Er wordt veel geschreven over feminisme en seksistische systemen. Maar de (vaak) bevoorrechte auteurs reflecteren zelden op hun eigen macht en privileges, betoogt Lotte Houwink ten Cate.
Wat is ‘een vrouw’? En in het verlengde daarvan: voor wie is het feminisme? Zeker in de media zijn de feministische touwtjes in handen van bevoorrechte vrouwen. Dat is comfortabel, zo weet ik uit ervaring. Maar behoren anno 2024 echt álle vrouwen tot een achtergestelde groep? En zo ja, hoe gaan we dan om met het feit dat sommige vrouwen meer macht en privileges hebben dan anderen?
In maart publiceerde Volkskrant-journalist Doortje Smithuijsen het pamflet Kapitalisme is seksisme. In diezelfde maand verscheen Feminisme, een beknopte geschiedenis van het feminisme, door historicus Els Kloek, in de serie Elementaire deeltjes. Beide auteurs reflecteren verrassend weinig op de eigen machtspositie.
Over de auteur
Lotte Houwink ten Cate is historicus. Ze is aan Columbia University in New York gepromoveerd op de tweede feministische golf.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In het boek van Doortje Smithuijsen komen termen als intersectionaliteit, gender en racisme niet of nauwelijks aan bod. De bestseller draait om het leven van de kapitaalkrachtige, cis-hetero witte vrouw, die eruit wil zien ‘als eenentwintig'. Botox lonkt. In het pamflet wordt dun, aantrekkelijk en succesvol zijn door iedere vrouw nagestreefd. Vrouwen zouden zelfs een permanente angst voelen dat een andere vrouw mooier is. Smithuijsen wijt dit aan het kapitalistische systeem dat vrouwen drijft tot competitie. Antikapitalistische oplossingen – het linkse gedachtegoed ligt voor het grijpen! – laat ze echter achterwege.
Smithuijsen voert een vriendin op die de dunste onder haar vriendinnen wil zijn (is dit een gevolg van seksisme, of wellicht een indicatie van een eetstoornis?). Smithuijsen heeft hier alle begrip voor − het kapitalisme draagt schuld − en in plaats van een gendernorm te herschrijven, benadrukt ze meermaals hoe hard ze zelf werkt om aan dit perverse schoonheidsideaal te voldoen. Maar neem dit vrolijkstemmende feit: de doorsnee Nederlandse vrouw heeft maat 42, en mannen zijn bepaald nog niet in opstand gekomen.
Els Kloek schrijft dat ‘in het westerse feminisme, met alle nadruk op diversiteit en een brede waaier van diverse genders, vrouwen als achtergestelde groep juist uit zicht raken’. Kloek hekelt de woordvoerders en vertegenwoordigers van de lhbtqia+ gemeenschap. Zij ‘laten hun ‘identiteit’ zwaar wegen’ en leggen nieuwe accenten die ‘soms storend’ zijn, ‘want ze leiden de aandacht af van zaken die vrouwen aangaan’. Volgens Kloek kunnen zelfs de begrippen ‘mannelijkheid’ en ‘vrouwelijkheid’ mogelijk ‘in de ban’ worden gedaan. Ze sluit af met een waarschuwing: ‘Ik zou bijna willen zeggen: zusters, let op uw zaak!’
Waar Smithuijsen de noodzakelijkheid van solidariteit met achtergestelde groepen lijkt te negeren, identificeert Kloeks interpretatie pogingen tot solidariteit als een probleem. Niet het antifeminisme van extreemrechts of de exploitatie van de vrouw in het kapitalisme is het gevaar waar Kloek voor waarschuwt, maar intersectionaliteit. Dit begrip is volgens haar ‘zo dominant’ geworden ‘dat de vrouwelijke identiteit nauwelijks meer ter zake doet’. Deze visie wordt gedeeld door een aantal gevestigde feministen, zoals Elma Drayer en Jolande Withuis.
Het is een opvallend ahistorisch standpunt. Feministen hebben de vrouwenrol − evenals de mannenrol! − immers altijd bevraagd. Genderrollen zijn niet statisch, maar altijd aan verandering onderhevig geweest. Juist daarom kunnen feministen ze herschrijven – en dat is belangrijk.
Natuurlijk weten geprivilegieerde feministen dat democratisering slecht is voor hun handel. Maar echte solidariteit betekent dat je oog hebt voor mensen die niet tot de groep bevoorrechte vrouwen behoren – waaronder, inderdaad, leden van de lhbtqia+-gemeenschap. Want wie het verschil in macht en privileges uit het oog verliest, schrijft alleen nog maar over zichzelf. Daar komen vrouwen gemakkelijk mee weg, door het bekritiseren van elkaars feminisme not done te verklaren. Dat lijkt solidair, maar is vooral gemakzuchtig.
Ook in de analyse van een systeem als het kapitalisme moet ruimte zijn voor de individuen, wier medeplichtigheid moeten worden begrepen en bekritiseerd. Als we deelnemen aan een economisch systeem dat schade aanricht − die mening deel ik met Smithuijsen − dan delen we in de verantwoordelijkheid voor het in stand houden ervan. Juist het conformeren aan heersende schoonheidsidealen en genderpatronen levert bepaalde vrouwen meer carrièrekansen op dan anderen, maar daar horen we Smithuijsen niet over. Ze stelt esthetische zelf-optimalisatie niet werkelijk ter discussie.
Zonde, want het heeft een normerende werking. De vrijheid van een kleine groep vrouwen om geld en tijd te besteden aan zelf-optimalisatie, verwordt tot een onvrije standaard voor iedereen. Er ís geen feministische versie van botox of lipfillers, en jezelf klein maken om de dunste te zijn is bepaald geen verzet tegen seksisme.
Vrouwelijke macht bestaat, evenals mannelijke onmacht. Dat vereist feministische zelfkritiek, waarin de neiging tot slachtofferschap wordt overstegen. Zo valt er te discussiëren over de rol die vrouwen op hoge posities hebben gespeeld rondom mannen die grensoverschrijdend gedrag plegen. Waar blijft het gesprek over omstanderschap? Tevens noodzakelijk: een gesprek over toxische vrouwelijkheid, de overtuiging van bepaalde vrouwen dat hun waarde afhangt van aangeleerd ‘vrouwelijk’ gedrag, zoals dienstbaarheid. Laten we niet alleen naar mannen wijzen, of naar systemen, maar ook naar onszelf. Dat is niet sektarisch, maar respectvol: vrouwen verdienen de erkenning van doordachte tegenspraak.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant