Na een pauze van enkele decennia gaat de rijksoverheid weer actief werken aan een betere spreiding van de eigen kantoren over het land. Het kabinet hoopt daarmee bij te dragen aan de werkgelegenheid buiten de Randstad.
‘Het belang van de regio gaat voortaan zwaarder wegen bij locatiekeuzes’, aldus demissionair minister Hugo de Jonge van Binnenlandse Zaken vrijdag na afloop van de ministerraad, waar het besluit werd genomen. Elke minister moet gaan inventariseren welke overheidsdiensten kunnen verhuizen naar een plek buiten Den Haag.
‘Jarenlang hebben we vooral met een Haagse blik naar huisvesting gekeken, waardoor er meer rijksdiensten in de Randstad terecht zijn gekomen en er te weinig rijkswerkgelegenheid is in de provincies buiten de Randstad’, aldus De Jonge. ‘Efficiency gaf vaak de doorslag, terwijl dat niet het enige is dat telt. Er zijn ook andere belangen, zoals de aanwezigheid van het Rijk in de regio, nabijheid en zichtbaarheid van het Rijk voor de inwoners van de regio.’
Over de auteur
Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Spreiding van de rijkskantoren is zeker niet nieuw, maar het is wel een tijd geleden dat het gebeurde. Vooral tussen 1960 en 1990, toen delen van het land achterbleven bij de sterke economische groei in de Randstad, maakten opeenvolgende kabinetten er serieus werk van en kwam een grote uittocht uit de Randstad op gang. De Postcheque- en Girodienst (later opgegaan in de Postbank) vertrok als een van de eerste diensten, naar Arnhem. Een deel van de Belastingdienst volgde en ging naar Apeldoorn.
In latere jaren verhuisde de directie van de telefoondienst PTT naar Groningen, evenals de Informatiseringsbank (het huidige Duo), die de studiefinanciering regelt. De Topografische Dienst ging naar Emmen en het Centraal Bureau voor de Statistiek deels naar Heerlen, deels naar Voorburg. Ook het ambtenarenpensioenfonds ABP vertrok naar Heerlen.
Zelfs de departementen zelf ontkwamen niet aan de spreidingsdrift: het ministerie van Onderwijs vestigde zich in Zoetermeer.
Dat ging allemaal niet zonder slag of stoot. Vele duizenden ambtenaren zagen zich gedwongen te verhuizen. Zij verzetten zich soms fel en sommige plannen gingen daarom niet door. Na 1990 werd het spreidingsbeleid losgelaten en kwam bovendien een omvangrijke privatiseringsgolf op gang. Nogal wat verzelfstandigde diensten verhuisden spoedig terug naar de Randstad.
Ook het ministerie van Onderwijs keerde begin deze eeuw terug naar Den Haag, met de overtuiging dat het beter was om dichter bij het vuur te zitten – nabij het Binnenhof en omringd door de andere departementen. ‘Wij moesten altijd naar andere ministeries toe. We reden de hele dag op en neer in taxi’s. Nu kunnen wij tenminste zelf in ons eigen gebouw af en toe iets organiseren’, verklaarde een woordvoerder.
Na een verkiezingscampagne die voor veel partijen in het teken stond van het versterken van ‘de regio’, vindt het demissionaire kabinet nu dat zulke argumenten minder zwaar wegen dan een goede spreiding. Met meer werknemers in de regio hoopt het ‘beter te weten wat er in provincies speelt’. Bij elke uitbreiding of verhuizing van een rijkskantoor wordt daarom vanaf nu nadrukkelijk naar alternatieve locaties buiten de Randstad gekeken.
De Jonge erkent dat dat kan stuiten op praktische bezwaren, zoals een tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel in sommige regio’s, maar hij hoopt dat de technische vooruitgang dit keer gaat helpen. ‘Een oplossing kan zijn om in de beginfase extra in te zetten op hybride werken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant