Frank Stella kon tekenen noch schilderen, gaf hij zelf toe. Met zijn werken wist hij niettemin de kunstwereld van de late jaren vijftig te overrompelen. Stella overleed zondag op 87-jarige leeftijd.
Het is één ding om de kunstwereld op z’n kop te zetten met een totaal nieuwe benadering van schilderen en zo grootheden uit te dagen als Jackson Pollock, Mark Rothko en Barnett Newman. Het is weer iets anders om al als jonge twintiger een bres te slaan in hun abstract expressionisme, de toen dominante stroming in de moderne kunst. Helemaal als je zelf ruiterlijk toegeeft dat je eigenlijk niet kunt tekenen, laat staan figuurschilderen.
Het is Frank Stella, een van de succesvolste beeldend kunstenaars van zijn generatie, wonderwel gelukt. Hij was belezen, arrogant, hypercompetitief en grenzeloos ambitieus. Van gepsychologiseer over zijn schilderijen, sculpturen, murals en maquettes moest hij niets hebben. ‘Wat je ziet is wat je ziet’, werd zijn gevleugelde uitspraak uit 1966. Het zou een mantra worden van de minimalistische kunst. Stella overleed zondag op 87-jarige leeftijd in zijn huis in Manhattan aan lymfklierkanker.
Over de auteur
Bart Dirks is kunstredacteur van de Volkskrant.
Eind jaren vijftig van de vorige eeuw overrompelt Stella de kunstwereld met zijn sobere, kolossale Black Paintings: nauwkeurig afgebakende rechthoeken, rasters, strepen en vlakken van zwarte lakverf, van elkaar gescheiden door dunne lijnen van het onbewerkte doek. De doeken zijn wat ze zijn: stukken hout, bespannen met canvas, bedekt met een donkere laklaag. ‘What you see is what you see’, inderdaad.
De gevestigde orde moet wennen aan Stella’s nieuwe beeldtaal – menig criticus vindt zijn zwarte werken een tikje saai als ze in 1959 in een groepstentoonstelling in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York hangen. Menig verzamelaar laat de kans schieten om werk te kopen dat later voor miljoenen dollars wordt geveild.
Maar die gereserveerdheid zou niet lang duren. Stella heeft ook een aantal kruiwagens, onder wie Leo Castelli (1907-1999). Deze invloedrijke New Yorkse kunsthandelaar en -verzamelaar vertegenwoordigt grote namen als Willem de Kooning, Roy Lichtenstein, Bruce Nauman en Richard Serra en rekent hen tot zijn vriendenkring.
In 1967 exposeert Stella werk uit zijn serie Protractor (gradenboog) in de Leo Castelli Gallery. Het zijn heldere, gebogen kleurbanden op grote doeken die zijn uitgesneden om te lijken op de halfronde vorm van gradenbogen. Stella heeft voor die reeks inspiratie opgedaan tijdens een reis door Iran. Daar raakt hij gefascineerd door de ronde en felgekleurde patronen van de islamitische kunst.
De Protractor-serie is, na de ingetogen Black Paintings, een keerpunt voor de minimalistische kunstenaar. Wat Stella daarmee heeft gedaan voor de abstracte kunst is volgens een criticus van het tijdschrift The New Yorker ‘wat Bob Dylan heeft betekend voor de muziek en Andy Warhol voor min of meer alles’.
Het gaat hard met Stella’s naam en faam. Al in 1964 is zijn werk te zien op de Biënnale van Venetië en in 1970 is hij, op zijn 34ste, de jongste kunstenaar ooit met een solo-expositie in het MoMA. Ondanks sneren van sommige critici, voornamelijk over zijn latere werk (van ‘disco-modernisme’ tot ‘schaakbord-esthetiek’) wijden musea in de hele wereld grote tentoonstellingen aan zijn oeuvre.
Frank Philip Stella wordt op 12 mei 1936 geboren in Malden, een stadje ten noorden van Boston in een Italiaans-Amerikaans gezin. In zijn jeugd volgt hij schilderlessen aan de Phillips Academy in Andover, vervolgens behaalt hij een bachelor geschiedenis aan Princeton. Als hij wordt afgekeurd voor militaire dienst verhuist hij naar New York, 22 jaar oud. Hij betrekt een armoedige studio aan West-Broadway, zonder het vooropgezette doel om kunstenaar te worden. Hij leert er gelijkgezinden kennen, onder wie de eerder genoemde Leo Castelli en de begin dit jaar overleden beeldhouwer Carl Andre, met wie hij enige tijd een atelier deelt.
Stella zal zich zijn hele artistieke leven opnieuw blijven uitvinden. Van de vlakke en sobere doeken in de jaren vijftig en zestig naar postmoderne, ruimtelijke, associatieve objecten in de jaren tachtig. Van een reuzenrups die over een wand kruipt, tot exotische vleesetende planten. Een reeks werken gebaseerd op de 135 hoofdstukken van het boek Moby Dick. Weer later volgen installaties in de openbare ruimte en driedimensionale werken.
Die 3D-werken met aluminium en glasvezel (‘maximalistische schilderijen’, aldus Stella), hebben iets luidruchtigs, zo oordeelt Volkskrant-recensent Stefan Kuiper als het Kunstmuseum Wolfsburg in 2012 een grote overzichtstentoonstelling aan Stella wijdt vanwege diens 75-jarige verjaardag.
‘Ze ogen als monsters uit een Pixar-animatiefilm, fluorescerende kleuren, organische vormen, sciencefictionmateriaal. Je wilt het graag bewonderen (...) maar toch mist het iets: een gedachte, een kern.’ Opeens zie je het, aldus Kuiper: ‘Stella maakt geen kunst. Hij maakt kunstgeschiedenis. Zijn werk neemt een voorschot op het seizoen. Het gaat al vergezeld van een tekstbordje met uitleg op het moment dat de kunstenaar het stof van zijn kleren klopt.’
Frank Stella mocht dan vinden dat hij niet kon tekenen, hij voelde wel de tijdgeest goed aan. De hemelbestormer van de jaren vijftig en zestig had oog voor de impact van kleur, het effect van schaal en de kracht van eenvoudige vormen als cirkels, kegels en vierkanten. Liever dan in herhaling te vallen, wilde hij zijn leven lang blijven bewegen.
‘Mijn ouders spraken Italiaans, maar ik ben opgegroeid tijdens de oorlog. Italianen waren tijdens de Tweede Wereldoorlog erg zelfbewust. Er was een grote druk op iedereen om Engels te spreken.’
‘Mensen zeggen dat mijn schilderijen altijd groot zijn uit effectbejag, maar ze zijn ook groot zodat ik niet over mezelf struikel, zodat ik ruimte heb om te werken en mensen binnen kunnen komen en zich op hun gemak kunnen voelen.’
‘Mensen praten nog steeds over kunst die ik in de jaren zestig heb gemaakt – de meesten van hen hebben het nooit gezien, ze hebben het nooit ervaren, en ze hebben er geen idee van. Het idee dat ze weten wat minimalisme is, is absurd. Ik weet niet wat minimalisme is!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant