opnieuw in de steek gelaten. Dit gevoel van verwaarlozing roept een diepgaand schuldgevoel op binnen de Nederlandse samenleving, een schuldgevoel dat terecht is gezien de historische context.

We zijn het zat om antisemitisme te moeten dulden en weer bang te zijn voor wie we zijn. Zelfs het bestaansrecht van Israël, dat we als veilige haven beschouwden, wordt nu in twijfel getrokken. Bijna tachtig jaar van relatieve rust, waarin antisemitisme nooit volledig is verdwenen, worden Joden wederom de zondebok in het Westen. Dit alles wijst op een ernstige terugval in de collectieve inspanningen om de lessen uit het verleden levend te houden en actief te strijden tegen discriminatie en Jodenhaat.

Ik heb de UvA naar aanleiding van de recente protesten dringend verzocht om Joodse studenten uit te nodigen voor een gesprek en hen te ondersteunen in deze moeilijke periode naar aanleiding van de recente protesten. Tot nu toe heb ik echter nog geen reactie ontvangen. Alle aandacht lijkt uit te gaan naar de demonstranten.

Dialoog

De universiteiten hebben hun studenten niet geleerd hoe ze met elkaar in gesprek moeten gaan en een veilige plek voor open dialoog kunnen creëren. Daarom is het essentieel dat universiteiten hun functie als centra voor kritisch denken en open debat herzien en versterken, zodat zij een echt inclusieve academische gemeenschap kunnen garanderen waarin alle stemmen gehoord en gewaardeerd worden.

Dit standpunt mag niet worden gezien als een vorm van moreel relativisme, maar moet juist worden opgevat als een pleidooi om het gebroken morele kompas te herijken. In een tijd waarin democratische waarden steeds vaker worden bedreigd door groepen die intolerantie en geweld propageren en door middel van onrechtmatige protesten hun agenda willen doordrukken, moeten onderwijsinstellingen voorop gaan in de strijd voor een inclusieve en vreedzame samenleving.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next