‘Hier gaan we spijt van krijgen’, zei mijn vrouw. Ze had net kaartjes gekocht voor het ‘Animal Event’, dat naar eigen zeggen ‘het grootste dierenfestival van Europa’ is. Onze dochters hadden er een advertentie van gezien in de Penny en er hun zinnen op gezet. Het festival vond plaats op het terrein van de Beekse Bergen en je kon er van alles doen. Er zouden ‘spectaculaire dierenshows’ zijn, er kon op pony’s gereden worden of je kon ‘testen of je hond een echte snelheidsduivel is’. We hebben geen hond.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Uiteraard regende het. Dikke, zware druppels sloegen tegen de voorruit van onze auto terwijl we tijdens de twee-uur durende rit van de ene file in de andere terechtkwamen. ‘Is dit het Animal Event?’, vroeg mijn jongste dochter toen we door plassen het parkeerterrein opreden en de auto parkeerden op een drassig stuk gras. We keken naar een even eindeloze als troosteloze rij aan generieke, witte tentjes met een puntdak. We klapten de paraplu’s open en nog voordat we het festivalterrein bereikt hadden waren mijn schoenen besmeurd met modder.
We waren net op tijd om het staartje mee te pakken van een voorstelling waarbij een hond op een aantal paarden klom en wat trucjes deed. Een handvol mensen keek toe, terwijl de regen gestaag neer bleef dalen.
We liepen verder en kwamen langs de twee allerkleinste paarden stonden die ik ooit had gezien. Het waren zogeheten falabella’s en ze waren gewoon heel erg klein, veel meer kan ik er niet over zeggen. Het publiek bestond voor ongeveer 50 procent uit mens en voor 50 procent hond, waarvan een groot aantal in een soort kinderwagens werd rondgereden. ‘Waarom zijn er zoveel bordercollies?!’, vroeg mijn jongste dochter op een verontwaardigde toon. ‘Ik weet het niet!’, antwoordde ik. Mijn dochters reden een piepklein rondje op een pony, waar ze beiden van af stapten met een glimlach zo stralend, dat die bijna alle files goedmaakte. Bijna.
Het letterlijke hoogtepunt kwam in de vorm van een reuzenrad waar niemand in zat. Samen met mijn vrouw maakten mijn dochters een rondje. Toen ze bovenin waren hield het rad even stil en konden ze genieten van de regen, de wind en het uitzicht over het festivalterrein dat voor een groot deel bestond uit tentjes waar je hondenvoer, kattenvoer of konijnenvoer kon kopen, of je je lieve huisdier prachtig kon laten fotograferen. Voordat we in de auto stapten en het hele stuk weer terug naar huis reden, liepen we nog een rondje over het terrein. Het natte gras zoog mijn schoenzolen naar beneden en sommige plekken waren door de modder onbegaanbaar geworden. Het bleef maar regenen. Er klonk muziek en de lucht rook naar wafels. Mijn vrouw keek me aan, haar capuchon over haar hoofd. ‘Toch nog dat festivalgevoel’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant